3e Paaszondag C

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Petrus zei: ‘Ik ga maar weer vissen’. Je moet heel goed weten dat hij dat niet voor zijn lol deed. Zo plezierig was dat helemaal niet, zo van we gaan gezellig even vissen. Hij had dat een hele tijd niet gedaan en nu zegt hij met zo’n beetje verdriet in zijn stem ‘weet je wat, ik ga maar weer vissen'.

Petrus was vroeger namelijk visser geweest, is drie jaar met Jezus opgetrokken, en Jezus is nu dood. Al zijn mooie dromen over de toekomst, al zijn hoop, alles wat hij verwachtte met Jezus is opeens afgelopen. Nou ja, dan ga je maar weer terug naar af. En die andere die zeggen: ‘Wij gaan met je mee'.

Ze bleven in elk geval wel bij elkaar. Dat is niet gek hoor als je het moeilijk hebt om dan te zeggen laten we dan met al ons verdriet elkaar maar niet in de steek laten. Als jij gaat vissen, oké, wij ook vissen. Zelfs Matteüs, die belastingsambtenaar geweest was, gaat vissen, kun je nagaan. Ze gaan in de boot en dat zal je altijd zien, ze vingen niks. Nee, natuurlijk niet, als je er zo voorstaat dan valt het volgende ook tegen. Dat heb je waarschijnlijk zelf ook wel eens. Als het ene tegenvalt, een onvoldoende op school, dan eten ze thuis ook nog spinazie, wat ik helemaal niet lust. Nou zo gaat dat.

Totdat ze in de verte op het strand iemand zien en die zegt tegen ze: ‘Ik zou het eens aan de andere kant van de boot proberen’. En ze luisteren en ze doen het. Wat gek eigenlijk hé, ze zeggen tegen elkaar: ‘Zeg, volgens mij, volgens mij is het de Heer!’. Ze weten het niet zeker, maar ze luisteren naar Hem en als ze dan naar Hem luisteren, dan gebeuren er opeens hele wonderlijke dingen. Wat gebeurt er?

Ze krijgen 153 vissen. Ik denk dat verschillende mensen in de kerk dat getal al weer vergeten waren. En het net barstte net niet, zo vol zat het. Het is eigenlijk heel wonderlijk. Als je in je droefheid, in je teleurstelling toch bij elkaar blijft, toch naar de Heer blijft luisteren, dan zijn de wonderen de wereld niet uit. En dan is er opeens ook nog brood. Dat is niet de eerste keer dat Jezus met zijn leerlingen brood eet. Dat had Hij ook al eerder gedaan.

Ook bij het meer, op dezelfde plek hé, waar ze met vijfduizend mensen, vijf broden en ook twee vissen gemerkt hadden, dat als je God vraagt om zijn overvloed, om heel veel, Hij soms naar ons luistert. Gek zo’n wonder. En ook op de laatste avond van zijn leven. Toen was Jezus met zijn vrienden aan tafel en toen was er ook brood.

Het verhaal zegt eigenlijk, en dat hadden we goed begrepen, als je bij elkaar blijft, als je je aaneensluit, zoals ‘Swimmy’ en zijn vrienden, als je blijft luisteren naar het woord van de Heer en als er dan weer brood op tafel is dan zeg je tegen elkaar ‘De Heer is weer bij ons'.

Kerkmensen geloven, dat je als je bij elkaar komt en er is brood op tafel en je luistert naar de Heer dan is Jezus bij ons en Hij laat ons niet in de steek, met alle teleurstellingen die er misschien óók zijn in ons leven.

Nou, dat is precies wat we vandaag vieren. Die hele grote vis, kijk eens even achterom, nou het lijkt er wel een beetje op. En daar een vin en daar nog een vin. Dat zijn wij. En wij zijn vandaag met ons elven, zijn wij het oog. We zitten een beetje in het midden en wij geven vandaag de richting aan voor deze viering.

Zoeken in Preken Online