Paasfeest voor heel de schepping

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Het evangelie van vandaag is een heel ander paasverhaal. De apostelen zijn teruggekeerd naar hun vertrouwde omgeving in Galilea. Zij leven weer in de dagelijkse werkelijkheid bij het water met de boten en de vissen. Ze werken weer in de nacht, met tegenslag en ontmoediging. Die nacht vingen zij niets, en de Heer die op het strand stond herkenden zij niet. Jezus zegt hun: ‘haal wat van de vis die gij zo juist gevangen hebt en geef hun wat brood.’

Zo gezien is het een alledaags verhaal. Dat is ook juist wat de evangelist ons vandaag wil duidelijk maken. Paasgeloof heeft alles te maken met het gewone leven van elke dag, van de mens die probeert iets van zijn leven te maken. Het is niet voldoende op zondag te bidden: ik geloof in de verrijzenis van de Heer. Ook door de week en in ons dagelijks leven mogen wij de aanwezigheid ervaren van de verrezen Heer. Geloven in de verrijzenis van Jezus wil zeggen dat Gods verrijzeniskracht ook werkzaam is in elke mens en heel de schepping doordringt. Hemel en aarde zijn vol van Gods heerlijkheid. Paasgeloof sluit in dat wij ervoor zorg dragen dat het leven ook bij andere mensen tot zijn volle ontplooiing kan komen. Wij kunnen het paasfeest niet voluit vieren terwijl wij onberoerd blijven toezien hoe, in de wereld waarin wij leven, miljoenen mensen door honger en ziekte worden gekweld en niet tot het volle leven kunnen komen. Wij mogen ons nooit neerleggen bij de ongerechtigheid in deze wereld. Wij zeggen nooit: daar is toch niets aan te doen. Maar wij geloven dat Jezus ons vraagt om gestalte te geven aan het nieuwe leven dat Hij ons heeft toegezegd. Wij voelen ons geroepen om van deze wereld een stad van vrede te maken. Vanuit ons paasgeloof zoeken wij naar nieuwe levenskansen voor elke mens, trachten wij sociale en maatschappelijke toestanden te scheppen waardoor de mens kan leven als beeld van God.

Vroeg in de morgen stond Jezus op het strand en zegde: werp je netten uit. Dit paasgeloof bepaalt onze weerstand tegen alle vormen van uitbating en verslaving. Vanuit dat geloof komen wij bewust op voor het ongeboren leven, voor het bejaarde en gebrekkige leven, voor elke vorm van onmenselijk leven. Wij zetten ons bewust in voor de politiek, niet om eigen macht te verzekeren, maar om op te komen voor elk leven dat bedreigd wordt door agressie en geweld. Fasen is niet alleen het feest van mijn toekomst en leven, maar ook van de toekomst en het leven van allen die God in deze wereld tot leven roept.

Tenslotte spreekt ons paasgeloof ook over onze verantwoordelijkheid voor de heelheid van de schepping. Paulus zegt: ‘Ook de hele natuur, die kreunt en barensweeën lijdt, is niet zonder hoop’ en verder: ‘zij zal delen in de verlossing.’ De schepping roept ons op tot verantwoordelijkheid. Willen wij wel de nodige zorg dragen voor de schepping opdat ook onze kinderen nog kunnen genieten van haar schoonheid en miljoenvoudig leven. Wie zorg draagt voor de heelheid van de schepping, zoals die door de Schepper aan ons is toevertrouwd, moet waken over de atoomenergie, de ozonlaag in de atmosfeer,… Dat alles heeft met het leven te maken. Wij kunnen geen paasliederen zingen als b. v. in Bangladesh alle leven wordt bedreigd. Het gaat niet om een kleine paasviering in onze parochie, het moet een paasfeest worden voor de hele schepping. Pasen is het feest van de toekomst. God zelf heeft ze in handen, maar wij moeten zorgen voor brood en vis, wij moeten de netten uitwerpen en van wal steken, worstelen in de nacht, terwijl de Heer op het strand staat, de netten vult en het ontbijt klaar maakt.

Zoeken in Preken Online