Ik ga vissen

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Onlangs zei me iemand: ik ben een Petrusfiguur. En nog onlangs zei iemand anders: de figuur die mij het meest intrigeert, is Petrus. Zoiets is natuurlijk altijd subjectief. Ik heb dus subjectief het recht te zeggen dat ik deze beweringen voor mezelf niet onderschrijf. Maar hoe dan ook, Petrus is een duidelijk geprofileerde figuur. Hij staat voor ons met zijn pro en zijn contra. Hij is zeker niet gecompliceerd. Wikken en wegen, dat zijn niet zijn werkwoorden. Hij is onbehouwen zuiver en onzuiver. Een apostel van het zwart-witte type. Hij toont ons zijn hoogten en zijn laagten.

Vandaag toont hij ons zijn frustratie. Petrus is de man die al onze liederen kan componeren. Hij kan dure eden zweren en ze verraden. Hij kan ook heel hard (van stapel) lopen, als we Johannes mogen geloven. Hij kan ook zwaar ontgoocheld zijn. Zo is hij dus vandaag in het evangelie dat we lezen. Petrus zegt: ik ga vissen. Vissen vangen, dat was zijn oude stiel, zijn oude stijl van leven. Hij wil dus terugkeren naar vroeger. Dat zwaar pessimistische woord spreekt hij uit op het moment dat ‘Jezus andermaal aan de leerlingen verscheen’. Allen rondom hem zingen alleluja, maar Petrus wil opnieuw gaan vissen. Hij reageert regressief. Voor hem is Jezus voorbij en over. Jezus heeft veel beloofd, maar Hij heeft niet gegeven wat Hij beloofde. Petrus had dus op het verkeerde paard gewed. Petrus kon dus niets beters doen dan terug te keren naar vroeger: Jezus was een poëet en een profeet die jammer genoeg niets meer kon doen dan mensen doen dromen om ze nadien des te pijnlijker te ontgoochelen. Dáárom werd Petrus opnieuw visser.

Daarmee zit hij echter in de nacht. Het is zwart donker. Steriele tijd. ‘Die nacht vingen ze niets.’ Petrus zag het niet meer zitten. Hij ging de nacht in. Depressief. Psychologen leren ons vandaag dat een mens depressief wordt als alles waarin hij alles heeft geïnvesteerd, een ijdele illusie blijkt. Op dat punt is Petrus dus nu aangekomen. Zijn levensdroom spat uiteen. Hij zucht zoals de leerlingen van Emmaüs: ‘en wij die gehoopt hadden’… Jezus is een jammerlijke vergissing geweest. Sorry Jezus, ik keer terug. Ik wil opnieuw visser worden.

Daarop komt het nieuwe woord, want Jezus is als God: Hij herbegint altijd. Hij herbegint hier nog eens. God kan het herbegin-nen niet laten. Jezus zegt nu tot Petrus: als je bevrijd wil worden van je steriliteit en je frustratie, gooi het dan eens resoluut over een andere boeg: ‘werp het net uit rechts van de boot’. Leef niet regressief maar progressief, waag je aan de toekomst. Petrus hield toch zo van zijn verleden. Het is de reflex, helaas, van ons, van zovele christenen. We willen zo graag blijven geloven ‘op grootmoeders wijze’. Dat is meteen de grote vermaning van dit stuk: blijf niet staan in de nacht, ga staan op de boorden van de dageraad. Dat alleen is vruchtbaar: leven voor morgen, leven voor toekomst, leven volgens het ritme van onze diepste dromen. Want deze dromen zijn geen bedrog.

Daarmee is het verhaal niet af. Petrus sprong in het water. Hij gaf zich gewonnen. In plaats van te vissen in de nacht, dook hijzelf in het water. Hij werd zelf als een vis.

Jezus mocht hem opnieuw vangen.

Zoeken in Preken Online