Trots zijn

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Ik kende een jonge kerel die het gewend was om voor het eten een kruisteken te maken. Maar als hij ’s middags op school bleef eten durfde hij niet goed, uit schrik belachelijk gemaakt te worden. Maar aan de andere kant vond hij wel dat het moest. Dus krabbelde hij eerst wat aan zijn voorhoofd en dan wat op zijn buik en op zijn schouders. Zo was zijn plicht vervuld en niemand had het gezien… Uitkomen voor je geloof is moeilijk. Het is niet vanzelfsprekend tegen iemand die je niet kent te zeggen dat je naar de kerk gaat. Niet zelden word je daar wat op nagekeken. En dat doet vaak ook bij onszelf vragen stellen. Heeft het allemaal wel zin, waar we nu mee bezig zijn?

De vissers uit het evangelie van vandaag zijn in diezelfde situatie. Het zijn enkele leerlingen van Jezus die na zijn dood de draad weer oppakken en gaan vissen. Maar het lukt hen niet meer zo goed. En dan komt er hulp van een vreemde die aan de kant staat. Ze kennen hem niet maar doen toch wat hij zegt en ze gaan terug vissen, en nu met succes. Volle netten halen ze boven en de vreemde heeft een vuurtje gestookt zodat ze samen kunnen eten.

Het is wat vreemd om het verhaal van de wonderbare visvangst te situeren na de dood van Jezus, als een openbaringsverhaal. Lucas vertelt er ook over maar situeert dit dan tijdens het leven van Jezus. Bijbelkenners menen dat het evangelieverhaal van vandaag later is geschreven dan de rest van het Johannesevangelie. Op ogenblik dat dit bijkomend gedeelte geschreven werd, waren er onder de eerste christenen wat wrijvingen ontstaan tussen de aanhangers van Petrus en die van Johannes. Die laatsten waren wat vooruitstrevender van ideeën en gingen wat hun eigen weg. Maar de fut was er wat uit en er was veel getwijfel. Voor die mensen zou dit verhaal zijn geschreven.

Men wilde het vuur van hun geloof terug aanwakkeren. Een vuur zoals in het verhaal van de Emmaüsgangers. “Brandde ons hart niet terwijl we de vreemdeling hoorden vertellen”, zeggen ze tegen elkaar. Ook hier is er een vreemdeling en eindigt het verhaal met het samen delen en eten. Brood en vis voor iedereen, zoals in het verhaal van de Broodvermenigvuldiging.

De vissers komen terug van het meer in de ochtend, want iedere visser wist dat je het best ’s nachts kon vissen, en het is niets geworden. En daar staat een vreemde man die terug hoop brengt, een nieuwe weg toont. Geen vanzelfsprekende weg want hij zegt hen te gaan vissen in de ochtend en aan de rechterkant van de boot de netten uit te werpen. Het was tegen alle vissersregels in. Maar ze geloven hem wel en volgens zijn aanwijzingen vangen ze een net vol vis. En dan gaan hun ogen open. Het is geen vreemde man maar het is Jezus zelf. Jezus die hen dient en voor hen eten maakt. Ze halen hun voedsel uit het overvolle net met wel 153 vissen erin. Dat getal wijst op het aantal soorten vis die men in die tijd kende. Alle mogelijke soorten vis zaten dus in dat net. Dat wordt dan gedeeld en het dient hen tot voedsel.

De boodschap is dat Jezus leeft en ons oproept. “Heb je nog wat vis?”, vraagt Hij. “Is er iets voor een ander?”, vraagt Hij eigenlijk. Het is een boodschap voor iedereen, alle mensen over de hele wereld die samen zullen blijven en één gemeenschap vormen. We mogen niet opgeven, Jezus leeft en is bij ons. Wij zijn ook niet alleen maar samen met alle andere mensen. Dat is de droom van de Johannesgemeenschap die zij in dit verhaal willen uitdrukken.

Wij zijn vandaag ook zo’n gemeenschap. Ook bij ons is het wat aan het slabakken. De kerk loopt leeg. Gelovig zijn wordt vaak als iets soft versleten, iets dat niet van deze tijd is. Christelijke waarden zijn uit de tijd, ze zijn niet in. We vangen nog maar weinig. Maar toch is die oproep en die boodschap van Jezus belangrijk. Ook al beweegt nog maar weinig. We geloven toch dat dat veel in gang kan zetten naar één gemeenschap waar iedereen deel van kan uitmaken.

Gelovig zijn is niets om beschaamd over te zijn. Werken aan een droom over een nieuwe en betere samenleving is noodzakelijk. Wanneer we dat opgeven, verliezen we alles en zullen meer en meer gaan leven in een kille samenleving waar iedereen nog alleen naar zichzelf kijkt. Dat mag niet gebeuren. Waarden uit de boodschap van Jezus mogen met de nodige trots verkondigd worden en we moeten er durven voor uitkomen. Blijven samenkomen is belangrijk om elkaar niet kwijt te spelen. Wij moeten elkaar blijven ontmoeten en drukken elke week ons geloof in die levende Jezus uit in het breken van brood en het samen eten.

We mogen op dat geloof best trots op zijn. Niet de trots van wij-zijn-toch-beter, maar fier zijn. Geen gekrabbel op ons voorhoofd dus maar een duidelijk kruisteken!

Zoeken in Preken Online