God voelen

C-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Een paar maanden geleden was ik met een aantal collega’s in Ieper voor een bijeenkomst. Omdat we uit alle hoeken van Vlaanderen kwamen en sommigen een heel eind moesten rijden, hadden we afgesproken dat onze collega van Ieper ons iets van zijn stad zou laten zien en dat we dan daar zouden blijven eten. Na de vergadering werden we rondgeleid door de stad die zo diep door de oorlog is geraakt geweest. We liepen langs gebouwen die alleen nog maar getuigen zijn hoe het ooit is geweest. En we kwamen ook langs de eindeloze kerkhoven met de witte zerken voor de soldaten. Terwijl we door de stad liepen vertelde mijn collega over zijn stad. Hij deed dat met ongelooflijk veel vuur. Als we bij een kerkhof stonden vertelde hij over de enorme zorg die daar aan besteed wordt en over de mensen die van ver kwamen, van Canada onder meer, om een familielid te zoeken en even bij hun dode soldaat te kunnen zijn. Hij kon er zo open en zo begaan over vertellen dat we, als we over de witte zerkjes keken, we bijna de familieleden zagen staan. Even strelen over het zerkje, een kransje neerleggen met klaprozen. We konden bijna het verdriet voelen van een familie die treurde om een dode jongen die ze nooit hadden gekend. We werden geraakt door een verdriet van mensen die wij niet kennen over dode jongens van generaties geleden.

Mensen kunnen soms van iets zo vol zijn dat hun hart ervan brandt. Als ze er dan over vertellen beleef je dat helemaal zelf mee.

Het evangelie van vandaag is het vervolg op het verhaal van de Emmaüsgangers. De twee hebben Jezus herkend toen hij bij hun thuis brood had gebroken en ze liepen terug naar de andere leerlingen. Die zaten bang, verslagen en verlaten bij elkaar te treuren om de dood van Jezus, om de teloorgang van hun idealen en hoop. Daar komen dan de twee aan met hun brandende harten, ze lopen over van die boodschap die ze terug hebben gezien nadat ze het erover hadden gehad met Jezus op weg naar hun huis. En dan komt de tweede keer dat Jezus er terug is, voor de leerlingen is het alsof Jezus er weer is, echt is. Hij is er echt, zegt het verhaal, tastbaar en voelbaar. “Betast mij maar”, zegt Jezus. Het verhaal van vandaag stroomt over van de vreugde van het herontdekken van de boodschap van Jezus. De leerlingen vinden elkaar terug in die boodschap die hen verbindt. En dan gaan ze eten. We zien dat in het evangelie vaak terug komen. Als er mensen samenkomen en echt samen zijn en hun levens bij elkaar leggen, gaan ze eten. Het is zo duidelijk bij de broodvermenigvuldiging waar enorm veel mensen samen gekomen zijn en waar ze begeesterd door de boodschap van Jezus alles wat ze hebben samen leggen, een paar broden en een paar vissen. Alsof ze zeggen: “Ik heb niet zoveel te bieden”. Maar op het einde is er veel meer over dan datgene waar ze ooit mee begonnen. Ze kunnen er niet genoeg van krijgen en het steekt de anderen aan. Als Jezus in de openbaringsverhalen terugkeert wordt er ook vaak gegeten. Bij de leerlingen in hun huis in Emmaüs en hier ook in het verhaal van vandaag. Samen eten wordt gelinkt aan de boodschap delen, het maakt het tot een feest.

Maar het verhaal van vandaag gaat niet alleen over de leerlingen die terug vervuld raken van die boodschap en die er weer helemaal door bevangen raken. Het gaat ook over het feit dat ze Jezus echt konden zien, konden voelen. Dat Hij er echt weer was, levend. Als mensen samen die boodschap delen kunnen we God zien. Dan kunnen we zien en voelen dat hij leeft. In die boodschap van liefde voor elkaar. Want daar gaat het toch om? In het liefhebben van andere mensen, in het respect dat we voor ze hebben, in de zorg die we voor elkaar dragen. Daar leeft God.

Ik zie Hem zo vaak. Ik kan Hem zo vaak voelen. Als ik op de pleegzorgdag een alleenstaande vrouw hoor vertellen over haar twee pleegkinderen op een manier dat de liefde eruit stroomt. Ze ging er zo in op dat ze er wel uren over kon vertellen. Dan heb ik Hem weer even gezien.

Ook bij mijn collega in Ieper die zo vol liefde kon vertellen over de zorg voor de dode soldaten en de families die hen na jaren komen opzoeken. Nu nog alle dagen, ook al zijn ze al tientallen jaren geleden gestorven. Ik zag toen niet alleen de mensen op het kerkhof, ik zag ook God tussen hen.

Als we dat kunnen, zulke liefde opbrengen voor elkaar, dan blijft Jezus levend onder ons. Alleen zo kunnen wij een echte christelijke gemeenschap vormen. Als we straks samen eten van het brood, wil dat zeggen dat we daar echt in geloven. In de zorg voor elkaar, dat we er voor elkaar willen zijn, graag zien. We kunnen Hem dan zien en echt voelen, een levende God.

Zoeken in Preken Online