We zochten U met angst

C-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

Kinderen kunnen geweldig lief zijn. Als zij lachen breekt ineens de zon door. Hoe graag nemen we zo’n kind in onze armen. Maar dat kind wordt groter, gaat zijn eigen wegen, heeft zijn eigen opvattingen, groeit van de ouders weg en zoekt liever contact met vrienden. Nauwelijks komt het thuis nog eten en slapen. Al de andere gebeurtenissen in het gezin interesseren hem of haar praktisch niet meer. Zijn dit niet de klachten van talrijke ouders?

En waarover klaagt de jeugd? Ik kan met mijn ouders niets aanvangen. De hele avond dat lusteloos en woordeloos voor-de-tv-zitten. Elke dag is precies hetzelfde. Met die sleur doe ik niet mee. Die conflicten kennen we al lang… generatieconflicten noemen wij ze. Zij behoren tot de dagelijkse zorgen van elk gezin. Veel ouders zijn radeloos, veel jongeren verbitterd.

Onlangs zei me een vader: ‘Ik weet niet wat ik nog voor mijn zoon kan doen. Naar de kerk gaat hij allang niet meer. Hij gelooft aan God noch gebod. Je weet niet hoeveel ik daaronder lijd. Wat moet ik doen? Geef me eens raad!’ Moet hij die jongen buitengooien? Moet hij hem links laten liggen? Moet hij hem zeggen: ga je gang maar, je zult wel zien waar je uitkomt. Welke vader of moeder zou dat eigenlijk kunnen?

Misschien helpt het evangelie ons vandaag een beetje verder. Daar gaat het ook om een conflict. De ouders van Jezus hadden hun zoon tijdens de tocht verloren en vinden hem tenslotte na drie dagen zoeken. Maria vraagt aan haar zoon: “Kind, waarom heb je ons dat aangedaan? Je vader en ik zochten je met angst.” Veel ouders kunnen die klacht met Maria herhalen: “Wij zoeken je met angst.” De scheiding tussen kind en ouders is voor de vader en de moeder een verschrikkelijke ervaring. En het antwoord van Jezus geeft schijnbaar geen oplossing voor de pijn van de ouders. “Wist gij dan niet dat ik in de dingen van mijn Vader moest zijn?”

Dit evangelie biedt inderdaad geen patent-oplossing voor alle generatieconflicten. Maar één zaak schijnt mij toch wel de moeite waard. Moesten de ouders van Jezus niet een leerproces doorma-ken, een leerproces dat ook alle andere ouders moeten doorma-ken? Moeten zij ook niet leren een kind te aanvaarden, welke vreugde of smart het ook meebrengt? Betekent dat niet: dat wij een kind ook moeten liefhebben, als het zijn eigen weg gaat? In dit verband heb ik een mooi Joods verhaaltje gelezen. Door een ongeluk stierven de enige kinderen van een gezin. De moeder vernam het het eerst. Toen de vader thuiskwam en naar de kinderen vroeg, probeerde de moeder hem te troosten met een gelijkenis: Iemand, zei ze, ging op reis en had mij een kostbare schat toevertrouwd. Bij zijn terugkeer zou hij die weer komen afhalen. Ik bewaarde die schat zorgvuldig alsof het mijn eigendom was. Maar onverwachts keerde de reiziger terug en kwam zijn schat terugvragen. Hopelijk heb je hem alles kunnen teruggeven, zei de man nu, voordat hij eigenlijk begreep wat er gebeurd was.

Kinderen worden ons door God toevertrouwd als leengoed, dat Hij op de bepaalde tijd van ons zal terugvragen. In deze zin dragen de ouders verantwoordelijkheid voor hun kinderen als trouwe zaakgelastigden. Daarmee zijn dan ook de grenzen bepaald voor de opvoeding. Zij moeten hun kinderen verzorgen met een liefde die niet wil bezitten. Zij moeten bereid zijn ze los te laten, zodra God dat verlangt.

Ondanks alle goede bedoelingen ervaren wij toch telkens weer dat die liefde dikwijls de menselijke krachten te boven gaat. Dan moeten wij terug naar de oorsprong. Hoe dichter bij de bron, des te helderder is het water. De bron van liefde is God zelf. Hij schenkt ons de kracht wanneer wij aan het einde van onze krachten zijn. God zelf toont ons hoe we elkaar moeten liefhebben. Hij bemint elke mens en laat toch aan elke mens zijn persoonlijke vrijheid. Telkens weer neemt God dit risico op zich. Hij wordt niet moe om de zondaars weer op te nemen en te vergeven. Het is goed dat wij daar af en toe eens aan denken. Wie zich aanvaard weet door de liefhebbende God, zal ook gemakkelijker bereid zijn om zijn familieleden te aanvaarden, hoe ze ook zijn, met hun zwakke en goede kanten. Ook als ze zich niet altijd gedragen zoals je het graag zou hebben.

Zoeken in Preken Online