Ieder kind is een vreemd gegeven. Elke geboorte is een vreemd gebeuren. Je kunt daar eventueel ook zakelijk over rapporteren. Dan spreken we van een kind dat gemaakt wordt of gekocht. Dat is grove en platvloerse taal. Nonsens. Wie bij een geboorte de romantiek vergeet en de vertedering, die snapt geen jota van het belangrijkste verhaal van het leven. De verschijning van het kind geeft mensen te dromen. De vrucht van hun schoot is méér dan het resultaat van twee cellen die zich in elkaar hebben genesteld en die werden opengebroken tot een nieuw product. Mensen met het hart op de juiste plaats ervaren dat anders. Het kind is meer dan het maaksel van twee mensen. Daarom wordt een geboorte meer dan geregistreerd. Geboorte wordt gevierd.
Eens, heel lang geleden, werd een zekere Samuël geboren. Een curieus geboorteverhaal. De moeder, Hanna, was onvruchtbaar. Ze was een vrouw met een gesloten schoot. Zo wordt dat in de oude bijbelse taal genoemd. Welnu, die schoot wordt geopend. God staat daar borg voor. God opent op leven en op toekomst. Dat is voor ons, moderne mensen, heel vreemd. Wij hebben geleerd de wetten van het leven te regelen en de geboorte te plannen. Wij zijn gelukkige beheerders geworden van timing en planning. Dat is ons talent. Met het verhaal van Samuël liggen we hopeloos overhoop. Wij weten beter.
De hele vraag is of dat wel zo juist is. De hele vraag is of wij met het weten der dingen niet het wonder der dingen hebben uitgevaagd? Daarom prikkelt ons die ‘wonderbare’ geboorte van een profeet. Samuël is zijn naam. Het kind Samuël is wel gewoon verwekt en geboren, maar zijn profetenziel werd niet door mensen geweven. Dat is van een andere orde. Dat komt uit een wereld waarin onze zielen worden gekneed uit een geheim dat ons te boven gaat. Voor de bijbelse mens heeft dat geheim te maken met Gods Naam. Als dat ons vreemd is vandaag, dan is dat omdat God voor ons een vreemde is geworden? Het zou ons ooit wel eens diep kunnen berouwen…
Indien het leven alleen maar gemaakt wordt, gaat het leven ons niet meer te boven. Dan is elke verwondering zoek en is elke poëzie verdacht. Voor dit soort mat realisme ga ik in elk geval niet door de knieën. Het kind echter gaat ons altijd te boven. Het is altijd meer dan een gewild of ongewild incident. We beledigen alle grote dichters als wij het begin van het leven herleiden tot zakelijkheid. Foei. Hanna en Samuël leren ons iets anders. Zij staan niet stil bij de verwekking van de mens. Zij openen onze ogen op de zending van de mens: de mens is tot iets geroepen. Hij is geroepen om het leven te dienen van de anderen. Dan pas is de mens goed geland op aarde. Dan is hij meer dan de vrucht van een dubbele schoot.
Zo zet het ‘primitieve’ verhaal ons op het juiste spoor. Het is ook het spoor van Jezus. Hij was méér dan het kind van Jozef en Maria. Hij was thuis in het huis van de Vader. Door deze vermaning mochten Jozef en Maria leren dat hun kind groter was dan zijzelf. Groter dan hun dromen. Groter dan hun verwachtingen. Dat is blijkbaar het geheim van elke familie: elke geboorte is een vreemd geschenk.
Dat geheim is welgevallig bij God en bij de mensen.