Verloren en gevonden

C-cyclus · Kersttijd · Heilige familie · wit

Het is vreemd, maar wanneer we het in de tekst van vandaag over de heilige familie hebben, dan gaat het daarbij over een conflict. Een conflict in de heilige familie.

Jezus is twaalf jaar oud, in een oudere traditionele maatschappij als die waarin hij opgroeide niet langer een kind, maar ook nog niet een man. Een heel moeilijke periode voor een opgroeiend kind, om maar niet te spreken van de ouders. Terwijl ze Jeruzalem uittrok merkte Maria, dat Jezus niet bij haar en de andere moeders was. Ze moet gedacht hebben: ‘Twaalf, hij beschouwt zich zeker als een man, hij wandelt met zijn vader en de andere mannen.’ Jozef. die op zijn beurt merkt dat Jezus niet met hem optrekt, moet gedacht hebben: ‘Twaalf, nog een kind, hij wandelt met zijn moeder.'

’s Avonds ontdekken ze pas, dat hij helemaal niet met hen opgetrokken is. Hij is nergens te vinden. Ze zijn ontsteld: ‘Hoe is dit mogelijk?’ De volgende dag lopen ze terug naar Jeruzalem, en daar vinden ze hem pas na drie dagen zoeken in de tempel. Hij is ze daar in die tempel vragen aan het stellen. De tekst zegt dat ze ‘het niet meer hadden’ toen ze hem zagen. Huilden ze, lachten ze, waren ze kwaad?

Het schijnt dat Maria hem een standje gaf. Ze zei: ‘Hoe kon je ons zoiets aandoen? Kwam het niet in je hoofd en hart op dat je vader en ik doodsbenauwd zouden zijn? We hebben drie dagen naar je lopen zoeken. Dacht je helemaal niet aan ons?’ Hij keek haar aan en zei: ‘Maar wist jij dan niet dat ik de wil van mijn vader moet doen? Wist je dan niet dat ik bezig zou zijn met de zaken van mijn vader?’ Het is alsof hij hun wilde zeggen: ‘Ik ben best bereid om naar jullie te luisteren, maar op de eerste plaats dat dien ik te luisteren naar God, mijn vader… Het is aan die vader dat ik denk, en waar ik op de allereerste plaats van houd.’ Maria begreep het niet allemaal, en Jozef dus natuurlijk ook niet. Maria bewaarde dit alles in haar hart. Ze begreep het later pas, toen ze onder zijn kruis stond. Er was iets in het leven van haar zoon dat alle aardse banden te boven ging. Het was iets dat ze leerde respecteren, en dat ook voor haar de uiteindelijke basis van haar bestaan geworden moet zijn.

Als wij het over de moeilijkheden in onze eigen gezinnen of andere vormen van samenleven hebben, dan kan er heel wat op tafel komen: ruzies, trouweloosheid, verraad, de weigering om naar elkaar te luisteren, financiën en van alles. Het is echter de vraag of we bij al die conflicten de moeilijkheid aantreffen, waar het hen daar in Nazaret om ging. Vragen wij onszelf in al die discussies ooit af, of we realistisch en concreet geïnteresseerd zijn in de wil van God en het realiseren van Gods plannen met deze wereld?

Het is de moeite waard om je dat af te vragen. Sluiten we onszelf niet te vaak op in onze eigen affaires? Staan we in onze samenlevingen als gemeenschappen open voor de wijdere belangen van deze wereld? Problemen zoals vrede, rechtvaardigheid, eenheid en liefde? Is er een ‘uiteindelijke’, dat wil zeggen een eschatologische dimensie in ons leven? Zou een ons openen naar die belangen niet kunnen helpen om te ontkomen aan al de kleinigheden die ons nu vaak in onze moeilijkheden met anderen bezig houden? Of om die minstens wat te relativeren?

Jezus ging met hen naar huis. Hij luisterde naar zijn ouders, aldus onze tekst. Maar toch was alles veranderd. Ze wisten nu wat zijn eerste keuze zou zijn bij alles wat hij deed. Het was op de allereerste plaats de relatie tot zijn vader, die zijn leven zou gaan bepalen. En hetzelfde gold voor zijn ouders, voor Maria en Jozef. Het is op die manier dat hun familie ‘heilig’ en ‘geheiligd’ was.

Zoeken in Preken Online