Het openbare leven van Jezus begint met een doopsel. Dat is voldoende bekend. Maar wat minder bekend is, is dat het openbare leven van Jezus eindigde met een doop. Want in Lucas 12,50 horen we - jaren na Jezus’ doop door Johannes - Jezus zeggen: ‘Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik me totdat het volbracht is’. Het zal na dat vreselijkste uur van dat tweede doopsel zijn, dat wij Hem horen zeggen: ‘Het is volbracht’. Maar er zijn wel verschilpunten tussen dat eerste en tweede doopsel.
Bij het eerste doopsel zegt de Vader: ‘Deze is mijn welbeminde Zoon’. Bij het tweede doopsel zegt de Zoon: ‘God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’. Bij het eerste doopsel ging de hemel open. Bij het tweede doopsel viel er duisternis over het hele land. Bij het eerste doopsel kreeg Jezus de Geest. Bij het tweede doopsel gaf Jezus de Geest. Bij het eerste doopsel vloeide er water. Bij het tweede doopsel vloeiden er water en bloed.
Het is goed voor te stellen dat Jezus bij het tweede doopsel zei: ‘Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is’.
Het eerste doopsel van Jezus kunnen wij zien als een begin. Met een nog niet weten waar het naar toe gaat. Een belofte van trouw zonder te vermoeden wat die trouw gaat kosten. Een keuze vol enthousiasme, een liefdesverklaring zonder restricties, een priesterwijding in stralende zon, een huwelijksdag met veel muziek. Misschien mogen wij dat eerste doopsel zien als een keuze, als een aanvaarden van een opdracht, zonder te vermoeden wat die opdracht allemaal inhoudt. Misschien mogen we Jezus bij deze eerste keuze roekeloos noemen. Want iedere idealist is ergens roekeloos, neemt een risico met zichzelf, overschat zijn eigen krachten, en blijkt toch in staat zijn ideaal te bereiken.
Bij zijn eerste doopsel neemt Jezus een taak op zich. Jesaja levert er dit commentaar bij: ‘Hij roept niet. Hij schreeuwt niet, en op straat verheft Hij zijn stem niet. Het geknakte riet zal Hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven. Onvermoeid en ongebroken zal Hij op aarde gerechtigheid laten zegevieren’. Dat is inderdaad in overeenstemming met wat Jezus na zijn doopsel doet: Hij ging wel-doende rond. Toen kwam het moment dat Hij tot de conclusie kwam: een profeet is in zijn eigen land niet geëerd. Zijn opdracht bleek zwaar. Maar toen pas bleek ook zijn trouw.
Wij zijn vaak tot veel grotere dingen geroepen dan waartoe wij in staat zijn. Het is dikwijls meer een kwestie van gekozen worden dan van te kiezen. Zoals iemand zei: ‘Ik ben niet zo moedig, maar de mensen verwachten het van me’. We werden gekozen tot het leven.
Men kan niet zomaar op een keuze terugkomen. We kregen een bepaalde vader en een bepaalde moeder. Ook die keuze werd niet door ons gemaakt. Nu zal ieder kind wel eens de neiging hebben jaloers te zijn op andere kinderen, die een vader en een moeder hebben die veel rijker zijn, of van wie ze veel meer mogen. Het is dwaas deze keuze ongedaan te maken. En de meeste van ons zouden dat ook niet willen. Toevallig waren onze ouders misschien katholiek en Belg. In feite hebben zij gekozen voor ons dat wij christen zouden zijn en Belg. Wij zouden op deze keuze terug kunnen komen, maar dan moet het voor ons toch wel onmogelijk zijn nog langer christen te zijn of Belg. De argumenten om het niet meer te zijn moeten veel en veel zwaarder wegen dan de argumenten om het te blijven. Het leven zou onmogelijk worden. Iedere ontwikkeling zou tot stilstand komen als iedereen steeds op een gemaakte keuze terug zou komen.
De meesten van ons hebben een bepaalde man of vrouw ontmoet waarmee we getrouwd zijn. En al zal er wel eens een moment zijn waarop we zeggen: wat ben ik een ezel geweest… Het argument om terug te komen op deze keuze zal heel wat zwaarder moeten wegen dan het argument om deze keuze door te zetten. Terugkomen op een gemaakte keuze betekent tijdverlies en meestal een stuk verloren leven.
Zo hebben de meeste mensen gekozen voor een bepaald vak. Zij kunnen op die keuze terugkomen, maar dat betekent een heel stuk verloren tijd toen zij zich voorbereidden op dat vak. Daarom zal men dit alleen doen om een heel zware reden.
Wat is nu de moraal van dit verhaal? Als we ooit een keuze hebben gemaakt, dan komt ongetwijfeld het moment dat je terug wilt komen op die keuze. Dat je met Jezus zegt: ‘Ik voel me beklemd’. Dan wil je eigenlijk terug. Maar dan verbleekt de glans van je eerste keuze. Toen ging namelijk de hemel open. Toen kreeg je de Geest. Nu ontvalt je iedere geestdrift.
Iedere idealist is ergens roekeloos. Iedere idealist overschat bij zijn eerste keuze zijn krachten. Dat is misschien bij Jezus ook het geval geweest. Maar Hij is niet op zijn eerste keuze teruggekomen. En toen Hij zei: ‘Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten’, kon Hij later toch nog zeggen: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest’.
Wij moeten niet te gauw terugkomen op een eens gemaakte keuze.