De doop van Jezus

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Lucas besteedt maar twee zinnen aan Jezus’ doopsel door Johannes. Al het volk liet zich dopen, Jezus ook. Na zijn doopsel begint Jezus te bidden. Tot op dat ogenblik was hij juist zoals al de anderen. Hij viel niet op. In het relaas van Lucas schijnt hij zelfs Johannes niet opgevallen te zijn. Hij werd gewoon gedoopt zoals alle anderen. Een onder de duizenden. Terwijl hij aan het bidden is, verandert dat. De hemel gaat open, de heilige Geest daalt over hem neer in de gedaante van een duif, en er komt een stem uit de hemel, die zegt: ‘Jij bent mijn zoon, mijn welbeminde, in jou heb ik mijn welbehagen gesteld.'

Er zijn hier drie gegevens, drie feiten, en drie personen. Er wordt zo iets gezegd over God, maar ook over Jezus. Geen ingewikkelde drievuldigheidstheologie, maar een blik in een open ‘hemel’, een blik op de goddelijke dynamiek. Werd er ook iets gezegd over ons, over de mens? Onmiddellijk na dit relaas geeft Lucas de genealogie, de menselijke afkomst van Jezus. Het is alsof hij bang is dat wij zo overdonderd zullen zijn door deze hemelse Jezus, dat we zouden vergeten dat hij als mens een van ons was, en dus ook is.

Gaf zijn doopsel iets aan die mens Jezus dat hij van te voren nog niet had? Dat is een moeilijke vraag. Het antwoord is ja en neen. Hij bleef degene die hij was. Hij werd niet plotseling de welbeminde, de zoon, op het ogenblik dat de hemel opende. Toch schijnt Jezus op dit gebeuren te reageren alsof hij nu onverwacht door het vuur van de Geest is getroffen. Hij gaat niet meer terug naar Nazaret, maar naar de woestijn. Hij komt uit die woestijn om zijn ministerie in deze wereld te beginnen. Er moet met hem bij die opening van de hemel iets gebeurd zijn. Begreep hij plotseling iets, voelde hij ineens aan waarover het ging?

Ons eigen doopsel wordt tegenwoordig vaak vergeleken met een initiatierite. Sommige theologen noemen het zonder meer een inwijdingsrite. Is Jezus’ doopsel te vergelijken met wat er gebeurt bij een dergelijke rite?

Een initiatierite is een merkwaardig iets. Zo’n rite geeft je eigenlijk niets, maar het formaliseert iets. Neem de jongelui, jonge mannen en vrouwen, die in Afrika door een initiatierite het volwassen leven binnengeleid worden. Die rite geeft hun niet het vermogen moeder of vader te worden. Die potentie is er al. De rite maakt die mogelijkheid officieel, ze formaliseert die in het openbaar, in de gemeenschap. Van de ene dag op de andere worden ze van kinderen volwassenen. De rite geeft dus niet iets nieuws, er is geen wezenlijke verandering, geen lichamelijke verandering door de ceremonie.

Als ons eigen doopsel een initiatierite is, dan geldt ook hier dat er niets nieuws wordt gegeven, maar dat er iets bestaands aan het licht komt en op een nieuwe manier ervaren wordt. De ervaring dat wij allen - hoewel niet op precies dezelfde wijze als Jezus - ons op drie manieren tot God verhouden, en daar in ons leven rekening mee dienen te houden. Dit alles lijkt misschien abstract getheoretiseer. Dat is het niet, het is een uiterst praktische overweging.

De Ghanese theoloog John S. Pobee, een van de secretaris-sen van de Wereldraad van Kerken in Genève, vroeg zich in het enkele jaren geleden gepubliceerde boek Wie zijn de armen? af, hoe het mogelijk is dat wij christenen armoede tolereren in de wereld. Hij meent dat het iets te maken heeft met het verschil-denken dat inherent is aan onze alledaagse christelijke theologie. Christenen zijn er, meent Pobee, vaak van overtuigd dat zij als christenen door hun doopsel iets hebben dat anderen niet hebben. Ze menen dat het doopsel hen veranderde, en wezenlijk anders maakte dan niet-gedoopten. Priesters hebben weer iets meer dan de gedoopten, en bisschoppen op hun beurt weer meer dan priesters. Arm of rijk zijn is zo een theologisch gegeven. Het is dus eigenlijk doodgewoon. Er zijn nu eenmaal hebbers en niet-hebbers. Terwijl Petrus in de tekst uit de Handelingen van de apostelen van vandaag juist zegt: ‘Nu besef ik pas goed, dat er bij God geen aanzien des persoons bestaat.’ Het kan verkeren.

Zoeken in Preken Online