Bericht per duivenpost (1998)

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

MATTHEüS SCHRIJFT GEEN RODDELKRANT


Enkele jaren geleden was er in Kunrade een prins Carnaval gekozen die een vriendin bij zich had. In de verenging ontstond een goedmoedige ruzie die ertoe leidde dat een krant mij opbelde. Ze wilde wel eens weten wat de pastoor vond. Ze gingen van de foute veronderstelling uit dat het de kerk was geweest die de reglementen van de carnavalsvereniging had gedicteerd. Ik was zeer op mijn hoede. Ik formuleerde een sjieke nietszeggende zin. Zoiets als “het komt niet aan mij toe om een oordeel te hebben, laat staan uit te spreken, over het privé-leven van de prins….” De zaterdag daarop werd ik in de krant aldus geciteerd: “De pastoor zal het worst wezen.” Toen de prins enige tijd later met zijn vriendin in de kerk verscheen om te trouwen heb ik hen als geschenk tijdens de preek een worst aangeboden. Ik wil maar zeggen: kranten en weekbladen hebben niets aan evenwichtige uitgewogen verklaringen. Die proberen juist sappig nieuws te krijgen en daarvoor worden meningsverschillen uitvergroot en door de sensatiepers ruzies verondersteld waar ze niet zijn.
Wel, de evangelist Mattheus heeft die neiging niet. Integendeel. Hij probeert juist om meningsverschillen toe te dekken en eenheid te suggereren waar ze niet was. Ik heb het over de relatie tussen Jezus en Johannes de Doper.\

GOD KOMT NIET ALS EEN STEEN MAAR ALS EEN DUIF

Veel wijst erop dat Jezus een leerling van de Doper is geweest of een medestudent. Beiden wijzen zij voortdurend naar elkaar en leven met elkaar mee. Ook de buitenwereld legt verband tussen de twee mannen. Ze spreken allebei over het koninkrijk van God dat dichtbij is. Dat is hun gezamenlijke overtuiging. Maar voor de Doper is dat een dreigende gedachte. “De bijl ligt aan de wortel van de boom…”, zegt hij en “de Mensenzoon zal het kaf verbranden in onblusbaar vuur…” Bij Johannes valt het Rijk van God als een vernietigend gericht over de wereld, te vuur en te zwaard.
Jezus heeft meer van Jesaja die zingt over Gods knecht als iemand die het geknakte riet niet breekt en de kwijnende vlaspit niet dooft. Bij Jezus valt het Rijk van God niet met geweld uit de lucht maar het land zo zacht als een vogel met zijn tere pootjes maar landen kan en het komt neer op ieder persoonlijk als een duif uit de hemel.
Het lijkt erop alsof het Rijk van God bij de Doper eerder een politieke werkelijkheid is, een maatschappelijke omwenteling waarbij de hemelse machten ingrijpen op aarde. Bij Jezus is dat Rijk dichterbij, iets intiemers. Het raakt de mens persoonlijk het breekt door in een kleine kring getrouwen. Het kan vandaag aan mij geschieden.\

HET EVANGELIE VAN THOMAS

Wij kennen vier evangelies, maar er zijn er meer geweest. Op zeker ogenblik is de kerkleiding wildgroei gaan bestrijden. Er werd besloten om de gelovigen vier levensverhalen over Jezus aan te bieden. De anderen werden ongeldig verklaard maar werden natuurlijk nog steeds gelezen en hadden ook zeker hun invloed op de kerkelijke feesten en de volkse opvattingen. In de afgelopen eeuw werd de tekst herontdekt van het zogenaamde evangelie van Thomas. Men wist dat het bestond uit andere bronnen, maar nu had men het in handen. Het blijkt dat de tekst grote denkers als Augustinus heeft geïnspireerd, maar ook groeperingen als de gnostici en de katharen. Het evangelie van Thomas kan afkomstig zijn uit de eerste christengemeente in Jeruzalem die zich joods voelden op de wijze van Jezus. Het bestaat uit een honderdtal uitspraken van Jezus. Sommige daarvan komen ons erg bekend voor; anderen klinken nieuw.
Ik lees u een stukje voor:

‘Jezus zegt: Als jullie overheid beweert dat Gods Koninkrijk in de hemel is,
realiseer je je dan dat de vogels jullie vóór zullen zijn.
Als zij beweren dat het in de zee is, dan zullen de vissen jullie vóór zijn.
Maar het koninkrijk van God is binnen in jullie…
Iedereen die zichzelf zal kennen, zal het ontdekken.
Als je jezelf kent zul je beseffen dat je kinderen bent van de Levende Vader.
Maar als je jezelf niet kent dan verkeer je in armoede en ben je armoede.’\

“JIJ BENT MIJN LIEF KIND”

Het lijkt wel alsof Mattheus dit vandaag beschrijft. Jezus leert zichzelf kennen bij de doop. Hij voelt zich niet bedreigd of veroordeeld door God, hij weet zich bemind. “Jij bent het kind van mijn hart…” Het kwaad in de wereld komt voort uit het onbemind zijn. Geweld en vernieling, roof en plundering, uitbuiting en minachting ontstaan in het brein van mensen die niet bemind zijn, die de zin van hun bestaan tevergeefs blijven zoeken in daden die angst en schrik zaaien, in daden die opzien baren. Het is essentieel voor elke mens dat hij een stem uit de hemel hoort: “Jij bent mijn geliefde dochter, jij bent mijn beminde zoon…? Het is essentieel voor elke mens dat hij de trots ervaart van zijn ouder. Het is essentieel voor elke gelovige dat hij zich door God, door het leven zelf, gewaardeerd weet. Dat zegt de doop.\

DE BISSCHOP EN DE KAPOTTE MICROFOON

Lieve kinderen. Soms hebben we in de kerk makkelijk praten. Soms zeggen we maar wat. De mensen lezen een tekst voor uit een boekje. Maar of ze het er echt mee eens zijn…? Of ze er over hebben nagedacht? Een paar jaar geleden was de bisschop in de kerk om kinderen te vormen. Hij loopt naar de microfoon. Per ongeluk stond die niet aan. De bisschop zei (uitdoen!): “Doet dat ding het niet?” (aandoen!) En de hele kerk antwoordde in koor: “En met uw Geest…!” Nee, het kan geen kwaad als wij wat beter nadenken over wat we hier zeggen. Sommige zinnetjes in de kerk lijken zo gemakkelijk, maar ze zijn heel erg ingewikkeld. Bijvoorbeeld als je zegt: God houdt van alle mensen” Dat klinkt toch goed. Maar dalijk ben je op school en dan komt dat ene ettertje weer plagen… Geloof je dat God van dat ettertje houdt? Zie je, dat is best heel moeilijk. Of je bent zelf vervelend geweest. Iemand vroeg om je auto te lenen en je zei boos ’nee’ en je liep weg en toen was je de hele middag alleen en nou vind je jezelf een vervelend kind. Kun je dan geloven dat God van je houdt, dat hij glimlacht en zegt: “Toe maar”? Toch wil Jezus dat we zo kijken naar alle mensen om ons heen: als vrienden en vriendinnen van God. Ik weet nog goed dat ik dit een keertje op school vertelde en dat André toen geschrokken riep: “Houdt God ook van de dieven?” Ja, André, God houdt niet van stelen maar wel van de dieven. En als de dieven dat wisten, dan hielden ze misschien op met stelen. Dus denk er goed over na. En als ik zeg: (micro uitzetten) “God houd van alle mensen” (aanzetten) zeg dan niet “en met uw geest…!”

Zoeken in Preken Online