De Geest van God aanreiken

C-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Johannes de Doper doet vandaag als de schoolmeester uit mijn jeugd: ’terugroepen.’ Het was in de tijd van vorst en dooi, sneeuwen modder. Dan stond hij daar bij de vloermat aan de ingang van de school. En wij moesten er langs. Als je dan je voeten niet goed had geveegd, dan floot hij je terug en je kon het opnieuw doen, extra goed en extra lang.
Johannes doet vandaag ook zoiets: terugfluiten. Wat is het geval: hij is bezig te dopen op de grens van woestijn en beloofde land, de drempel van Israël. Een zwaar bewaakte grens. Je zou kunnen zeggen: hij is bezig met dopen op de grens tussen binnen en buiten; tussen schaarste en overvloed; tussen duisternis en licht; tussen vrijheid en slavernij.
Lang geleden waren de joden door de Jordaan heengetrokken bij Jericho, de palmenstad. Als een soort reiniging hadden ze dat beleefd. Eindelijk al die slavernij afschudden, eindelijk jezelf reinigen van de ellende, want het slaafse, smerige ongeregelde leven was nu voorbij.
Eindelijk vrij, eindelijk een menselijk bestaan. Maar hoe gaat dat met mensen? Ze willen wel nieuw zijn en vrij, maar de oorspronkelijke bedoelingen worden zo gauw vergeten. Denk maar aan onze vijfde mei.
Wat Johannes vandaag doet is ’terugfluiten’. Die mensen, ooit weggehaald uit onderdrukking en tot vrijheid gedoopt, worden nu weer teruggehaald naar hun oorspronkelijke bedoeling. Door allerlei oorzaken heeft die reiniging geen stand gehouden. Er is allerlei vervuiling opgetreden. Johannes roept ze terug naar hun bron: bekeert u. Hij Iaat ze de daad bij het woord voegen. Terwijl ze door de Jordaan gaan, herinneren ze zich waartoe ze geroepen zijn: vrije mensen in een vrij land. Geestrijke mensen bereid tot het werkelijke goede. En ook Jezus! Hij hoort immers tot dit volk en deze traditie, ook Jezus sluit zich aan bij deze beweging van Johannes. Hij heeft er nooit misverstand over laten bestaan, bij welke groep Hij wilde gerekend worden. Ook Hij gaat door de Jordaan, terwijl Hij zich bezint op dit aloude gebaar.
Terwijl Hij overweegt, waartoe een gedoopt mens geroepen is, gebeurt er Iets bijzonders. De evangelist beschrijft, hoe hij de Geest echt, in lichamelijke gestalte, ziet neerdalen: Jezus wordt gedoopt, niet met water alleen maar met heilige Geest. God doopt Jezus met geestkracht, met zijn goddelijke energie en leven. Vanaf het begin van zijn optreden zal Hij zijn: Zoon van God. ‘Jij bent mijn Zoon, mijn geliefde.’ En in de kracht van die aanstelling gaat Jezus zelf ook dopen met heilige Geest.
Precies dat is de opdracht, die wij eveneens kunnen horen: gedoopt als wij zijn met heilige Geest, mogen wij elkaar dopen in geestkracht. Ouders, kinderen, mannen en vrouwen, parochianen. De hemel doet het ons voor. Als in een flits wordt dat duidelijk, helder verlicht. Mensen zullen elkaar de Geest van God aanreiken. Ik denk, dat zoiets opvoeding heet, samenleving, huwelijk, parochie: elkaar de Geest van God aanreiken. Keuzes maken voor het goede. En wat dat is? Tegen elkaar zeggen: jij hoort bij mij. Wij zijn geroepen om in te sluiten, niet om uit te sluiten. Het is onze roeping om de kwijnende vlaspit niet te doven - we hebben het zojuist gelezen - , om het geknakte riet niet te breken. Wij zijn geroepen om geestkracht door te geven. Ook aan gastarbeiders? Ja zeker. Ook aan samenwonenden? Ja zeker. Aan mensen van het woonwagenkamp? Ja zeker. Aan verkeerszondaars? Ja zeker. Maar dat kan ik niet alleen. Samen wel?
Wat in het evangelie in één moment wordt geschilderd: de hemel open en een stem die zegt: ‘Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde’, is een opdracht voor een heel leven. Het begint bij de doop, maar u weet evengoed als ik, dat de doop niets voor stelt, als hij geen vervolg kent. Wanneer wij elkaar niet dopen met heilige Geest, dan wordt het doopsel met water een krachteloos en hol ritueel.
Johannes fluit ons terug, zoals die schoolmeester van vroeger. ‘Voeten vegen’, zei die man. Denk aan je roeping, denk aan je taak, zegt Johannes de Doper, als je het vergeten mocht zijn. Er is maar één ding belangrijk: geestkracht doorgeven aan elkaar en zo een land van vrije mensen bevolken.

Zoeken in Preken Online