Het volk keek toe

C-cyclus · Tijd door het jaar · Christus koning · wit

Het volk keek toe. Het zweeg. Het zegde niets. Al de anderen spraken. De oversten spraken, de soldaten spraken, de misdadigers spraken. En Jezus sprak ook. Het volk keek alleen maar toe. Dat frappeert mij, omdat we Lucas lezen en Lucas is volksvriendelijk.

Hij heeft het altijd in het volk gezien: met het volk wilde Jezus in Jeruzalem aankomen. Maar nu ze zijn aangekomen, kijkt het volk alleen maar toe. Jezus hangt aan het kruis, maar de vrienden zwijgen. Ze zijn echter wel aanwezig. Ze staan er: de vrouw met de genezen hand, de jongste zoon, de tollenaar die op een afstand in de tempel stond, de barmhartige Samaritaan, de vrouw met de rechte rug, de vrouw met het verloren muntstuk, de mens die als het honderdste schaap gevonden werd, de herders en de barbiers. Ze waren er allemaal: hun vriend werd gedood. De machtigen die Hij onttroonde, ze waren er. Zij voerden het hoge woord. De kleinen die Hij in de hoogte wilde steken, waren er ook maar zij spraken geen enkelwoord. Voor Lucas is dat zwijgen veelzeggend. Het is voor hem een sprekend teken.

Eens heb ik een mens begraven. Zijn hele leven had hij gegeven voor daklozen, drankverslaafden, ex-gevangenen en landlopers. Nooit heb ik deze mensen in de kerk gezien. Maar op die ene dag, toen ‘hun’ pater begraven werd, waren ze er. Allemaal. Ze waren er. Ze zwegen. Hun aanwezigheid zegde alles. Ze zaten in de kerk stil en dankbaar, machteloos en woordeloos te applaudisseren. Hun vriend was weg. Hij was dood. Ze hadden veel verdriet. Dat las ik in hun doorlopen ogen.

In die sfeer vieren wij vandaag het feest van Christus, de Koning van het heelal. Zo gezien, is er niet veel koninklijks aan het hele gebeuren. Jezus hangt hier aan het kruis, omdat Hij de verkeerde keuze maakte. Daarom wordt hij vandaag weggehoond, uitgelachen, verworpen, gekruisigd. Indien Hij wat flexibeler was geweest en wat handiger, wat diplomatischer en wat zachter in zijn uitdrukkingen, dan was alles anders gelopen. Dan was Hij de hemel in geprezen met heilige palmen en psalmen… door de groten der aarde die altijd woorden hebben. Dan zou het volk ook gezwegen hebben… omdat ze niets te zeggen hadden. Dan zouden ze zijn weggebleven, omdat Hij hen niet had geraakt. Dan waren ze niemandsmensen gebleven. Zoals altijd.

Maar nu staan ze daar, de kleine echte vrienden. Gelukkig mogen ze nog één woord horen: ‘Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.’ Dat zegt Jezus tot ook een veroordeelde, tot ook een verworpene… Het volk heeft het gehoord. Van op zijn kruis heeft Jezus nog eens gezegd wat het volk wilde horen: Hij beloofde het paradijs aan mensen die het nooit aandurfden van een paradijs te dromen. Jezus beloofde het, ook in zijn laatste uur. Daarop heeft het volk gezwegen, uit onmacht, zoals altijd. Maar het had zijn laatste woord gehoord: ‘Heden zult gij met Mij zijn in het paradijs.’ Daarop zijn ze weggegaan. Ze wisten genoeg.

Jezus was de Koning van hún heelal.

Zoeken in Preken Online