Als Jezus aan het kruis hangt tussen twee moordenaars, staat het volk erbij en kijkt ernaar. Ze staan ook te luisteren. In Lucas’ relaas spot dat volk niet met Jezus. Ze zien hoe de soldaten boven zijn hoofd een opschrift bevestigen in maar liefst drie talen. De drie wereldtalen van de plaats en de tijd waarin hij sterft: Grieks, Latijn en Hebreeuws. De tekst luidt: ‘Koning van de joden’. Het volk, maar vooral zijn vriendinnen en vrienden, die ondanks zijn smadelijke afgang toch van hem houden, en dus ook nu nog in hem geloven, moeten zich afgevraagd hebben hoe hij dat koninkrijk ooit zou kunnen klaren. Hoe zou hij zijn macht ooit kunnen bevestigen? De wereld scheen rond hem uit elkaar te vallen. De scène rond het kruis laat niets anders dan verdeeldheid zien. Magistraten en priesters die hem zelfs op het kruis nog niet met rust laten, en soldaten die - hem wat zure wijn gevend - toch blijven bespotten. Geen wonder dat het woord ‘koning’ bespottelijk klonk. Hoe zou de man, doodbloedend op dat kruis, van zijn wonden maar vooral van de wonden die geslagen werden tussen hem en al die anderen, ooit kunnen genezen? Een vraag die in onze geschiedenis niet alleen maar rond zijn kruis klinkt.
Dat is de vraag na de holocaust, maar ook na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Dat is de vraag iedere keer als er iemand in onze eigen dagen lijdt en sterft aan menselijk verraad, of door menselijk falen. Hoe kan onze wereld helen van de trauma’s en wonden van slavernij, discriminatie, apartheid, terrorisme, rassenwaan, kindermisbruik, volkerenmoord, drugshandel, zwendel en corruptie. Het zijn die vragen, die ons in laatste instantie, als de andere al beantwoord zijn, van elkaar gescheiden houden.
De geneesheer Lucas komt met enkele exclusieve gegevens om dat probleem op te lossen. Extra informatie die volgens hem het geneesmiddel is. Hij vermeldt die remedie tweemaal tijdens het lijdensverhaal van Jezus. Voor de eerste keer in vers 34a; de laatste versregel voor het begin van de tekst van deze laatste zondag door het jaar. In dat vers bidt Jezus: ‘Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen.’ Een tekst die niet helemaal zeker is. Ze komt in sommige van de oudste en beste manuscripten niet voor. Lucas komt een tweede keer terug op die vergiffenis, en nu vermelden alle manuscripten de tekst wel. Het is als Lucas rapporteert hoe een van de moordenaars naast hem naar Jezus omkijkt, het voor hem opneemt en tegen hem zegt: ‘Jezus, denk aan mij wanneer gij in uw koninkrijk gekomen zijt.’ Jezus antwoordt hem daarop: ‘Voorwaar, ik zeg u, vandaag nog zult gij met mij zijn in het paradijs!’ De moordenaar blijft vaag in zijn verzoek: ‘… wanneer je er aankomt!’ Jezus is heel precies in zijn antwoord: ‘… vandaag nog!'
Vergiffenis is de enige weg die ons openstaat om het verleden te herstellen, en om breuken te helen. Er is geen enkele andere weg. Het is de koninklijke weg! Dit blijkt niet alleen maar uit deze twee exclusieve gezegden van Jezus in het evangelie van Lucas. Als Johannes vertelt van Jezus’ verschijningen na zijn verrijzenis, is het eerste wat Jezus keer op keer doet, hun ‘Vrede’ toewensen. De eerste keer dat hij dat doet, verbindt hij die wens met de gave van vergiffenis.
Vergeven is niet gemakkelijk. Vergiffenis is onmogelijk als je van jezelf meent dat je nooit onrecht bedreef. Weten van eigen falen maakt vergiffenis niet alleen mogelijk, maar ook noodzakelijk. Hoe zouden we ooit met elkaar kunnen samenleven zonder vergeven te worden en te vergeven? In Lucas zijn de woorden van die moordenaar de laatste woorden die Jezus hoort voor hij sterft. In het relaas van Lucas is het ook zijn laatste menselijke troost en affirmatie.
Als die moordenaar zich naar hem keert, wordt de grondslag voor de nieuwe wereld gelegd. Terwijl het volk nog steeds staat te kijken, terwijl bijna iedereen hem verlaten heeft, zijn het de blik en de woorden van die moordenaar op het kruis, die de overgang vormen naar zijn koninkrijk. Nog eenmaal bidt hij, maar nu tot God: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest!’ Het wordt heel donker. De zon schijnt niet meer. Het oude is voorbij, het nieuwe begonnen. Proficiat!