Visser naast God

C-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Bij de voorbereiding van een preek stellen wij ons voor wie de mensen zijn, die de preek zullen horen. Hoe zal het woord dat we spreken ontvangen worden, zal het overkomen? We zoeken naar woorden en voorbeelden om het evangelie zo dicht mogelijk te brengen naar uwen ons leven. Maar tegelijkertijd weten we: hoezeer we ook ons best doen, er zijn andere factoren in het spel, die er voor zorgen, dat het woord wel of niet kan worden ontvangen of gehoord. We noemen er enkele: of u gisteravond vroeg of Iaat naar bed bent gegaan; wat voor een week u achter de rug hebt; of u op dit moment verdrietig bent of zorgen hebt; of er een zieke is in uw familie; of u het koud hebt of juist niet; of u het gemakkelijk vond om vanmorgen naar hier te komen of niet. Al die dingen, en misschien nog veel meer, zorgen ervoor of het woord wel of niet bij u kan binnenkomen.

Zo vergaat het niet alleen degene die de overweging houdt, maar ouders evengoed. U kunt van uzelf vinden dat u een goede opvoeder bent, of minstens dat u uw uiterste best doet, en toch weet u, dat andere factoren ook invloed hebben op uw kinderen, en dat het leven soms heel anders kan uitpakken dan u hoopt of verlangt.

Petrus is een goeie visser mogen we aannemen, in ieder geval een harde werker: ‘De hele nacht hebben we gezwoegd.’ Maar de vis gedroeg zich die nacht naar zijn eigen wet en hij ontsnapte aan het net van de visser. Het is Petrus niet gelukt, want er zijn nog meer factoren die invloed hebben dan alleen je vak verstaan of ijverig zijn. Mensen moeten dat Ieren, de leerlingen ook. Het lijkt wel of Jezus daar nog een schepje bovenop wil doen. Hij lijkt te zeggen: nu zullen we het echt moeilijk maken. Nu werk je niet ’s nachts, wanneer de vis zich makkelijker Iaat vangen, maar overdag. En nu blijf je niet aan de ondiepe kust, maar vaar je naar het diepe. Zo moeilijk mogelijk. Gooi dan je netten uit. En, -0 wonder -, dan lukt het overvloedig. Daar wordt Petrus aangeraakt door God. Plotseling ziet hij, dat het niet alleen van hem afhangt.

De werkelijkheid, waarin wij leven is veel groter en ruimer dan wij kunnen denken, wij kunnen haar niet met onze handen of met ons verstand bevatten. Dat is vaak spijtig en je zou willen dat het anders was. Maar het kan ook helpen. En daarom is ons dit verhaal gegeven. Het verhaal van het onmogelijke dat mogelijk wordt. Wij moeten Ieren inzien, dat het leven ons gegeven wordt. Hoezeer we ook ons best doen, soms worden we niet verstaan. Ouders bedoelen en willen goed en toch kiezen hun kinderen een andere weg. Uitstekende arbeiders worden aan de kant geschoven en werkeloos. De leerlingen moeten schijnbaar datzelfde doormaken, voordat ze de opdracht krijgen om ‘mensen te vangen’. Want het zou kunnen gebeuren, dat je bij het ‘vangen van mensen’ gaat denken, dat het alleen van jou afhangt. Of het zou kunnen zijn dat je mensen gaat vangen, niet om ze vrij te maken, maar om ze te kleineren, om ze jouw wil op te leggen en te zeggen hoe jij het wil hebben, want zoals jij het wil hebben, zo zal het zijn.

Om dat af te Ieren, moeten wij door die ervaring van Petrus heen. Als je geroepen wordt tot het ‘vangen van mensen’, dan word je geroepen om met open handen te ontvangen, en dan mensen te brengen in de ruimte van zichzelf en van de vrijheid.

In de lezingen van deze dag horen we het verhaal van mensen, aangeraakt door God en zodoende genezen van hun eigenmachtig-heid. Jullie zijn niet alleen en niet als enige verantwoordelijk. Zoiets kan ons ook gebeuren, aangeraakt worden door het wonder van het leven, zoveel groter en verrassender, dan wijzelf kunnen bedenken of tot stand brenger. Het goede is niet alleen onze prestatie, het kwade niet alleen onze schuld. Zo worden we bevrijd van al te zware plicht, onze rol kan bescheidener worden, ons vertrouwen groter. Visser naast God, je bent niet alleen. Zo mag je leven en werken samen met God. Iemand vroeg eens: Kun je geen goed mens zijn zonder Jezus? Kunnen we niet zonder geloof, zonder kerk? Ja zeker, maar je loopt juist als goed mens het gevaar, dat je verdrinkt in eigenmachtigheid. Juist omdat je zo overtuigd bent van jezelf, zou het wel eens kunnen zijn, dat je macht gaat uitoefenen over je omgeving, omdat je denkt dat je een grote plicht te vervullen hebt, die alleen van jou afhangt. Juist daarom moet iedere keer die boodschap gezegd worden: Als je geroepen wordt, dan word je geroepen tot bescheidenheid, dan word je geroepen tot vertrouwen op God.

Zoeken in Preken Online