De vier evangelies zijn geschreven na de brieven van Paulus. Dat wordt vandaag algemeen zo geleerd. Paulus is de evangelisten dus voor. Hij schrijft onze eerste waarheid. Hij proclameert het eerste dogma. Hij biedt de eerste verantwoording van het christendom. Wat hij schrijft in de brief die wij vandaag lezen, is ons eerste credo. Daarom is het zo eerbiedwaardig.
En toch is er nog iets wat aan die eerste waarheid voorafgaat. Vóór het woord was er de traditie. Wat Paulus schrijft, werd reeds vóór hem verhaald. Het was reeds gemeenschappelijk erfgoed. Het was reeds doorleefde werkelijkheid en doorleefde waarheid. Paulus was alleen maar de luide geluidsversterker van een lied dat reeds werd gezongen. Hij zingt het na. Hij roept het uit: Christus is verrezen. De story van Jezus is niet over en voorbij. Zijn verhaal gaat springlevend door. God wordt de mensen nooit moe. God staat borg voor wat Hij in de profeten en in Jezus begonnen is. Zijn beste gave geeft Hij steeds opnieuw. Ook als de mensen deze Jezus hebben gedood en begraven, herbegint God. Hij is een fanatiek recidivist. God hervalt steeds in zijn oude gewoonten van het goede. Dat kan Hij blijkbaar niet laten. Dat is zijn eerste en zijn tweede natuur.
In een strakke redenering zet Paulus dit allemaal op rijtje: Christus is gestorven, begraven, opgestaan uit de dood en aan mensen verschenen. Korter en strenger kan onze eerste waarheid niet worden geformuleerd. Het is onze eerste grondwet. Onze eerste geloofsbrief. Al twintig eeuwen herhalen wij met andere woorden, met andere liederen en met andere gedichten wat hier voor het eerst werd getoonzet: die Jezus is als de Christus nog steeds onder ons actief aanwezig. Zijn beweging gaat door. Geen enkel graf, geen enkele zerk, geen enkele steen is bij machte om Gods opperste geschenk te vernietigen.
Een zekere Engelse meneer G.K. Chesterton heeft ooit eens gezegd: een christen is een ontgoochelde pessimist. Van een doordenkertje gesproken! Chesterton leert ons met dat geheimzinnige woord dat elk pessimisme finaal ontgoocheld wordt en ontwapend. Christenen kennen het pessimisme wel, maar ze kunnen dat niet lang niet volhouden. Ze hebben één grote reden, één sterk motief om elk pessimisme te beschamen: God geeft ons steeds opnieuw zijn optimistische geloof in het leven en de mens. Hoezeer mensen ook hun best doen om aan elkaar motieven te geven om te wanhopen, toch zal dit finaal openspatten op Gods levenswil. Hij wil leven bieden en toekomst mogelijk maken en mensen genezen en bevrijden. Hij wil met de verrijzenis van Jezus alle pessimisten eens en voorgoed ontgoochelen. Hun klaaglied zal worden overstemd door een hoopvol alleluja-akkoord. Het laatste geheim van Jezus is zijn vreugde. Zegt dezelfde Chesterton. Hij is een vindingrijk profeet.
Het is goed dat Paulus dit alles zegt en dat Chesterton het hem nazegt: christenen leven nooit voor een verloren zaak. Telkens opnieuw zullen mensen doordenkertjes bieden om het pessimisme de mond te snoeren. Ze leven niet van een ijdele hoop. De levenswil is altijd sterker dan de stervenswil. Zo zij het thans en voor immer. Tot in eeuwigheid.
Dixit Paulus van Tarsus.