Zoals in de voorbije zondagen hier herhaaldelijk werd gezegd ontstond dit roepingsverhaal van de ‘derde Jesaja’ in de periode dat veel joden terugkeerden uit hun ballingschap in Babylonië. Thuis gekomen troffen ze degenen aan die waren gebleven, maar ook allerlei vreemdelingen die zich intussen in hun huizen hadden gevestigd. Niet alleen het land moest worden heropgebouwd, maar uit deze gemende groep moest ook een nieuwe (religieuze) samenleving groeien. Vandaar de beschrijving door de profeet dat hij geroepen is om aan de ex-gevangen vrijheid en aan alle armen een jubeljaar aan te kondigen, u weet wel dat bijzondere jaar waarbij alle slaven vrij werden en alle schulden opgeheven. Alleen op die manier kon een nieuwe identiteit groeien.
Niet toevallig neemt Jezus deze tekst over om zichzelf te situeren. Hij moest immers in gelijkaardige omstandigheden zijn boodschap over het Rijk van God aanbrengen. Mensen hadden reeds allerlei over Hem gehoord en nu Hij voor het eerst in zijn vaderstad terugkwam, moest Hij maar eens tonen waartoe Hij in staat was.
Op dat ogenblik gebeurt er iets dramatisch; In plaats van zich te laten aanspreken en mee te gaan in de inspirerende woorden van Jezus ontstaat een banaal geroddel. Plots ging het niet meer over goed nieuws voor wie zich verloren voelde of leegeplunderd, maar over zijn familie en over mirakels. Je zou het kunnen transponeren naar vandaag. Stel dat jullie vorige zondag tegen elkaar zaten te fluisteren: “Maar is dat niet Maurits, de man van Kris. En is dat niet Lisette de vrouw van Ivan, die samen drie kinderen hebben, en is dat niet André de man van Mia, je weet wel die van Broederlijk Delen, enz. En die kunnen het zo goed zeggen hoewel ze die studies niet hebben gedaan. Maar zouden ze niet beter alleen voor zichzelf spreken in plaats van ons de les te spellen. Geneesheren, genees u zelf, predikanten spreek voor uzelf. Wat wil men op die FF oprichten: een soort van lekenkerk. Zou die pater niet beter gewoon de mis doen en over de rest zijn mond houden.”
Door zo te spreken zou alle inspiratie, elke uitnodiging om in beweging te komen vernietigd worden. Jezus doet er nog een schepje bovenop: “Geen enkele profeet is welkom in zijn eigen vaderstad.” zegt Hij. Een onvoorstelbare uitspraak die iets zegt over de roeping van profeet. Ik begrijp de uitspraak als volgt: het nieuwe, het verrassende en overrompelende dat profeten brengen wordt altijd bedreigd door het alledaagse en banale. Woorden die je zouden moeten doen rechtveren, die je kunnen verontrusten, die je bij de hand willen nemen en naar waarachtig leven brengen zijn automatisch bedreigend. Dat gold voor de profeten van Israël en misschien ook voor de nieuwe aanpak zoals wij al enkele jaren proberen. Voor wie nauwelijks geïnteresseerd is in de toekomst van de Kerk is dit drukdoenerij.
Toen Jezus begon te spreken en zichzelf vergeleek met de profeet Jesaja, vroeg iedereen of Hij niet een mirakel wilde doen. Dat zou tenminste een bewijs zijn van zijn zending. Je moet dan denken aan wat Paulus schreef: “Grieken verlangen wijsheid en Joden verlangen wonderen, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus.” Maar de boodschap van Jezus was enkel dat armen recht hebben op goed nieuws, dat men werk zou moeten maken van een genadejaar zodat verdrukten weer vrij zouden worden. En wat die wonderen betreft: vergeet het. In vroeger jaren hadden ze reeds elders plaats waar men wel geloofde en open stond voor Gods bevrijdend handelen. Een weduwe in Sarepta kreeg te eten en een Syriër werd genezen van zijn melaatsheid (is het vandaag niet het weekend tegen de melaatsheid?).
Zoals God altijd onze zelfgeconstrueerde wereld overhoop komt halen zo zijn de woorden van profeten altijd en noodzakelijk een bedreiging. En naarmate een tijd meer beheerst wordt door de praatjesmakers, door de alledaagse berekeningen en het zogenaamde gezond verstand wordt de echte inspiratie een bedreiging. Groot Nieuws wordt dan gebanaliseerd tot nieuwlichterij of onrust stoken.
Zo beschrijft Lucas het eerste optreden van Jezus. En zo krijg je indirect een idee van het heel nieuwe en verrassende dat met Hem aan het licht zal komen. De tekst van Jesaja zou als een programmaverklaring vooruitlopen op alles wat Jezus zou zeggen en doen.