OPENINGSWOORD
Beste medegelovigen, welkom op deze vierde zondag door het jaar.
Heeft u het ook weleens gehad, dat u naar de dokter moest of naar de tandarts en dat u er geweldig tegen op zag? Toch zegt ons verstand dat het moet, dat het beter voor ons is.
Wij hadden op dit moment al lekker onderuit gezakt in een stoel kunnen zitten, t.v. kijken of een boekje lezen, een puzzel maken, maar … wij zijn naar de kerk gekomen, omdat dat beter voor ons is en ook omdat wij het God toch wel verschuldigd zijn.
Laten wij weten dat wij God er een héél groot plezier mee hebben gedaan door naar de kerk, zíjn Huis op aarde, te komen. Wij beantwoorden zijn liefde met wederliefde. Dat is wat onze wereld overeind houdt: liefde ontvangen, van God en van elkaar, en liefde geven.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige God, Gij roept ons op in U te geloven, maar telkens weer willen wij U ontvluchten. Breek de weerstand in ons hart en bemoedig ons met uw aanwezigheid; dat wij ons altijd naar U toekeren en ingaan op uw woord, waarmee Gij alle mensen uitnodigt tot uw Rijk. Door onze Heer … . Amen.\
PREEK
Misschien dat iemand van zichzelf denkt: Ik ben maar een gewone huisvrouw of een gewone arbeider. Een kind of jongere zou kunnen denken: Ik zit nog maar gewoon op de basisschool of op de middelbare school en … ik ben lang niet de slimste van mijn klas. Welnu, voor God bestaat er geen ‘gewone huisvrouw’ of ‘maar een middelbare scholier’. Voor God is iedereen bijzonder. Dat wij huisvrouw, arbeider of scholier kùnnen zijn is een gave van God! Vinden wij dan dat Gods gaven ‘heel gewoon’ zijn? Nee, lieve mensen, alle gaven van God zijn heel bijzonder, zijn goddelijk. Wat van de mensen komt - auto’s en televisies - dat verdwijnt allemaal weer, maar als wij met Gods liefde en Gods kracht zíjn gaven gebruiken, blijft de waarde van ons werk altijd bestaan, de hele eeuwigheid lang. Het heeft een goddelijke waarde. Laten wij dus niet klein denken over onszelf en over wat wij doen.
Toen de profeet Jeremia in de eerste lezing van vandaag door God werd geroepen om profeet te zijn, zei hij tegen God: “Ach, Jahwe, mijn Heer, ik kan niet spreken; ik ben veel te jong”. Ook hij vond zichzelf maar een klein mannetje. Nu is een beetje bescheidenheid helemaal niet erg, want hoe minder wij op onszelf vertrouwen, hoe meer wij ons aan God zullen vasthouden en hoe groter dus onze werken zullen zijn. Dat zei Jahwe God ook tegen Jeremia: Ikzelf maak jou als een sterke stad, sterk als een ijzeren zuil of een koperen muur. M.a.w. je kunt gerust gaan doen wat Ik, God, van jou vraag. Want Ik ben met je!
Wat is het dan dat van God de profeet Jeremia en van ons vraagt? In de tweede lezing vinden wij héél duidelijk het antwoord: het is het liefhebben van God en de naaste. Wie God is weten wij: God is onze Schepper en Vader, Jezus is onze Verlosser en het is de heilige Geest, die ons bezielt met bijvoorbeeld zijn wijsheid en kracht. Wie onze naaste is … dàt willen wij soms niet weten. Want de naasten, dat zijn niet alleen de aardige mensen, maar iedereen, die God ons op onze levensweg laat ontmoeten. Iedereen, die wij tegenkomen. Iedereen mogen wij gedag zeggen. Ieder mens, die een ongeluk krijgt of in wat voor een nood dan ook verkeert, moeten wij helpen, óók onze grootste vijand.
Paulus hemelt de liefde in die tweede lezing geweldig op, letterlijk. De liefde komt uit de hemel, is een gave van God. Hij zegt, dat je alles kunt hebben, doen of weten, maar als je de liefde niet hebt, dan is het allemaal niets waard.
Laten wij elkaar liefhebben, zoals Jezus dat deed. Hij zette zichzelf altijd op de derde plaats. Eérst dacht Hij aan God, dan aan de naaste, en dan pas aan zichzelf. Er zijn zo veel momenten op een dag dat wij onszelf even zouden kunnen afvragen: Waar kan ik God en mijn naaste nu een plezier mee doen? Als wij zo leven, dag in, dag uit, mogen wij weten dat God ons heel bijzonder zal zegenen. Dat Hij ons sterk zal maken, geestelijk en misschien ook wel lichamelijk, want de geest beïnvloedt het lichaam, tenzij God natuurlijk ons een stukje lijden als levensopdracht geeft.
In het evangelie hoorden wij over niet-joden: een weduwe te Sarepta en Naäman uit Syrië. Hen maakte God sterk als een ijzeren zuil, een koperen muur … omdat zij geloofden en liefhadden. Moge de liefde tot God en de naaste ook onze grootste opdracht zijn, ieder moment opnieuw.