Zusters en broeders,
In geen enkele andere cultuur staat het individu zo centraal als in onze westerse cultuur. Afrikaanse, Aziatische, Zuid-Amerikaanse, indiaanse en weet ik nog welke culturen beklemtonen de gemeenschap, terwijl in onze cultuur het individu alle kansen krijgt. Dat individualiseringsproces is al begonnen in de Middeleeuwen. Humanisme, Renaissance, Verlichting en Romantiek deden er nog een flinke schep bovenop. Meer en meer werd ieders eigenheid gerespecteerd, en ook het ongewone werd aanvaard. Die nadruk op het individu heeft ons geen windeieren gelegd. Ze is uitgemond in schitterende kunstwerken, in een duizelingwekkende vooruitgang op technisch en materieel gebied, in een immense verruiming van het denken en een benijdenswaardige bijna-veralgemening van de welvaart. Dat kon allemaal omdat miljoenen individuen toch samen gemeenschap vormden, samen dezelfde weg wilden gaan, samen geloofden.
Vandaag echter lijken we op een punt gekomen waar individuen alleen nog voor zichzelf willen leven, waarbij beperkingen van welke aard dan ook niet meer aanvaard lijken te worden. Alles moet kunnen, niets is verboden. Druggebruik bij jongeren, fuiven voor kinderen van acht jaar, opgefokte auto’s en moto’s, nachtlawaai, seks op heel jonge leeftijd, vandalisme, brutaal gedrag, bijna-pornografie in videoclips en reclame, homohuwelijk, abortus, euthanasie … het moet allemaal kunnen, want de vrijheid van het individu is heilig.
Alleen, die vrijheid lijkt meer en meer een dwang. Ouders mógen hun kinderen niets meer verbieden, jongeren móéten uitgaan, auto’s móéten veel te snel rijden, vijftigjarigen mógen niet meer werken, euthanasie móét, ook als de zieke daar niet meer om kan vragen, en aan geaborteerde kinderen wordt nooit gevraagd of ze wel willen sterven nog voor ze geboren zijn. Vrijheid lijkt ondraaglijk te worden, en meer en meer uit te monden in chaos. Een chaos die elke dag erger wordt.
In de drie lezingen van vandaag wordt dieper op zo’n soort chaos ingegaan. Maleachi spreekt dreigende en tegelijk troostende taal: Jahweh zal hoogmoed en boosheid vernietigen door een verzengend vuur, maar voor de rechtvaardigen zal Hij genezing brengen. Paulus reageert tegen hen die wel willen leven en zich met alles willen bemoeien, maar niet willen werken. En in het evangelie plaatst Jezus de vernietiging van Jeruzalem in een ruimer kader van veralgemeende chaos, en de beelden die Hij daarbij gebruikt, lijken zo uit onze eigen tijd te stammen.
Een tijd die gekenmerkt wordt door een steeds zieker wordend moslimextremisme dat moordt en vernietigt in naam van de almachtige Allah. “Velen zullen optreden in mijn Naam”, zegt Jezus. “Loop hen niet achterna.”
Een tijd die ook gekenmerkt wordt door almaar meer terrorisme en oorlogen en burgeroorlogen. Rusland en Tsjetsjenië, Sudan en Darfoer, Hutu’s en Tutsi’s, Israëli’s en Palestijnen, moslims tegen de rest van de wereld, Bush en Kerry, die de Verenigde Staten in twee lijken te splijten. Jezus zegt: “Er zal strijd zijn van volk tegen volk en van koninkrijk tegen koninkrijk.”
Een tijd ook waarin gemeenschappen verbrokkelen, relaties versplinteren en gezinnen uit elkaar vallen. Ieder van ons weet hoe moeilijk het is om het eigen gezin bijeen te houden, hoe onze kinderen en kleinkinderen een weg gaan waar we niet altijd blij meer zijn, hoe moeilijk het is hen te laten geloven wat wij geloven en in Wie wij geloven. Jezus zegt: “Gij zult zelfs door ouders en broers, door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden.”
En toch hoeven we niet te vrezen, want Jezus zegt ook: “Ik zal u een taal en een wijsheid geven die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan of weerspreken. Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.”
Zusters en broeders, we kennen die taal en die weg tot standvastigheid. Veertien dagen geleden hebben we de woorden ervan nog gehoord: “Zalig de armen van geest, zalig de zachtmoedigen, zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zalig de barmhartigen en de zuiveren van hart. Zalig zij die vrede brengen.” De Zaligsprekingen, de grondwet van ons geloof en van ons christen-zijn.
Vrees dus niet, zusters en broeders. In deze versplinterende, zoekende, woelende, zieke, onrechtvaardige wereld blijven de woorden van Jezus een veilig baken. In deze tijd van tegenstelling en chaos blijft Hij onze hoop, ons houvast, onze zekerheid. Een christen wanhoopt nooit, geeft noot op, bouwt altijd opnieuw aan de weg waarop Jezus ons is voorgegaan: de weg naar een leefbare wereld voor iedereen, voor elk individu en voor elke gemeenschap. In Gods Naam. Amen.