Vandaag vieren we de 32° zondag door het jaar,
de zondag van het eeuwig leven.
De eerste en de derde lezing van vandaag
maken reclame voor het eeuwige leven.
En dat is nodig…
Het eeuwig leven kan best wat reclame gebruiken…
Het eeuwige leven heeft soms een negatieve klank.
Eeuwig, dat roept iets op van verveling,
van altijd hetzelfde, van geen afwisseling.
Het zijn de Sadduceeën
die het eeuwig leven ter sprake brengen.
Overal waar Sadduceeën in de Schrift voorkomen,
overal waar ze een rol spelen,
wordt eerst van hen gezegd
dat zij niet geloven in de verrijzenis.
Hun geloof bestaat uit ongeloof.
De Sadduceeën waren rijk.
Geld en macht maakten bij hen het leven uit.
Zij hadden zoveel vóór de dood,
dat ze een leven ná de dood
eigenlijk niet meer nodig hadden.
Zij voeren hun nummertje op
om het geloof in het leven na de dood belachelijk te maken.
In een typisch twistgesprek met Jezus
proberen ze Hem te strikken.
Ze zijn niet geïnteresseerd
in wat Jezus hen zal antwoorden op hun vraag.
Hun énige bedoeling
is de leer én de persoon van Jezus door het slijk te halen.
Maar Jezus laat zich niet vangen.
Hij maakt van de gelegenheid gebruik
om zijn visie over het eeuwig leven te verkondigen.
Jezus gelooft in God, in de God van onze vaderen,
in een God die zijn verbond met mensen gestand doet.
Een God die de kinderen van zijn liefde
in de dood niet achterlaat.
Hij zal zijn woord niet breken.
Zijn liefde is sterker dan de dood.
Jezus proclameert dat de aartsvaders
voor God niet dood en begraven zijn.
Voor Hem zijn ze levenden…!!!
De verbondenheid is door de dood niet verbroken.
Voor God leven ze allemaal.
Hij is een God van mensen.
Hij is Jahweh…
Zijn naam is: “Ik zal er zijn voor u.”
Hij is er in het leven en bij de dood.
Hij gaat mee met zijn mensen.
Hij gaat met ons mee door de dood heen
want Hij houdt van ons.
God is liefde…
Liefde die blijft duren…
Liefde die ons leven de moeite waard maakt…
Wat er ook gebeurt in ons leven: God laat ons niet vallen.
“De Heer is toch geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem zijn allen levend.”, zegt Jezus.
Jezus plaatst het leven na de dood in het échte perspectief :
onze God is een God van “levende mensen”.
Nooit laat Hij zijn mensen vallen,
ook niet achter de donkere grens van de dood.
Die diepe zekerheid en dit vertrouwen volstaan…
Wij wonen voor altijd in Gods liefde.
Ieder van ons is Gods bondgenoot in tijd en eeuwigheid.
Goede mensen,
het eeuwige leven, dat volle leven van God,
het leven in overvloed,
begint in ons hart, in ons innerlijk,
als God er zijn intrek neemt.
Het leven samen mét God, is een héél ander leven,
een leven van een héél andere kwaliteit.
Dat leven begint op de dag
waarop wij in de persoon van Jezus
Gods liefde voor ons herkennen.
Dat leven begint op de dag
waarop wij ons hart openen voor Jezus.
Dat leven begint op de dag
waarop wij aanvaarden
om samen met Jezus een levensgemeenschap te vormen
die gestalte geeft aan Gods liefde voor de wereld.
Het gaat hier om een leven dat véél dieper is
dan het tastbare, zichtbare, uiterlijke leven.
Jezus zegt tot ons:
“Wie deze liefdesgemeenschap met Mij beleeft,
lééft echt, of hij nu fysisch leeft of reeds gestorven is.”
Goede mensen,
het einde van het aardse leven is niet het einde van alles.
De dood is niet morsdood.
De dood heeft niet het laatste woord.
God heeft het laatste woord…!!!
De dood is de vindplaats van het vólle leven,
van het waaráchtige leven.
Dat is wat wij in iedere eucharistie vieren…
Wij vieren hoe Jezus’ dood
de bron is geworden van het échte leven…
Wij vieren hoe wij, gelovigen,
overgaan van de dood naar het leven,
omdat wij onze broeders en zusters liefhebben.
Zoals Jezus.
In dat leven zijn wij bij ons doopsel ondergedompeld
en in het Credo belijden wij dat ook:
”‘Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam
en het eeuwige leven.”
32e zondag door het jaar C - 2004
C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen