Dierbare gelovigen,
In november spreekt nagenoeg alles over het einde. Natuur en liturgie gaan hier hand in hand. Jaarlijks komt de dood in het zicht en het ‘einde van alle dingen’ wordt opnieuw bespreekbaar en zinnig.
We mogen/kunnen dan de tijd nemen om ons te bezinnen over ‘de dood’, het ‘einde’, het ‘hiernamaals’. Dit loont wellicht de moeite en is niet eens zo ‘angstaanjagend’ als we eerst wel dachten.
Het is opvallend dat uit allerlei enquêtes/onderzoeken (rondvragen) blijkt dat in onze tijd heel wat meer mensen in God geloven dan in het leven na de dood.
Slechts een ‘minderheid’ van onze tijdgenoten gelooft in het ‘eeuwige leven’.
Soms hoort men beweren dat dit scepticisme typisch is voor onze tijd, waarin mensen het leven in eigen handen nemen. Men zegt dan dat het geloof in het eeuwige leven typisch is vroegere, naïeve tijden. Maar het evangelie van vandaag leert ons dat dit scepticisme van ‘alle tijden’ is. Een belangrijke religieuze stroming in de tijd van Jezus was ervan overtuigd dat er geen echt leven is na de dood. Dat beluisteren we in de discussie (het twistgesprek) van de Sadduceeën met Jezus.
Godsdienstsociologen geven een verrassende uitleg in verband met het leven na de dood. Het leven na de dood is nauw verbonden met de problematiek van de dood. Nu blijkt dat in deze tijd meer dan ooit de doodsgedachte verdrongen wordt. Dit niet alléén in het geheel van onze samenleving, maar ook in het bewustzijn van de concrete mens. Maar als de dood nooit in het vizier is, dan wordt meteen ook de gedachte van het leven na de dood verdrongen ! De vraag komt niet eens aan bod. Daarom moet men de negatieve gegevens van enquêtes inzake het leven na de dood ook zo verstaan : ‘Ik wil er niet eens aan denken …want ik wil/kan niet over de dood (na)denken’. Een ‘rustig’ vertrouwd zijn met de dood kan ons veel leren over de mens die we zijn, over tijd, grenzen en eeuwigheid heen.
Eén van de wijzen waarop mensen met de dood en eeuwigheid pogen klaar te komen, is ‘luchtige ironie’. Zo doen het de Sadduceeën in het evangelie van vandaag : als een vrouw achteréénvolgens gehuwd was met zeven mannen, dan moet dit toch problemen scheppen in een gebeurlijk leven na de dood….. .
Even luchtig wordt in deze tijd gezegd dat er overbevolking dreigt in de hemel of dat nog nooit iemand is teruggekeerd vanuit de dood.
Maar Jezus plaatst het leven na de dood in het echte perspectief : onze God is een God van ‘levende mensen’ en nooit laat Hij zijn mensen vallen, ook niet achter de donkere grens van de dood. Die diepe zekerheid en dit vertrouwen volstaan. Wij wonen voor altijd in Gods liefde. Dat is de kern van zijn
Boodschap ! Onze verbeelding hoeft niet verder op hol te slaan want God is een God van concrete mensen. Ieder van ons is Gods tocht– en lotgenoot in tijd en eeuwigheid.
Dit evangelie is een ontroerend verhaal van trouw aan de joodse wet : van diepe trouw tot in de dood.
De ‘vierde zoon’ zegt het heel uitdrukkelijk : het is ‘hoopvol’ als wij van God mogen verwachten dat Hij ons weer doet verrijzen.
De moeder maakt zich meer zorgen over het leven van haar kinderen in het hiernamaals, dan over hun leven hier.
Die vrouw wordt geheel anders door de Sadduceeën beschreven.
Haar eerste man stierf, zonder kinderen, hij had dus geen nageslacht. Zijn naam zou verdwijnen.
Daarom moest zijn broer zijn taak overnemen, maar ook hij liet haar kinderloos achter. En zo verging het tot zeven maal toe.
De vraag van de Sadduceeën aan Jezus was : ‘van wie zou zijn in het eeuwig leven de vrouw zijn’ ? Met dit verhaal willen zij het geloof in de verrijzenis belachelijk maken.
Jezus ziet (ontdekt) de banaliteit. In een magistraal betoog gaat Jezus uit van God, die een God van levenden is, en geen God van doden.
Hij is een God van alle eeuwen.
Hier—op vandaag—hebben (horen) we dus twee getuigenissen overde verrijzenis.
(a) Dat van die moeder met haar zonen en (b) dat van Jezus met zijn antwoord op het verhaal.
Daarom mogen we telkens opnieuw belijden : ‘Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven’.
Jezus gelooft in God, de God van onze vaderen, een God die zijn verbond met mensen gestand doet en zijn vriend of dienaar niet in de dood achterlaat. Wij geloven in de verrijzenis als uitdrukking van Gods trouw : Hij zal zijn woord niet breken. Zijn liefde is sterker dan de dood. Meer nog : Zijn leven haalt nu reeds het sterfelijke in door de kracht van de heilige Geest. Het geloof in de verrijzenis is voor ons christenen, een kwestie van liefde
Geopenbaarde liefde van God in Jezus, zijn eeuwig geliefde Zoon.
32e zondag door het jaar C (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen