VERRIJZENIS-MENSEN WORDEN
Het is voor ons moeilijk
om geen verkeerde voorstellingen te maken over de verrijzenis,
zoals die Sadduceeën uit het evangelie
die over het hiernamaals alleen maar spottend konden spreken
als over een verlenging van het aardse leven
met dezelfde biologische wetten en dezelfde stoffelijke lichamen.
Zo kwamen zij tot die lachwekkende strikvraag
over de vrouw met haar zeven mannen in het hiernamaals.
Jezus herinnert er ons aan dat de verrijzenis betekent
een binnentreden in de intimiteit van God.
“Wij worden kinderen van God, gelijk engelen.”
Daarmee is zeker gezegd dat wij bij de verrijzenis
een leven ingaan dat niet beperkt is
door onze huidige ervaringen (categorieën) van ruimte en tijd.
Daarom is het niet goed
ons de verrijzenis voor te stellen als de re-animatie
van het stoffelijk overschot, het lijk, van een mens,
want dat doet ons teveel denken aan een verder leven
met ons huidig, aards lichaam, en dat is geen verrijzenis.
Tussen haakjes. Wij worden hierin wel eens misleid
(door sommige teksten die spreken over “openscheurende graven”\
- die zijn volledig beïnvloed
door de Joodse filosofie over het lichaam - of ook wel)
door sommige schilderijen over Jezus’ verrijzenis uit het graf,
die ons een erg verkeerd beeld geven,
omdat zij Zijn verrezen lichaam voorstellen
als Zijn gereanimeerd aards lichaam.
“Geloven in de verrijzenis” betekent voor een christen niet
“geloven dat dat deel van de mens dat gestorven en begraven is,
terug tot hetzélfde leven komt als vroeger”.
Alle christelijke verrijzenisteksten in de evangelies
getuigen van een delicaat zoeken om uit te drukken
dat het bij Jezus’ verrijzenis gaat over dezelfde Persoon,
maar met een heel andere lichamelijke aanwezigheid.
En de verhalen van de Emmaüs of van Tiberias
verwijzen ons resoluut
naar Jezus’ heel nieuw soort verrezen lichaam,
nl. in Zijn kerkgemeenschap, in de Eucharistie.
De christelijke verrijzenis
moeten wij dan ook eerder denken, zoals Paulus,
als een transformatie, een omvorming van de menselijke persoon
tot een heel nieuw soort leven, een “verheerlijkt-leven-bij-God”,
dwz. een leven dat niet meer bedreigd wordt door de dood.
En daarvan hebben wij geen ervaring.
Want al onze huidige, aardse vormen van leven
zijn juist wel begrensd door de dood.
Als Jezus zegt dat er daar in die andere wereld
niet meer zal gehuwd worden,
dan is dit natuurlijk niet bedoeld
om het huwelijk als minderwaardig voor te stellen,
maar wel als een voorbeeld van dit
“leven-zonder-dood, zonder beperkingen”.
De redenering is deze:
Om ons aardse leven, dat steeds door de dood is beknot,
te laten geboren worden,
zijn het huwelijk en de barensweeën onmisbaar nodig.
Maar het andere, het verheerlijkte leven,
wordt niet meer door de dood beperkt.
En daar zijn het huwelijk en de barensweeën dus niet meer nodig.
Ons christelijk geloof stelt de verrijzenis, in de lijn van Paulus,
dan ook beter voor als een nieuwe, een tweede geboorte,
nog beter: als een nieuwe schepping,
als een overgang naar een heel nieuwe vorm van leven.
Zoals het kleine mensje voor zijn geboorte,
nog opgesloten in de moederschoot,
geen besef heeft van een leven daarbuiten, ná zijn geboorte,
zo kunnen wij ons niet voorstellen
hoe wij er zullen uitzien na onze tweede geboorte.
Wij weten wel dat wij een tweede keer
doorheen een donkere tunnel moeten
van pijn en afstand-doen en dood.
Maar hoe dat nieuwe lichaam er dan zal uitzien
dat weten wij niet.
Maar waarom durven wij dan zo overtuigd geloven
in de verrijzenis van onze persoon tot dat verheerlijkte lichaam,
zoals wij in het credo belijden?
Heel eenvoudig omdat wij consequent willen geloven in God.
“God is toch een God van levenden!” zegt Jezus.
Wij geloven inderdaad
dat de zeer persoonlijke liefde van God voor ieder van ons
niet beperkt of beknot kan worden door de tijd of de dood.
Als God bemint, dan bemint Hij absoluut
en niet voor een bepaalde tijd.
Als God ons éénmaal heeft opgenomen in Zijn vriendschap
dan laat Hij ons nooit los, ook niet in de dood.
Wij zijn ervan overtuigd dat Zijn trouw groter is
dan de vernietigingskracht van het graf of van de crematieoven.
Geloven in de verrijzenis betekent geloven in Gods absolute Liefde
die sterker is dan elke dood.
Misschien is het goed te beseffen
dat wij op de verrijzenis niet moeten wachten
tot in het hiernamaals,
maar dat de verrijzenis nu reeds aan het gebeuren is.
Die omvorming,
die transformatie van onze hele menselijke persoon
is reeds begonnen en wel bij ons doopsel.
In de mate dat wij, christenen,
meer verbonden leven met de verrezen Heer Jezus
worden wij meer en meer “verrijzenis-mensen”,
mensen die delen in Zijn dood en opstanding,
door te sterven aan onze zelfzucht
en te groeien in Zijn geest van dienende liefde.
Als wij het moeilijk hebben met ons verrijzenisgeloof,
dan kijken wij het best goed toe
naar de transformatie, naar de omvorming
die hier in de Eucharistie reeds gebeurt.
Gebroken brood en geschonken wijn
worden Lichaam en Bloed van onze verrezen Heer Jezus,
bron van het verheerlijkte leven nu reeds onder ons.
Zo groeien vandaag al wij naar de definitieve verrijzenis bij God.
Midden in de dood, zijn wij reeds in het leven.