32e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

VERRIJZENIS-MENSEN WORDEN

Het is voor ons moeilijk
om geen verkeerde voorstellingen te maken over de verrijzenis,
zoals die Sadduceeën uit het evangelie
die over het hiernamaals alleen maar spottend konden spreken
als over een verlenging van het aardse leven
met dezelfde biologische wetten en dezelfde stoffelijke lichamen.
Zo kwamen zij tot die lachwekkende strikvraag
over de vrouw met haar zeven mannen in het hiernamaals.

Jezus herinnert er ons aan dat de verrijzenis betekent
een binnentreden in de intimiteit van God.
“Wij worden kinderen van God, gelijk engelen.”
Daarmee is zeker gezegd dat wij bij de verrijzenis
een leven ingaan dat niet beperkt is
door onze huidige ervaringen (categorieën) van ruimte en tijd.

Daarom is het niet goed
ons de verrijzenis voor te stellen als de re-animatie
van het stoffelijk overschot, het lijk, van een mens,
want dat doet ons teveel denken aan een verder leven
met ons huidig, aards lichaam, en dat is geen verrijzenis.

Tussen haakjes. Wij worden hierin wel eens misleid
(door sommige teksten die spreken over “openscheurende graven”\

  • die zijn volledig beïnvloed
    door de Joodse filosofie over het lichaam - of ook wel)
    door sommige schilderijen over Jezus’ verrijzenis uit het graf,
    die ons een erg verkeerd beeld geven,
    omdat zij Zijn verrezen lichaam voorstellen
    als Zijn gereanimeerd aards lichaam.

    “Geloven in de verrijzenis” betekent voor een christen niet
    “geloven dat dat deel van de mens dat gestorven en begraven is,
    terug tot hetzélfde leven komt als vroeger”.
    Alle christelijke verrijzenisteksten in de evangelies
    getuigen van een delicaat zoeken om uit te drukken
    dat het bij Jezus’ verrijzenis gaat over dezelfde Persoon,
    maar met een heel andere lichamelijke aanwezigheid.
    En de verhalen van de Emmaüs of van Tiberias
    verwijzen ons resoluut
    naar Jezus’ heel nieuw soort verrezen lichaam,
    nl. in Zijn kerkgemeenschap, in de Eucharistie.

    De christelijke verrijzenis
    moeten wij dan ook eerder denken, zoals Paulus,
    als een transformatie, een omvorming van de menselijke persoon
    tot een heel nieuw soort leven, een “verheerlijkt-leven-bij-God”,
    dwz. een leven dat niet meer bedreigd wordt door de dood.
    En daarvan hebben wij geen ervaring.
    Want al onze huidige, aardse vormen van leven
    zijn juist wel begrensd door de dood.

    Als Jezus zegt dat er daar in die andere wereld
    niet meer zal gehuwd worden,
    dan is dit natuurlijk niet bedoeld
    om het huwelijk als minderwaardig voor te stellen,
    maar wel als een voorbeeld van dit
    “leven-zonder-dood, zonder beperkingen”.
    De redenering is deze:
    Om ons aardse leven, dat steeds door de dood is beknot,
    te laten geboren worden,
    zijn het huwelijk en de barensweeën onmisbaar nodig.
    Maar het andere, het verheerlijkte leven,
    wordt niet meer door de dood beperkt.
    En daar zijn het huwelijk en de barensweeën dus niet meer nodig.

    Ons christelijk geloof stelt de verrijzenis, in de lijn van Paulus,
    dan ook beter voor als een nieuwe, een tweede geboorte,
    nog beter: als een nieuwe schepping,
    als een overgang naar een heel nieuwe vorm van leven.
    Zoals het kleine mensje voor zijn geboorte,
    nog opgesloten in de moederschoot,
    geen besef heeft van een leven daarbuiten, ná zijn geboorte,
    zo kunnen wij ons niet voorstellen
    hoe wij er zullen uitzien na onze tweede geboorte.
    Wij weten wel dat wij een tweede keer
    doorheen een donkere tunnel moeten
    van pijn en afstand-doen en dood.
    Maar hoe dat nieuwe lichaam er dan zal uitzien
    dat weten wij niet.

    Maar waarom durven wij dan zo overtuigd geloven
    in de verrijzenis van onze persoon tot dat verheerlijkte lichaam,
    zoals wij in het credo belijden?
    Heel eenvoudig omdat wij consequent willen geloven in God.
    “God is toch een God van levenden!” zegt Jezus.
    Wij geloven inderdaad
    dat de zeer persoonlijke liefde van God voor ieder van ons
    niet beperkt of beknot kan worden door de tijd of de dood.
    Als God bemint, dan bemint Hij absoluut
    en niet voor een bepaalde tijd.
    Als God ons éénmaal heeft opgenomen in Zijn vriendschap
    dan laat Hij ons nooit los, ook niet in de dood.
    Wij zijn ervan overtuigd dat Zijn trouw groter is
    dan de vernietigingskracht van het graf of van de crematieoven.
    Geloven in de verrijzenis betekent geloven in Gods absolute Liefde
    die sterker is dan elke dood.

    Misschien is het goed te beseffen
    dat wij op de verrijzenis niet moeten wachten
    tot in het hiernamaals,
    maar dat de verrijzenis nu reeds aan het gebeuren is.
    Die omvorming,
    die transformatie van onze hele menselijke persoon
    is reeds begonnen en wel bij ons doopsel.
    In de mate dat wij, christenen,
    meer verbonden leven met de verrezen Heer Jezus
    worden wij meer en meer “verrijzenis-mensen”,
    mensen die delen in Zijn dood en opstanding,
    door te sterven aan onze zelfzucht
    en te groeien in Zijn geest van dienende liefde.

    Als wij het moeilijk hebben met ons verrijzenisgeloof,
    dan kijken wij het best goed toe
    naar de transformatie, naar de omvorming
    die hier in de Eucharistie reeds gebeurt.
    Gebroken brood en geschonken wijn
    worden Lichaam en Bloed van onze verrezen Heer Jezus,
    bron van het verheerlijkte leven nu reeds onder ons.
    Zo groeien vandaag al wij naar de definitieve verrijzenis bij God.
    Midden in de dood, zijn wij reeds in het leven.

Zoeken in Preken Online