Voor Hem zijn allen levend

C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Voor enkele tijd, toen ik samen met een groep jongeren, dit zon­dagsevangelie moest voorbereiden, zeiden die spontaan: “Laten we dit evangelie maar overslaan. Wie kan dit verhaaltje interesse­ren?”

De Sadduceeën, vrijdenkers uit de tijd van Jezus, beweerden dat met de dood alles gedaan was. Zij geloofden niet in de verrijzenis van de doden en om dat te bewijzen fantaseerden ze een speciaal geval. Nu geldt bij sommige onbeschaafde volken nog dezelfde wet als in de tijd van Mozes. Wanneer een man een kinderloze weduwe achterlaat, dan is er niemand om voor haar te zorgen. Daarom moet de oudste broer van haar man haar bij zich nemen. Zo is ze weer beschermd en aanvaard. In die tijd was dat een sociale wet ten voordele van de vrouw. In onze tijd van emancipa­tie van de vrouw zijn die wetten niet meer nodig. Welnu, zeiden de Sadduceeën, die vrouw kreeg zeven mannen. Van wie zal ze nu de vrouw zijn in de hemel? Zij wilden hiermee de opstanding uit de doden belachelijk maken.

In zijn antwoord zegt Jezus dat na de dood alles anders is. De menselijke verhoudingen nemen dan andere vormen aan. In de eeuwigheid gelden andere wetten dan hier op de aarde. In de hemel trouwt niemand en wordt niemand uitgehuwelijkt. Met menselijke woorden kun je over de hemel niets steekhoudends zeggen. De predikanten van vroeger hadden zich veel moeite kun­nen sparen om de hemel te beschrijven. Zij hadden er toch ook geen weekend doorgebracht. Alleluja zingen en met palmen zwaaien is nu niet de meest aantrekkelijke bezigheid en rijstpap eten met gouden lepeltjes komt ook niet meer met onze smaak overeen. Wij hebben de hemel wel wat naïef voorgesteld.

Als Jezus over de hemel spreekt, spreekt Hij over eeuwig leven, van zijn-bij-God. “Vandaag nog zul je bij Mij zijn”, zei Hij tot de goede moordenaar. Wie ooit een ogenblik gekend heeft van volmaakte liefde, van liefdevolle aanwezigheid, die heeft ervaren dat tijd en ruimte op dat moment wegvallen. Het enige dat de mens het volle geluk kan schenken, is het nabij-zijn. Bij Jezus zijn, bij God zijn, dat is de hemel.

Jezus zegt ons wel heel duidelijk dat er eeuwig leven is. Maar Hij zegt nergens hoe dat eeuwig leven eruit ziet. “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgeko­men wat God bereid heeft voor wie Hem liefhebben.”

In het evangelie van vandaag wordt duidelijk gezegd dat het eeu­wig leven bestaat: voor God zijn allen levend. God heeft de mens geschapen, de mens is het werk van Zijn handen. Als God één keer ‘ja’ heeft gezegd tegen het leven van een mens, zegt Hij nooit meer ‘neen’.

Een Joods meisje schreef de naam van haar beminde in de palm van haar hand. Wanneer ze bakte of kookte of naaiwerk verrichte, had zij die naam voor haar ogen. Als de liefde verkilde en na een tijd wegstierf, veegde zij die naam uit om hem nooit meer te zien. Welnu, God schreef uw naam en mijn naam in de palm van Zijn hand. Maar God veegt die naam nooit uit, ook niet als onze liefde verkoelt. Ook als wij sterven, blijft die naam voor Hem een liefdenaam, want niemand valt of hij valt in Gods han­den. Zijn jawoord doet ons eeuwig leven in trouwe liefde.

Als er mensen zijn die niet geloven in het eeuwig leven, moeten wij dat niet trachten te bewijzen, zomin als de opstanding uit de doden. Wij kunnen alleen met menselijke begrippen over buitentijdse dingen spreken, zoals de Sadduceeën dat deden. Wij kunnen alleen in tastend geloof aannemen dat de verrijzenis en het eeuwig leven er zijn, omdat het een getuigenis is van ons hart, een oerge­tuigenis van de mens. Maar het echte en vaste geloof berust op de verrijzenis van Jezus uit de doden. Hij heeft tot ons gezegd: “Wie in Mij gelooft, zal niet sterven”. Jezus is gestorven en verrezen, dat geloven wij.

Elke zondag bidden wij in de geloofsbelijdenis: “Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven”. Bidden wij dat alleen uit gewoonte of is het en uitdrukking van onze innigste hoop? Zalig zij die kunnen geloven in de verrijzenis! Want zonder dat geloof is alles zo zinloos en absurd…

Zoeken in Preken Online