31e zondag door het jaar C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Leven is zoeken. Dat weten we allemaal. Zoeken naar onze bestemming, zoeken naar zin en waarheid, zoeken naar tochtgenoten, naar bemoediging, naar inspiratie en nieuw begin. Zoeken naar God, naar één die met je gaat in alle tijden van het leven. En soms is die zoektocht een lange weg.

Zacheüs is ook een zoeker. En daarmee staat hij model voor ons allemaal. In hem zien we een beeld van ieder mens die met eigen ogen heil wil aanschouwen, licht van leven. ‘Zou niet elk mens het leven begeren?’ zegt een psalm (Ps. 34, 13).

Maar Zacheüs is allesbehalve een geliefd mens. Hij is hoofdambtenaar bij het tolwezen. Die baan maakt hem onbemind. En bovendien is hij ook nog eens een rijk man, waardoor de kloof met ‘de anderen’ mogelijk nog groter wordt.

Deze Zacheüs nu legt zich er naarstig op toe Jezus te zien. Zijn nieuwsgierigheid en zijn verlangen naar nieuw bestaan vormen zijn innerlijke drijfveren. Doch hij is maar klein van gestalte, ondanks zijn groot kapitaal. Klein van uiterlijke verschijning, maar misschien ook wel klein van hart. Eén met wilskracht, dat wel. De menigte belet hem alle zicht op Jezus die in aantocht is. We zouden dat zinnetje misschien ook nog anders kunnen verstaan: Zacheüs zit gevangen in zijn eigen situatie, in zijn leven, in zijn omgang met mensen. En in de omgang met God. Hij slaagt er niet in te zien wie Jezus is, vanwege de menigte en vanwege zijn kleine gestalte. Wat een eenzaamheid zit er in dat vruchteloos pogen van die kleine man.

Maar hij geeft niet op. Hij laat het er niet bij zitten. Hij blijft geloven in wat onmogelijk lijkt. Om hem toch te zien loopt hij hard vooruit. Weg van de menigte die hem alle zicht belet. Weg uit zijn oude situatie. Of… toch niet?

Nee, eigenlijk niet. Want ook nu zoekt hij het hogerop. Hij klimt in een wilde vijgenboom. Hoog torent hij boven de anderen uit. En zo lijkt zijn nieuwe situatie veel op de oude. Het verhaal is niet geheel verstoken van humor. De kleine man die zo graag Jezus wil zien. Kon hij maar een glimp van hem opvangen. Dan zou zijn zoeken en zijn pogen al beloond zijn.

Leven is zoeken. Dat is zonder meer waar. Maar leven is zeker ook: gevonden worden. Gezien worden. En dat gebeurt op het moment dat Jezus langskomt, en precies onder de boom waarin Zacheüs zich schuil houdt omhoog kijkt. Misschien was dat niet helemaal de bedoeling van Zacheüs. Maar het overkomt hem. En er is geen uitweg meer. Hij kan niet nog hoger, nog verder. Hij kan alleen nog naar beneden, de weg terug. En opdat Zacheüs daarmee een aanvang zou maken, roept Jezus hem bij name. Zacheüs, kom vlug naar beneden! Vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn. Een zachte aansporing, niet als een verwijt, maar eerder als een uitnodiging nieuwe wegen te gaan. Op eigen kracht lijkt hij er niet toe in staat. Maar als Jezus stil blijft staan onder de boom, op de plaats waar Zacheüs zich schuil houdt, op de plaats waar hij op dat moment verzeild is geraakt, dan kan het gebeuren. Wanneer Jezus hem aankijkt en bij name roept, komt er ruimte voor nieuwe vreugde. Hij ontvangt Jezus vol blijdschap. Geen oppervlakkige of gespeelde vrolijkheid, maar diepe vreugde, omdat er iemand is die hem niet de rug toekeert, die hem opzoekt, die hem aanspreekt. Eén die niet is zoals al die velen die hem alle uitzicht beletten. Eén die nieuw perspectief aanreikt.

Ja, ze zijn wel wat teleurgesteld, die mensen langs de kant van de weg. Zij stonden toch óók op Jezus te wachten, wie weet hoe lang al van tevoren. Ze hadden misschien ook maar nauwelijks een glimp van Hem opgevangen. Ze hadden zich nog wel zo goed voorbereid, en nu gaat Hij bij een zondaar naar binnen. Het niet uitgesproken verwijt dat aan het begin van het verhaal stilzwijgend meeklinkt in de houding die ze tegenover Zacheüs aannemen – ze ontnemen hem het zicht op Jezus die in aantocht is – wordt nu concreet, een woord zwart op wit, nu Jezus zijn intocht houdt juist bij hem.

Maar Zacheüs treedt op Jezus toe. Hij gaat als het ware verder op de reeds ingeslagen weg. Hij is bereid te delen en te geven, te herstellen en goed te maken. Zo valt zijn huis heil ten deel. Want ook Zacheüs hoort er bij. Ook hij is een zoon van Abraham. De Mensenzoon toch is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

En zoals Jezus Zacheüs zocht en vond, zo zoekt Hij ook ons. Ook wij staan aan de kant van de weg op de uitkijk. We zoeken en wachten. We noemen ons trouw aan onze roeping, gelovig, standvastig. We ergeren ons aan mensen die er minder van maken, om welke reden dan ook. We zien dat in de grote wereld om ons heen, maar ook in de eigen, kleinere kring. Daarin schuilt echter het gevaar dat anderen niet meer kunnen meekomen. Dat anderen minder zijn, omdat ze dit of dat op hun kerfstok hebben, omdat ze niet voldoen aan ons beeld van hoe het zou moeten zijn. Maar het is Jezus die ons vinden zal. Precies daarin ligt het geheim. Hij kruist ons stuurloos spoor, en ziet ons aan. Hij roept ons bij name en nodigt uit tot nieuw begin. Daarmee is dat wat verkeerd was niet van tafel geveegd. Er moeten nog heel wat stappen ondernomen worden, en dat zal niet vanzelf gaan. Maar waar mensen elkaar vinden in de gedeelde ervaring van het gevonden zijn, daar krijgt Gods koninkrijk volop ruimte.

Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen. Dat moge ook aan ons geschieden, dit uur, in deze Eucharistie, en in heel ons leven. Omdat God ons ziet zoals geen mens ons ziet. Omdat Hij ons gevonden heeft en geroepen tot nieuw leven. Omdat Hij in ons hart zijn woning heeft.

Zoeken in Preken Online