31e zondag door het jaar C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Het is ons bekend dit verhaal van Zacheüs. Wat opvalt bij Zacheüs is dat hij probeerde te zien wie Jezus was, toen Hij doorheen Jericho trok. Zacheüs had niet naar Jezus gevraagd, hem niet uitgenodigd om naar Jericho te komen. Jezus zelf nam het initiatief deze stad te bezoeken.

Zacheüs poogde te zien wie Jezus was. Proberen te zien wie Jezus is. Dat is een hele opgave. Het is het levensprogramma van ieder christen. En het is de drijfveer voor je doen en laten. Maar dat is meteen ook een moeilij­ke opgave. Iets waar wij niet zo makkelijk in lukken. Probeer maar eens uit te spreken wie Jezus voor jou is.
Ook Zacheüs lukte het niet te zien wie Jezus was. Lukas geeft er verschil­lende redenen voor. Allereerst was Zacheüs klein van gestalte. Klein kun je letterlijk verstaan. Het zal ook wel zo geweest zijn. Maar als mens kun je je ook klein voelen, omdat je een zwak mens bent, met fouten en tekorten. Maar er is nog een andere reden. De menigte verhindert eveneens Jezus te zien. Het kunnen andere mensen zijn die ons zicht op Jezus bemoeilijken. Het zijn misschien moeilijkheden waarin je verkeert. Het kan zijn dat je met andere mensen overhoop ligt. Dat alles verhindert je Jezus in het oog te krijgen.

Zacheüs, - dat ben jij, dat ben ik, - poogt Jezus te zien. Maar het lukt hem niet vanwege de menigte, want hij was klein. Wat nu gedaan? Zacheüs kan met zijn handen in het haar gaan zitten. Hij kan huiswaarts keren en het opgeven. Maar Zacheüs is anders. Om Jezus toch te zien liep hij hard vooruit en klom in een wilde vijgeboom. Om te zien wie Jezus is, moet je misschien ook vooruit rennen, even je vertrouwde omgeving in de steek laten. Je afzonderen. Kritiek van andere mensen trotseren.

Zacheüs poogde te zien wie Jezus was, liep hard vooruit, klom in de boom. En dan komt Jezus zelf op de voorgrond. Dan gebeurt ineens het onverwach­te, het ongevraag­de. Jezus zelf spreekt de man in de wilde vijgeboom aan. Jezus zelf neemt weer het initiatief. Hij zegt: Zacheüs. Hij noemt hem bij zijn naam. Hij noemt ons bij onze naam. De naam die in de palm van Gods hand staat geschreven. De naam die het eigene van iemand uitdrukt. Klom vlug naar beneden, want ik moet bij jou te gast zijn, zo nodigt Jezus zich uit. En waar wil hij bij ons te gast zijn? Niet op straat bij een grote volksbeweging. De Heer moet met ons spreken in ons eigen huis, d.w.z. daar waar wij thuis zijn, waar wij dag-in-dag-uit leven. Midden in ons dagelijks bestaan en niet zozeer bij enkele topmomenten.

Als een mens zoiets overkomt, kan hij alleen maar handelen als Zacheüs. Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving hem vol blijdschap. Als Jezus zijn intrek neemt bij jou, wordt je leven anders. De ontmoeting met Jezus maakt van jou een ander mens, omdat hij je nieuwe kansen geeft. Hij prikt je niet vast op je verleden.


Er zijn mensen die niet meteen met hun kritiek klaar staan, maar de kunst verstaan om belangstellend vragen te stellen en mee te denken. Ze geven hooguit in alle vrijheid wat suggesties of handreikingen. Maar het heeft vaak meer effect dan alle kritiek die van buitenaf wordt aangedragen of van bovenaf wordt opgelegd. Het gevoel van betrokkenheid en meeleven is wezenlijk om mensen te helpen veranderen. Jezus verstond die kunst. Hij gaf de mensen juist datgene waaraan ze het meeste behoefte hebben: erken­ning en waardering.

Jezus spelde Zacheüs niet de les, neen, Hij gaf hem zijn zelfwaardering terug: er steekt veel goeds in jou! Daardoor kon Zacheüs veranderen. Een schouderklop is zoveel beter dan een schop onder een achterste!

De houding van Jezus is dan ook heel anders dan die van de buitenstaanders. Zij merkten morrend op: Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen. Die kritiek kon Zacheüs niet deren, want aan het geluk van de ontmoeting met de Heer, kan geen morrende taal een einde maken. Integendeel. Die ontmoeting slaat bij Zacheüs iets los. Zijn krampachtige grijpende handen, die alleen erop uit waren om rijkdom te vergaren, worden open, ontvankelijk en meer nog: gevend. De dichtgeknepen handen, onze dichtgeknepen handen, moeten open handen naar God en de mensen worden. Dat kan ons ook overkomen als wij erop uit trekken om te zien wie Jezus is. Als wij hem als gast willen ontvangen. Want ook bij ons komt Hij langs om te redden wat verloren was, om ons nieuwe levenskansen aan te bieden. Alleen dienen wij die levenskansen te grijpen, met onze open handen dienen wij dan ook iets te doen.

Zoeken in Preken Online