OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, een Latijns openingslied van de Kerk begint met de tekst “Misereris omnium, Domine!”. Dat betekent: “Heer, U bent vol ontferming voor allen!” Dat woord ‘misereris’ lijkt op het Nederlandse woord miserie, ellende. Wij hebben de afgelopen week op het journaal heel wat ellende gezien. Misschien hebben wij zelf ellende meegemaakt. Wij, christenen, gaan niet zeggen wie daaraan schuldig is. Nee, wij brengen al die ellende bij Jezus Christus en vragen: Alstublieft, kijk eens hoe klein en zwak wij zijn. Wilt U ons helpen?
Want wij hebben gelukkig niet alleen het woord ‘miserie’, maar ook het woord ‘misericordia’. Miserie betekent dus ‘ellende’ en ‘cordia’ betekent ‘hart’. Als wij het vragen, drukt God ons en alle menselijke ellende aan zijn Hart. Aan het Hart van God kunnen alle mensen - mensen, die lijden onder de ellende èn mensen, die de ellende veroorzaken - de kracht en de wijsheid vinden om verder te gaan.
Het evangelie gaat over Zacheüs, een man, die in zijn leven veel kwaad heeft gedaan. Jezus redt hem.
Elie Wiesel, een Joodse schrijver, die heeft geschreven over de holocaust, heeft ooit het volgende verhaal geschreven. Een Joodse rabbi pleitte bij God ter wille van een herbergier, die een slechte naam had gekregen vanwege zijn vele overtredingen. En de Almachtige antwoordde dat Hij de herbergier vergiffenis zou schenken. De rabbi was blij met zijn succes en ging op zoek naar meer zondaars om ook voor hen in de hemel te pleiten. Maar hij vond voor hen geen gehoor bij God. Hij kwelde zichzelf met boete en berouw, vastte zes keer en vroeg de hemel wat toch de oorzaak van deze vernedering kon zijn.
“Je hebt verkeerd gedaan door zondaars te gaan zoeken”, antwoordde een stem uit de hemel. “Wanneer God er voor kiest om bij zondaars zijn blik af te wenden, moet ook jij dat doen.” Toen begreep de rabbi dat er dingen zijn die maar beter in de schaduw verborgen kunnen blijven. Want ook de schaduw is door God gegeven.
Broeders en zusters, wij hoeven niet het kwaad van alle mensen altijd aan het daglicht te brengen. Vaak is het beter om er gewoon te zijn voor de mensen.
Voor de keren dat wij mensen als schuldigen hebben aangewezen in plaats van ze bij God te brengen, in plaats van bij ze te zijn, vragen wij God en elkaar om vergeving.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, vol liefde heerst Gij over al wat leeft, en Gij verafschuwt niets van wat Gij geschapen hebt. Al zijn wij zonder aanzien, toch roept Gij ons naar U toe. Richt ons weer op wanneer wij gebukt gaan onder schuld en ondersteun ons wanneer wij dreigen te vallen. Stel ons in staat veelvoudig goed te maken wat wij aan anderen tekort hebben gedaan. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\
KINDERWOORDDIENST
PREEK
Weten jullie nog vorige week … de Farizeeër, die vooraan in de tempel stond, en tegen God zei, dat hij zichzelf beter vond dan de tollenaar!? Maar de tollenaar, die zich op de borst klopte, ging met de zegen van God naar huis en niet de Farizeeër. Vandaag zien wij, dat de mensen, die Jezus volgen, hetzelfde doen. Zij mopperen er over, dat Jezus bij een tollenaar op bezoek gaat.
De mensen begrijpen Jezus niet. Zij hebben van de Farizeeën geleerd, dat je zondaars moet mijden, want wie met pek omgaat, wordt er mee besmet. Eén rotte appel in de mand is genoeg om op den duur alle appels te bederven. Dus … gooi alle tollenaars de samenleving uit. Zet ze uit de Kerk. Hier de goeden, daar de slechten!
De Farizeeën hebben aan deze manier van doen zelfs hun naam te danken, want het woord ‘farizeeër’ betekent zoiets als ‘afgezonderde’. En de farizeeën zonderden zich niet alleen af van de tollenaars, maar ook van het gewone volk. Dat waren volgens hen maar domme mensen, die niets of weinig van God afweten.
Doen wij soms niet het zelfde? Voelen wij - mensen van de Kerk - ons soms niet een beetje beter dan andere mensen, die stelen, moorden en bedriegen?
Maar die scheiding is niet goed, want het gevaar bestaat, dat mensen denken, dat ze goed zijn, alleen al, omdat zij niet met slechte mensen omgaan. En als de zondaars alleen maar het slechte voorbeeld zien van andere zondaars, wordt het voor hen wel erg moeilijk om zich te bekeren.
Als iedereen zich in zijn eigen wereldje opsluit, bekeert niemand zich meer. De goeden niet, omdat zij denken dat zij er al zijn. De slechten niet, omdat zij denken dat er alleen maar kwaad is.
De H. Benedictus, de stichter van het klooster waar ik laatst geweest ben, zegt, dat de hoogste graad van nederigheid is: je altijd en overal zondaar te voelen. Dan houden wij ons altijd vast aan God, ook als wij onder mensen leven, die slechte dingen doen. En dan zien zij tenminste dat wij mensen zijn, die het goede proberen te doen en voelen zij zich misschien aangespoord om Jezus ook na te volgen.
Jezus zondert zich niet af. Hij zegt tegen Zacheüs: Vandaag moet Ik bij jou op bezoek komen. Jezus kijkt niet vol afschuw de andere kant op, nee, Hij kijkt omhoog, naar Zacheüs in de boom, Hij kijkt vriendelijk en blij. En kijk eens wat er gebeurt!
Wordt Jezus besmet door de onheiligheid van zijn Zacheüs? Nee, Zacheüs wordt besmet door de heiligheid van Jezus! Als je sterk staat, in de schoenen van je geloof, gaat er geen kracht uit van de ongelovige naar de gelovige, maar van de gelovige naar de ongelovige.
Wíj moeten steeds werken aan onze heiligheid, met vallen en opstaan, maar Jezus is altijd en overal heilig, straalt dat altijd uit. De mensen, die denken dat ze heilig zijn, zien - als zij Jezus ontmoeten - dat ze toch nog beter hun best moeten doen. En de grote zondaars voelen zijn warme, hartelijke liefde en weten daarmee, dat er ook voor hen toch nog redding mogelijk is.
Jezus zegt: “Vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn”, ‘moeten’, want het is de wil van God. Hetzelfde zei Jezus tegen Jozef en Maria, toen zij Hem na drie dagen zoeken in de tempel terugvonden: “Wist ge dan niet, dat ik móést zijn in het Huis van mijn Vader!?”
Het werk van God is een ‘heilig moeten’. Dat werkt genezend voor de zondaar voor wie wij het goede werk doen. Dat werkt genezend voor onszelf, omdat onze band met God daardoor nòg sterker wordt.
Maar bestaat nu niet het gevaar, dat Zacheüs door Jezus’ komst in zijn slechte gedrag wordt bevestigd!? Zo van: Jezus komt bij mij op bezoek, dus ik ben blijkbaar toch niet zo’n slechterik. Nee, Jezus komt namens God om te zoeken en te redden wat verloren is. En als je in verbondenheid met God bij iemand op bezoek gaat, gaat er een reddende kracht van je uit. Dat zien wij bij Zacheüs gebeuren. Mensen, die hij iets heeft afgeperst, krijgen het vierdubbel terug, en hij geeft zo wie zo de helft van zijn geld aan de armen. Hij krijgt door Jezus’ bezoek de kracht om zich los te maken van zijn slechte daden en om de mensen, die hij iets heeft aangedaan, de hand te geven. Aan de ene kant wordt zijn portemonnee een stuk dunner, maar aan de andere kant wordt hij in één klap schatrijk: hij heeft het eeuwige leven.
Van barmhartigheid gaat een kracht uit àls ze samengaat met echte heiligheid, toewijding aan God. Oefenen wij ons de komende week er in om steeds meer, steeds beter, de wil van God te doen. Bij Jezus blijven wij ons hele leven op school. En weten wij dan, dat Jezus èn wij door God gezonden zijn om te zoeken en te redden wat verloren is. En … denken wij aan de uitspraak van vader Benedictus: zoeken wij verloren mensen in het besef, dat ook wijzelf door Jezus worden gezocht en dat Hij ons èn de mensen die wij opzoeken als een Goede Herder op zijn schouders neemt, iedere keer als wij om hulp vragen en het goede proberen te doen.
In het meinummer van ‘Nieuwe Stad’ het tijdschrift van de Focolare, staat een verhaal over een vrouw, die wel altijd met haar man meeging naar allerlei activiteiten, maar hij kon heel gemakkelijk contacten leggen met alle mensen; zij kon dat helemaal niet. En daarom waren al die activiteiten voor haar een grote beproeving.
Op een dag kwam zij iemand tegen, die haar vertelde hoe je iedere mens kunt liefhebben door je oprecht voor hem of haar te interesseren. Ze vond het een fantastisch idee en ging het meteen uitproberen. Zij had wisselend succes. Er bestaat geen methode met 100% garantie. Maar een aantal keren groeiden contacten uit tot een diepere ontmoeting.
Jezus Christus toonde ook oprechte belangstelling voor iedere mens zonder uitzondering. Laten ook wij proberen zo om te gaan met iedere Zacheüs van deze wereld.\
SLOTWOORD
Een man zoekt zijn toevlucht bij een rabbijn. Hij vertelt hem dat hij voor de Kozakken op de vlucht is en dat hij gedood zal worden als ze hem vinden. Dan komen de mensen uit het dorp naar de rabbi en zeggen hem: “Waarom heb jij die vluchteling gastvrij in je huis opgenomen? Wat gaat er straks met ons gebeuren?”
De rabbi legt uit dat het toch een opdracht van de Thora is iemand die men naar het leven staat, gastvrijheid te verlenen. Maar de inwoners van het dorp vrezen dat straks misschien heel het dorp uitgemoord zal worden. Daarom vragen zij de rabbi een oplossing te zoeken en de vluchteling uit te leveren.
De rabbi studeert de hele nacht in de Talmoed, tot hij bij het aanbreken van de ochtend een tekst vindt waarin staat: “Omwille van één man hoeft niet het hele volk om te komen.” Dan gaat hij naar de vluchteling toe en leest hem deze tekst voor.
Op hetzelfde ogenblik komen de Kozakken het dorp binnen en roepen: “Zeg ons waar de vluchteling zich schuil houdt, anders zullen we het hele dorp platbranden.” Dan treedt de rabbi naar buiten en zegt: “Hier is hij.”
Van de ochtend tot de avond vieren de mensen van het dorp feest. Maar de rabbi laat zich niet zien; hij zit in zijn kamer verdrietig voor zich uit te staren, vol schuldgevoelens. Op dat ogenblik komt Elia binnen, de profeet, die de komst van de Messias aankondigt. “Wat heb je gedaan?” vraagt de profeet. De rabbi antwoordt: “Ik heb één mens laten omkomen om het hele volk te sparen.” Dan zegt Elia: “Die opgejaagde vluchteling was de Messias.”
“Maar hoe kon ik dat weten?” vraagt de rabbi. “Als je niet de hele nacht in boeken had gezocht - antwoordde Elia - maar één keer naar het gezicht van die man had gekeken, dan had je het geweten.”
Broeders en zusters, Jezus Christus was bij Zacheüs. Hij leverde hem niet uit aan wie dan ook. En door zijn liefdevolle aandacht bekeerde Zacheüs zich tot God en het goede. Proberen ook wij zo met mensen om te gaan.