Geraakt (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Zieke mensen hebben soms bewonderenswaardige moed. Wanneer ze eenmaal hun lot aanvaard hebben, stralen ze een boodschap uit: “Ik ga geen wonder vragen. Ik neem het leven zoals het komt, ook als dat pijn en dood betekent. Ik zoek geen vluchtweg”. Dat raakt je, daar wordt je stil van. Het kan het begin zijn van op een andere manier in het leven staan en op een ander manier omgaan met tegenslag.

Ook gezonde mensen kunnen je soms aan het denken zetten door de moed die ze uitstralen. Een jonge vrouw die maandelijks in de publiciteit staat, bleek onlangs zich ontfermd te hebben over 16 jonge kinderen, die slavenwerk hadden verricht. Zij had de kinderen vrijgekocht en op een school geplaatst. Dat raakt je. Dan denk je: “Van zulke idealisten wil ik leren om te leven.”

Temidden van gezeur over geld en design- spullen, over auto’s met een uitstraling, huizen met allure en een grote tuin of een gadget die je gezien hebt bij vrienden of de buren, temidden van dat alles wordt je opeens getroffen door de vrouw of man die het heel anders aanpakt, door iemand voor wie de armste sloeber goud waard is, die gegrepen is door mensen en dan vooral door degenen voor wie je echt iets kunt doen, omdat ze op hulp zijn aangewezen.

Op die manier moet Zacheüs getroffen zijn door Jezus Christus, een man die zijn bijzondere gaven niet gebruikte om macht te verwerven, om in de gunste te komen bij de heersende klasse, om een mooie kavel toegespeeld te krijgen, om zich te verzekeren van een gouden handdruk, neen die zijn talenten gebruikte voor hulpbehoevenden zonder op hun status te letten. Zacheüs had het begrepen. Aanvankelijk werd Zacheüs alleen gedreven door nieuwsgierigheid. Hij had er van gehoord en wilde zo’n man, die in zijn kringen helemaal niet voorkwam, wel eens van nabij zien. De vonk sloeg over en veranderde zijn hele leven.

Voor kerkmensen is het verhaal van Zacheüs misschien wel tot op de draad versleten. Ons geheugen wordt weer eens opgefrist: O ja, zo was het verhaal. Een heel wat kerken wordt nu de gelegenheid aangegrepen om u te gaan vertellen waar dit verhaal zich afspeelde, welke parallelverhalen er zijn. Dat noemen ze exegese. Als u daar in geïnteresseerd bent dan kunt u tegenwoordig het internet afstruinen en een heel jaar vullen met het lezen van wat daar allemaal over geschreven is en als predikant kun je dan laten horen wat jij allemaal weet. Maar het gaat hier nooit om verhalen, het gaat steeds om de boodschap die er in schuil gaat en soms er heel dik bovenop ligt.

We horen wel eens van mensen die zeggen dat ze Jezus Christus ontmoet hebben. Daar worden we misschien een beetje akelig van, want er zijn veel redenen om mensen, die zeggen verschijningen te hebben gehad, te wantrouwen. Maar dat bedoelen zo ook niet. We kunnen immers dagelijks mensen tegen komen, christenen die die bijzondere levenshouding van Jezus Christus uitstralen. Als onze nieuwsgierigheid er door geprikkeld wordt dan kan dat een aanzet zijn. Via de media wordt onze nieuwsgierigheid voortdurend geprikkeld. We nemen kennis van hopeloze toestanden en kunnen niet anders dan treurig vaststellen dat we er weinig of niets aan kunnen doen en leven ons leventje verder. Toestanden maken ons niet meer zo actief. Dat kan wel gebeuren door levende mensen, inspirerende mensen. Inspireren betekent begeesteren. Daar op reageren verdraagt geen langdurig overleg. Dat leidt tot niets: een heel klein vuurtje waait gauw weer uit. Als we weer eens echt geraakt worden en dan zonder lang aarzelen tot daden komen, dan weten we dat we nog christen zijn. Dat het mag gebeuren.

Zoeken in Preken Online