Kinderen houden van het verhaal van Zacheüs. Gewoon omdat het eigenlijk zo’n stapelgek verhaal is. Wij nemen de verhalen uit de evangelies zo bloedernstig, dat de humor die er vaak ook in zit, ons meestal ontgaat. We luisteren niet naar wat ze vertellen, maar beginnen alles allegorisch uit te leggen en symbolisch te overtrekken, zodat we de humor in die verhalen niet opmerken.
Wie spreekt er nu van een splinter in het oog van zijn broer of zus, en een balk in eigen oog? Wie kan zijn lachen inhouden als Jezus Johannes de Doper, die knoesterige man in zijn kameelharen mantel met een leren riem om zijn middel, met zijn ver-dragende stem en sombere profetieën, vergelijkt met een riet-halm, die in de wind op en neer waait, en met een dandy aan het hof van de koning (7,24-25)?
En dan die suggestie, dat iemand een lamp aansteekt om die onder een bed te zetten, of die van de kameel die probeert door het oog van een naald te kruipen! Neem het verhaal van de man die midden in de nacht bij zijn buurman aan gaat kloppen, alhoewel die kennelijk met zijn hele familie al in (een?) bed is, en over vrouw en kinderen moet klimmen om de deur open te doen om van dat verdere geklop af te zijn (11,8). Het moet rond Jezus vaak geklaterd hebben van het lachen. Lucas maakt van die humor niet eens zo heel erg veel. Hij is al besmet met de dodelijke en dodende ernst die later het menszijn van Jezus bijna helemaal zou gaan verhuilen.
Maar de humor in het optreden van Jezus is zo sterk dat zelfs Lucas’ bedenkingen die niet ongedaan kunnen maken. Denk aan de onrechtvaardige rechter die bang is een blauw oog te krijgen van de weduwe tegenover hem in zijn kantoor (18,4-5), of de pasgetrouwde man die ineens ontdekt dat hij niet zo maar zonder meer naar iedere fuif kan gaan (14,20). Misplaatste kerkelijke plechtstatigheid verhult dat er rond Jezus eens een bende mensen stond die van hem en zijn verhalen genoten! Kinderen doen dat nog! Laat ze maar eens een tekening maken van Zacheüs na ze hun dit verhaal verteld te hebben. Ondanks alle exegetische, semiotische, tekstkritische en ontmythologiserende aanslibbingen blijft het komisch om Jezus daar onder die wilde vijgenboom door takken en bladeren heen naar Zacheüs te zien kijken - die bovenin de boom tussen de takken zit - om hem dan te vragen of hij niet bij hem kan blijven eten!
Het verhaal van Zacheüs is een van de vier modellen die Lucas gebruikt om te laten zien wat een ontmoeting met Jezus kan betekenen in iemands leven (R. White, Luke‘s Case for Christianity). Er is het verhaal van Petrus (5,1-11), van de ‘zondige’ vrouw in het huis van Simon de Farizeeër (7,36-50), er zijn de parabels over het verloren schaap, de verloren munt en de verloren zoons in hoofdstuk 15, en het vierde vignet is de geschiedenis van Zacheüs.
In dit geval ligt het praktisch initiatief helemaal bij Jezus. Zacheüs klimt in zijn boom, omdat hij wel en niet geïnteresseerd is in de man over wie hij allerhande verhalen gehoord heeft. Hij weet dat hij als hoofdambtenaar van de belastingdienst nu niet de meest geziene burger is. Hij collaboreert met de Romeinse bezetting. Dat is wellicht juist een van de redenen dat Lucas zoveel aandacht aan Zacheüs besteedt. Er is namelijk goede reden om aan te nemen dat de Teofilus voor wie Lucas zijn evangelie schrijft, een Romeinse persoonlijkheid van enige betekenis is, aangezien Lucas hem in het begin van zijn boek (1,1-4) aanspreekt met excellentie - een term die hij in de Handelingen drie keer gebruikt als het gaat over Romeinse hoogwaardigheidsbekleders. Het geval Zacheüs is dan interessant, omdat het aan de Romeinen laat zien hoe Jezus zelfs de corrupte landverraders die ze voor hun diensten gebruikten, tot betere gedachten kan brengen. Jezus doet dat op zijn typische manier. Terwijl de omstanders Zacheüs een zondaar noemen, let Jezus alleen maar op het positieve in hem: ‘Ook deze man is een zoon van Abraham!’ Hij bevestigt Zacheüs zoveel als hij kan en Zacheüs reageert daar heel positief op; niet op een mystieke wijze, maar op een manier die bij zijn financieel bepaalde levensinstelling past: ‘Bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand afgeperst heb geef ik het hem vierdubbel terug.’ De omstanders moeten gejuicht hebben. Jezus keek hen aan en zei: ‘Daar ben ik immers voor gekomen!’
Komische bekering
C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen