Jezus en Zacheüs

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Het is duidelijk dat wij niet naar een dokter gaan om onze schoenen te laten verzolen, en evenmin naar een schoenmaker om galstenen te laten weghalen. Een dokter is er voor de zieken, en een schoenmaker is er voor schoenen. Dat is voor iedereen duidelijk. Dit zal ook voor de farizeeërs duidelijk zijn geweest. Maar wat hun niet duidelijk was, is dat Jezus er voor zondaars is, en wel speciáál voor zondaars. Wat zij wel in Christus zagen, kunnen we alleen vermoeden: misschien een knappe leraar, of een gevaarlijke demagoog. Want zij zullen straks Jezus ervan betichten dat Hij het volk opruit, en dat Hij op een heiligschennende manier preekt. Zij zagen in geen geval Jezus als iemand die mensen verlost, vrijmaakt van hun zonden en hun fouten. Anders hadden zij er geen aanstoot aan genomen dat Hij juist bij zondaars de deur plat loopt. Daar nemen zij aanstoot aan. Zij zagen eenvoudigweg niet wie Christus was en wat Hij kwam doen. Want waar is een verlosser beter op zijn plaats dan juist bij zondaars. Daar heeft Hij zijn werk; daar voelt Hij zich thuis. Zoals een schoenmaker zich het beste thuis voelt bij zijn leest en een dokter bij zijn patiënten. Vandaar dat Jezus zegt: Ik ben gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was. De farizeeërs zagen dat niet.

Waar het nu op aankomt voor ons is: hoe zien wij Jezus? Zien wij Hem ook niet verkeerd? Want wanneer zoeken wij Hem op? Als het in ons gezin niet goed gaat omdat er ziekte is of andere narigheid; als het in ons zakenleven niet goed gaat; als we voor een examen staan. En dat is natuurlijk goed. Maar Jezus is op de eerste plaats een verlosser van zonden en fouten.

Weten we daar wel goed raad mee? Want wie voelt zich nu nog zondig? Ja, vroeger wisten we van zonde en schuld. Maar wie heeft daar nu nog weet van? Wat spijt is weten we. We kunnen spijt hebben dat een relatie verbroken is, zoals we ook spijt kunnen hebben van een gebroken mooi kopje. Maar dan denken we: spijtig, jammer, maar er was niets aan te doen; het was gewoon een ongeluk, het was een samenloop van omstandigheden. Maar dat wij daaraan schuld zouden hebben, dringt niet tot ons door. Dat wij een andere mens hebben gekwetst, of alleen hebben gelaten: dat weten we wel, maar daar reageert ons geweten dikwijls niet zo op. Dat schrijven we toe aan vermoeidheid, of aan andere omstandigheden. Maar dan betekent Jezus ook weinig voor ons. Dan zien we Hem misschien als iemand die ons kan inspireren. Maar niet als iemand die ons kan verlossen van zonde en schuld. En dat is Hij toch op de eerste plaats…

Zoeken in Preken Online