31e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Het is niet bij de nuntius, niet bij de geëngageerde leek of bij de pastoor, dat Jezus deze keer zijn intrek neemt, Hij verlaat ook de stoet niet om in een armenhut of in een sociale woning een sukkelaar of een abonnee van de arbeiderspers een nederig bezoek te brengen. Het is bij Riens, - zo zou je de naam “Zacheüs” kunnen omzetten -, dat Jezus “te gast moet zijn”. De kritiek is niet uit de lucht: “Allen zagen dat en merkten morrend op: ‘Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen’”!

“Allen”, dat wil zeggen: het religieuze establishment, de hogere klassen en wie hen steunde, de armen onder het volk, de dikke laag tussen arm en rijk, die het altijd over de rijken heeft en die geen vinger uitsteekt om de armen te helpen en ook de min of meer professionele aanklagers van de eeuwige wantoestand van de maatschappij. Zacheüs, Riens, was de laatste waar Jezus thuishoorde. Hij was allesbehalve rein. Een “rijke stinker” was hij in de taal van het volk en voor iedereen een collaborateur. In de parabel van de Farizeeër en de tollenaar moest de lezer eraan denken. Hier benadrukt Lucas het zelf. Het is omdat Zacheüs een “zondaar” is, duidelijk en publiek een onreine, dat het volk Jezus wel moét aanvallen. Maar het is om dezelfde reden dat Jezus bij hem “te gast moet zijn”. Hij is niet voor de gezonden, maar voor de zieken gekomen. Dit wordt vlak voor het drama in Jeruzalem, door Lucas nog eens uitdrukkelijk geschreven.

Zacheüs is inderdaad ziek en hij wordt wel degelijk genezen. Hij lijdt aan geldzucht. Hij moet Jezus’ mening over rijkdom kennen. Jezus heeft er genoeg voor gewaarschuwd. Nu de fameuze Profeet, de Dokter voor hem staat, vindt hij de moed om er het mes in te zetten. “Rechtop, staande voor de Heer, zei hij: ‘Kijk, ik schenk de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb geef ik het vierdubbel terug’” Het is een sterk verhaal. Het heeft iets plechtigs, Zacheüs’ voornemen veronderstelt grote beslissingskracht. Het is Jezus die die bij hem loswerkt. Hij is “klein van gestalte” en heeft zijn hele lengte nodig, om zichzelf te horen beloven wat de onverwachte ontmoeting hem inspireert. Het is een beslissing van ziel en lichaam. Hij weet dat hij nog kritiek zal krijgen. “Allen” zullen hun reactie klaar hebben. De armen zullen vechten voor hun deel van de buit. Wie noch arm noch rijk is zal zeggen: “Hij heeft er genoeg en het is in elk geval oneerlijk verdiend, gestolen en ‘afgeperst’ “. De andere rijken zullen onder mekaar lachen. Hij zal na de uitvoering van zijn besluit niet méér vrienden hebben dan vroeger, misschien minder en in elk geval andere. De Farizeeërs zullen denken dat hij gek is of twijfelen aan de zuiverheid van zijn bedoelingen. Geen van de “onreinen” zal in Riens geloven.

Wat is er met Zacheüs gebeurd? Waarom geeft hij de helft van zijn bezit weg? De “armen” hadden daar geen “recht” op. Waarom geeft hij “vierdubbel” terug wat hij links en rechts heeft “afgeperst”? De wet verplichtte daartoe niet precies. Jezus heeft hem gezocht. “De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was." De inhoud van het gesprek tussen Jezus en Zacheüs is aan de pers niet vrijgegeven, zelfs niet aan het Evangelie. Wij kennen het verloop ervan niet en Lucas kent het ook niet. We kennen alleen de afloop. Wat Zacheüs, “rechtop, staande voor de Heer”, aan Jezus zegt en wat Jezus hem antwoordt heeft het karakter van een publieke verklaring. We kennen alleen de inhoud van ons eigen gesprek met de Mensenzoon die ons zoekt en ons wil redden. Lucas is discreet als hij een bekering schildert. Loop, zoals Zacheüs, “hard vooruit om Hem te zien”, Hij haalt u beslist in. Hij haalt u uit uw vijgenboom en voert een lang gesprek met u. Er kan een verklaring volgen maar dat hoeft niet. ‘s Anderendaags komt Jeruzalem in zicht. Niemand loopt Hem daar nog vooruit. Hij beklimt er de levensboom en spreekt er een laatste keer, met elk van ons, over het Paradijs…

Zoeken in Preken Online