Er is meer aan de hand

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Je hoort wel eens een patiënt in het ziekenhuis zeggen: ‘Ze moesten eigenlijk zelf een keer goed ziek zijn geweest. Dan weten ze wat het is, in een ziekenhuis te moeten liggen’. Deze opmerking geeft ons te denken. Daar zit heel wat achter.
Net als bij Jezus, toen Hij bij die tollenaar aan tafel wilde gaan. Toen heeft Hij iets gezegd dat ons ook tot nadenken stemt: ‘Zacheüs kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn’. Ook deze opmerking geeft ons te denken. En: ‘Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen’. En: ‘De mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was’. En: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars’. Jezus prikt hier door de uiterlijke schijn heen. Hij ziet die tollenaar, en weet dat Hij er goed aan doet bij hem aan tafel te gaan. Dan kan Hij deze man redden. want bij deze man was meer aan de hand.
Kijk, als je ziek bent, is er ook meer aan de hand dan wat er in je status staat. Dat is de map waarin de dokter en de verpleging alles opschrijven wat ze over de ziekte weten, en wat ze eraan moeten doen. Daar staan bloeduitslagen in, en het resultaat van de kweek, en het hartfilmpje. Maar wat er niet in staat - en dat kan ook niet -, is wat je als zieke geestelijk doormaakt. Die hele status staat vol met lichamelijke symptomen en signalen. Maar dingen als eenzaamheid, wanhoop, angst, zorg om thuis… Die staan er meestal niet in. Er staat wel dat mijnheer of mevrouw slecht geslapen heeft, en dat er de volgende avond een slaaptablet gegeven moet worden. Dat is natuurlijk geweldig. En met die slaaptablet zul je ook wel slapen, maar die tablet doet natuurlijk niets aan de oorzaak van je slapeloosheid, omdat je de hele nacht hebt liggen piekeren over iets. En dat ‘iets’ maak je meestal niet bekend. Dat houd je voor jezelf. En daarom is de hele gezondheidszorg noodzakelijk erg lichamelijk ingesteld. Dat is ook het gemakkelijkste. En als patiënt pas je je daar maar bij aan. Althans meestal.
Want het zal wel niet zo vaak voorkomen dat je als patiënt op het belletje drukt, en aan de verpleging vraagt: ‘Wil je even gewoon bij me komen zitten. Ik voel me zo verdrietig of eenzaam of wanhopig’. Nee, dat doe je niet. Je bent bang dat je te horen krijgt: ‘Daar heb ik momenteel geen tijd voor’. De verpleging is al zo overbelast, denk je dan. Of: ik moet het toch zelf uitvechten. Een patiënt vraagt: ‘Zuster, hebt u een glaasje water voor me?’. Of: ‘Broeder, heeft u iets tegen de pijn?’. Of: ‘Ik geloof dat ik de ondersteek nodig heb’. En je moet wel een heel goede verpleger of verpleegster zijn om te horen dat er achter die lichamelijke vraag een heel andere vraag schuilgaat.
Vreemd eigenlijk. Waarom zijn die dingen zo moeilijk bespreekbaar? En waarom worden die dingen door ons, gezonde mensen, zo moeilijk verstaan? Er zit blijkbaar veel achter, als een patiënt in een ziekenhuis zegt: ‘Ze moesten eigenlijk zelf een keer goed ziek zijn geweest. Dan begrepen ze wat het is, in een ziekenhuis te moeten liggen’. Als een zieke zoiets zegt, zit daar veel achter. Daar moet naar geluisterd worden. Maar dan moet zo’n zieke er ook wel over willen praten, wil tenminste een ziekenhuis geen ziektenhuis worden…

Zoeken in Preken Online