Naar beneden komen

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Er zijn veel punten waardoor het verhaal over Jezus en Zacheüs op ons en onze westerse samenleving toegepast kan worden. Laten we er drie noemen: Zacheüs is rijk, hij wil Jezus zien en hij is klein. Deze drie zullen we vandaag in overwe­ging nemen. Ze kunnen ons helpen de bevrijdende kracht van het evangelie op onszelf te betrekken en de wereld waarin we leven.

Het eerste punt is duidelijk. Wij leven in een samenleving waarin veel mensen rijk zijn. Ook als we zelf niet meer dan modaal te verteren hebben, is dat zo. We leven nu eenmaal niet in een arm land. Wie we ook zijn in Vlaanderen, we zijn in vele opzichten welgestelden in vergelijking met miljoenen anderen op onze planeet. En als we dan al niet materieel rijk zijn, dan hebben we toch die enor­me voorsprong in gezondheidszorg, vrijheid van handelen en mogelijkheden om ons te ontplooien.

Er wordt vaak gezegd: Zacheüs was een profiteur. Hij had zijn rijkdom niet eer­lijk verworven. Hij was welgesteld geworden ten koste van anderen. Als tol­beambte in de grensplaats Jericho profiteerde hij van de tol die de Romeinse keizer hief aan de grenzen van Judea. Door het aannemen van die baan verried hij zijn land en zijn volk. Is dat dan ook van toepassing op ons?

Ja en Nee. Nee, wij kunnen er eigenlijk ook niets aan doen dat wij in een van de rijkste landen van de wereld zijn geboren. Persoonlijk hebben wij geen aan­deel in al dat materieel gewin. Maar ook: Ja. Want als we ons afvragen hoe wij eigenlijk in Europa en Nederland aan onze welvaart gekomen zijn, niet zozeer persoonlijk, maar in Europa als geheel? Als onze voorsprong in welvaart zo enorm opvalt in het totaal van de wereldbevolking, dan is dat omdat wij - onge­wild - geprofiteerd hebben van anderen. Afrika en Azië hebben daarvoor de tol betaald. Zij betaalden mee, in het verleden en nu nog, aan onze hoge levensstan­daard. Hoe zou onze westerse samenleving eruitzien, als wij dat profijt nooit had­den getrokken? En de moeilijkheid is dat wij dit ook eigenlijk nauwelijks meer kunnen veranderen. Wij hoeven toch niet op te draaien voor wat er in de vorige eeuwen fout is gegaan? Wat we bereikt hebben, willen we niet kwijt. Wij willen niet terug naar af. Zo staan we dan toch ergens in de schuld bij onze medemen­sen op aarde.

Maar laat ons het tweede punt eens nemen. Dat lijkt op het eerste gezicht heel wat onschuldiger. Wanneer Lucas opschrijft dat Zacheüs een poging doet Jezus te zien, dan is dat voor ons persoonlijk zeker ook het geval. Want hoe arm of rijk we hier ook hij elkaar zitten, en of we ons daar nu veel of weinig schuldig hij voelen, wij hebben allemaal iets met Jezus van Nazaret. Hij is voor ons nog steeds die door God geliefde en verlichte mens. Zijn korte leven in onze wereld is nog steeds een lichtend spoor voor ons van bevrijding en moed om voor men­sen op te komen. Wij willen dat altijd weer weten en meemaken. Zijn verhaal dat hier in een woord- en gebedsdienst wordt doorverteld, is één van die talloze keren dat we pogen te zien wie Jezus is.

Maar nu komt het derde en beslissende punt. Als je Jezus wilt zien en tegelijk deelt in een rijke samenleving, heb je een probleem. Er zijn op aarde ontelbaren die Jezus willen zien. Wel niet letterlijk, maar ze zoeken wel iemand die voor hen opkomt. Iemand die bevrijdende liefde geeft zonder reserve. Die nood leeft bij mensen. Maar bij miljoenen van hen ligt die nood heel anders dan hij ons. Zij hebben zo weinig kansen gehad dat ze vandaag met hun ellende naar voren dringen en ons het uitzicht benemen. Het zijn mensen die er veel beroerder aan toe zijn dan wij. Zij benemen ons het uitzicht, want onze problemen zinken in het niet hij die van hen. Onze problemen zoals het milieu, het verkeer, de socia­le zekerheid; dat zijn, in vergelijking met hun strijd op leven en dood, kleinig­heden. Wij zien het soms niet zitten: maar onze nood is van de tweede categorie: depressies, verveling, en werkloosheid. We hebben net als Zacheüs geen reden om het eerst aan de beurt te komen. Het zijn geen kwesties van erop of eronder: Het zijn geen honger, onrecht, marteling of vernietiging die ons bedreigen. Wij lijden in veel opzichten aan onze eigen onmacht. Wat moet Zacheüs doen daar ergens op de achterste rij. Hij klimt in een boom. Hij probeert in z’n eentje zicht op Jezus te krijgen. Zijn verlangen naar geluk kan alleen meedoen op een af­standje. Zo doen wij het ook. Ook wij zoeken een plek waar ons geloof in Jezus, of onze hoop op hem kan gevoed worden. Maar een beetje achteraf, vanuit een veilige uitkijkpost.

Misschien is dit uur van ons samenzijn ook wel zo’n rustig plekje waar we onge­stoord Jezus kunnen zien. Anderen doen het misschien met een goed boek, of een weekendje bezinning. Maar we weten hoe het verder gaat. We weten wat Jezus doet. Hoe hij omhoog kijkt en Zacheüs roept: Kom vlug naar beneden. Hoe gelukkig voor ons dat dit evangeliewoord bestaat: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in je huis te gast zijn. Wat een geluk, dat Jezus ons naar beneden roept, met beide benen op de grond. Dat hij ons erbij haalt ondanks onze vreemde en lastige voorgeschiedenis. Wat een geluk bij een onge­luk dat het goddelijk licht ook ons nodig heeft. Alle kritiek op Zacheüs verhin­dert niet dat Gods liefste mens Jezus ook hem heel serieus neemt. Zo wil hij ook ons erbij hebben, met ons verleden, met ons rijke heden. Hij weet dat ieder mens, ook wij in deze moderne samenleving bevrijding nodig hebben; dan zullen wij ook op onze beurt bevrijdend kunnen zijn…

Zoeken in Preken Online