Om te zoeken wat verloren was

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

De meesten onder ons zullen wel de film over Gandhi gezien hebben. Hij was geen christen, maar hij heeft zeker de leer van Christus veel serieuzer genomen dan het grootste deel van ons christenen. In maart 1931 had Gandhi een tocht naar de zee aangekondigd, om ostentatief tegen de wet in van het gouvernement zout te gaan winnen uit het zeewater. Het werd een triomfantelijke tocht. Telkens als hij op zijn tocht door één of ander dorp trok, werd hij feestelijk opgewacht. Men sproeide water op de wegen om het stof weg te nemen, men strooide bloemen en bladeren om het gaan gemakkelijk te maken.

Nu was Gandhi een besliste tegenstander van het kastensysteem in India, waardoor het grootste aantal inwoners buiten het sociale leven gesloten wordt: de onaanraakbaren. Zo kwam Gandhi op een zekere avond in een groot en welvarend dorp met een bijzonder groot aantal onaanraakbaren. De inwoners bereidden hem een hartelijk welkom. Het hoofd van het dorp nodigde hem plechtig uit om bij hem te komen overnachten. Een fris bad, een welgedekte tafel, een fris bed stonden op hem te wachten. Gandhi bedankte het dorpshoofd vrien­delijk maar hij nam de uitnodiging niet aan. Hij nam zijn intrek bij onaanraakbaren, aan de rand van het dorp. Zij ontvingen hem met open armen. Hij raakte hen aan, speelde met hun kinderen en noemde hen allen kinderen van God. Toen hij de volgende morgen afscheid nam, had hij de tranen in de ogen. Door zijn aanwezigheid had Gandhi die mensen niet alleen nieuwe levensmoed gegeven, maar hen ook bewust gemaakt van hun waardigheid.

Natuurlijk was dit alles bij het dorpshoofd niet in goede aarde geval­len en het afscheid was dan ook koel en onverschillig. Maar dat trok Gandhi zich niet aan en zei: ‘Ik wens niet te worden herboren, maar als dat zou gebeuren, dan hoop ik te worden herboren tussen de on­aanraakbaren, zodat ik mezelf en hen zal kunnen bevrijden van hun mensonwaardige situatie’. Deze moedige, symbolische daad van Gandhi, doet ons nog beter begrijpen wat Jezus deed in Jericho.

Zeker, Zacheüs was geen arme, maar in zekere zin was hij ook een onaanraakbare. Met al zijn geld en carrière leefde hij ook als een uit­gestotene aan de rand van de maatschappij. Hij voelde zich arm, daarom zat hij alleen, op zijn eigen houtje, in de vijgenboom, in de hoop dat Jezus misschien een nieuwe zin aan zijn leven kon geven. Jezus zag dat hij daar alleen zat, uitgesloten van de menigte. Daarom wilde Jezus bij hem te gast zijn, ook al zouden alle mensen morren omdat Hij bij een zondaar zijn intrek nam.

Eigenlijk zou het voor de hand liggend zijn geweest dat zo’n groot profeet zijn intrek zou nemen bij een van de vooraanstaanden van het dorp. Hij zou daar zeker met alle eer ontvangen zijn, in dat hoog gezelschap had Hij kunnen discussiëren over de wet, zij zouden Hem gevierd hebben als een groot profeet. Maar dat alles zocht Jezus niet, Hij dacht niet aan zichzelf maar aan de nood van anderen. Hij kwam immers zoeken wat verloren was.

Jezus had een bijzonder gevoel voor het goede dat schuil gaat in elk mensenhart. Hij wist hoe deze kleine man jarenlang een leven geleid had van afpersing, geldzucht en egoïsme, maar Hij zag ook hoe deze mens hunkerde naar een diepere levenszin en naar bevrijding. Aan die nood om redding wilde Jezus tegemoet komen, Hij wilde het goede in het hart van Zacheüs tot nieuw leven wekken. Door bij hem te gast te willen zijn, leidde Hij Zacheüs binnen in een nieuwe wereld, waarvan deze tot nu toe het bestaan niet had gekend. Jezus leerde hem broederlijk delen, niet door een boetepreek te houden, maar alleen door aandacht te hebben voor zijn persoon.

Deze houding van Jezus moet richtinggevend zijn voor de Kerk van vandaag. Het is een goed teken, zei Mgr. Romero, wanneer de Kerk in geen goede verhouding leeft met de rijken en machthebbers; de Kerk moet te gast willen zijn bij mensen die door de maatschappij uitgestoten worden, zij moet te gast willen zijn bij de zondaars en bij de armen, want die hebben het meest nood aan bevrijding. Deze houding van Jezus moet richtinggevend zijn voor ons allemaal. Wij moe­ten meer aandacht hebben voor zieken en bejaarden dan voor gezon­den en welgestelden; wij moeten een voorkeur hebben voor mensen die in nood zijn; wij moeten in één woord, zoals Jezus, zoeken wat verloren is en redding brengen aan de mensen die in nood zijn…

Zoeken in Preken Online