Ons is verschenen de menslievendheid van God

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Misschien spreekt de goedheid en de mensenliefde van Jezus nergens zo duidelijk als bij de ontmoeting met Zacheüs.

Jezus verkocht niet veel theorie over de liefde. Hij vertelt ons wel hoe de liefde handelt, maar vooral heeft Hij de liefde zelf beleefd door te zoeken en te redden wat verlo­ren was. Proberen we ons even in de situatie Zacheüs -Jezus in te denken.

Zacheüs was een tollenaar. Dat was geen belastingsbeambte zoals wij die nu kennen: een staatsbediende, die volgens bepaalde wetten de belasting controleert. Vroe­ger was het heel anders. De Romeinen verkochten het recht om belastingen te innen aan privaat personen, die hun tarief bepaalden -zeker niet te laag - met de steun van de Romeinen.

Zacheüs was een rijk man. Hij had zich rijk gemaakt door uitbuiting en afpersing. Hij leefde er goed van, maar was in zijn situatie niet gelukkig. Hij had geen vrienden en iedereen bleef uit zijn omgeving. Eenzame rijkdom maakt niet gelukkig.

Op een dag hoorde hij dat Jezus voorbijkwam en hij wilde zien wie Jezus was. Eigenlijk wist hij dat al en ook dat Jezus’ houding tegenovergesteld was aan de zijne. Jezus nam de mensen niets af, Hij gaf. Hij gaf de mensen juist datgene waaraan zij het meest behoefte hadden, namelijk het gevoel van erkenning en waardering. Bij Jezus moch­ten ze zijn zoals ze waren, allen werden ze door God bemind. Door zijn eenvoud maakte Jezus aan iedereen duidelijk dat juist het ‘niet hebben en houden’ is dat mensen gelukkig maakt.
Zacheüs wilde alleen zien wie Jezus was. Zich bekeren, daaraan had hij in de verste verte niet gedacht. En hoe wonder!

Jezus keek naar Zacheüs, naar hem tussen al die mensen langs de weg, naar die kleine man verstopt in het lover van de vijgenboom. En Jezus keek hem niet alleen aan, maar Hij bleef staan juist voor die vijgenboom. De meetrek­kende mensen bleven ook staan en keken met Jezus naar Zacheüs op. Ze kenden hem, die uitbuiter… en verwachtten dat Jezus hem, de levieten, eens de les zou lezen. Maar zo was de blik van Jezus niet. Het was alsof Jezus zich verheugde Zacheüs te zien om hem persoonlijk te kunnen begroeten. Persoonlijk, want Jezus noemt hem bij zijn naam: Zacheüs, vandaag moet Ik bij u te gast zijn. Dat was het laatste wat de Joden verwacht hadden en ze morden omdat Hij bij een zondaar zijn intrek ging nemen. Is dit niet ontroerend? Jezus bood aan deze uitgestoten man zijn vriendschap aan. Hij toonde hem zijn waardering door hem iets te vragen. Jezus leerde Zacheüs ‘geven’ en Hij heeft hem gelukkig gemaakt door iets van hem te nemen. Hij gaf aan Zacheüs zijn zelfwaardering terug: er is nog heel veel goeds in jou! Daardoor kon Zacheüs veranderen. Hij hoefde niets meer te hebben, hij mocht nu helemaal zichzelf zijn.

Waar vinden wij onszelf terug in dit verhaal? Zijn wij ook niet een beetje als Zacheüs, klein van gestalte, onder de maat, onzeker, teruggetrokken en verborgen? Misschien toeschouwer, buiten­staander? Welnu, doen we dan van­daag zoals Zacheüs, geven we onze Post als toeschou­wer maar op; kom van de boom af en ontvang de Heer vol vreugde, omdat Hij u komt zoeken.

Ik zou willen wensen dat ieder van ons voor de een of andere mens eens een teken van Gods liefde mag zijn, door hem te waarderen, in hem het goede te zien en hem te ontsluiten door een goed woord. Bevestig de mens en je brengt hem tot leven…

Zoeken in Preken Online