Er gaat geen dag voorbij of we zien op het tv-scherm een of ander staatshoofd op het vliegveld afscheid nemen van een ander staatshoofd. Alles verloopt dan volgens een bepaald protocol. Iedereen weet de plaats waar hij of zij moet gaan of staan. Vóór het vliegtuig zijn microfoons opgesteld en met grote woorden wordt er uitgeweid over de nuttige gesprekken, de bereikte resultaten en het vriendschappelijk onthaal. Voordat het vertrekkende staatshoofd in het vliegtuig verdwijnt, keert hij zich nog eens om om te groeten en dan is alles oké! Wij kennen dat allemaal en niemand neemt het ernstig.
Christus werd op zekere dag in Jericho ontvangen. Daar verliep alles geïmproviseerd, onconventioneel. Op straat was er geroep en gejuich van het volk. Maar tot ergernis van de mensen van Jericho bracht Jezus een bezoek bij de hoofdbeambte van de douane, bij Zacheüs. Wat zouden wij zeggen als de Paus bij een bezoek aan een katholiek land zijn intrek zou nemen bij een communistische partijleider of bij een atheïst? Wij zouden zeker geërgerd zijn! Jezus heeft maar één protocol: de wil van de Vader te doen, te zoeken en te redden wat verloren is. Dit protocol zet hij door, ook als de hele wereld daardoor tegen Hem in opstand komt.
Zacheüs was douanebeambte. Hij stond aan de kant van de Romeinse bezetters en hij perste zijn landgenoten uit. Hij was gehaat door het hele volk. Men ontzegde hem overal de toegang. Jezus doorbreekt die ongeschreven wet nu zomaar. Zacheüs wilde Jezus zien. Hij liep vooruit en klom in een vijgenboom, die met zijn overvloed aan bladeren hem de kans zou geven om ongestoord Jezus te observeren, zonder zelf ontdekt te worden. Hij wilde Jezus alleen maar zien. Zijn hart moet ook wel stilgestaan hebben toen Jezus daar voor hem stond en hem bij zijn naam noemde ‘Zacheüs’: “Zacheüs, kom maar vlug naar beneden, Ik wil vandaag bij u te gast zijn”. Dat was nu toch wel overdreven; daarover moest iedereen zich ergeren. Waren er dan in Jericho niet genoeg behoorlijke mensen, waar Jezus kon eten? Moest dat nu echt zo? Ja, zegt Jezus, het moet zo! “Ik moet bij u te gast zijn.” Hij wil hier duidelijk maken dat er een nieuwe tijd aangebroken is, waarin nieuwe maatstaven gelden. Wat volgens de oude opinie het beste is, verdwijnt nu in de hoek. Jezus geeft aan de afgeschrevenen de voorrang. En terwijl in de hele stad dit schandaal besproken wordt, gebeurt er in het huis van Zacheüs een groot wonder. Zacheüs begint door de komst van Jezus te begrijpen, wie Jezus is. Waarom noemde Hij mij bij mijn naam? Waarom heeft Hij, omwille van mij, de afkeuring van heel de stad getrotseerd? Waarom wilde Hij in mijn huis, het huis van een zondaar, komen? Zacheüs staat op, gaat vlak voor Jezus staan en zegt: “De helft van mijn vermogen geef ik aan de armen, en wie ik bedrogen heb, hem geef ik alles vierdubbel terug”. Wat is het grootste wonder: de genezing van de blinde langs de straat of deze bekering? Een man die tot nu alleen dacht in categorieën van geld en bankbiljetten en kapitaal, houdt plotseling grote opruiming in zijn brandkast. Voor hem zijn rijkdom en ophoping van kapitaal plotseling niet meer het voornaamste in zijn leven. En terwijl hij afstand doet van dit materiële, vindt hij zijn hart terug. Al het goede dat in het hart van Zacheüs verborgen lag, komt door dit contact met Jezus tot leven.
Dit evangelie is ook voor ons geschreven. Jezus zoekt wat verloren is. Jezus heeft een voorliefde voor het arme, het zwakke en zondige, waarin heimwee leeft naar bekering, naar het goede. Om te zien wie Jezus is, moet je heimwee hebben naar Hem en voor Hem hoef je nog niet volmaakt te zijn. Jezus geeft daarvoor zijn verklaring die elk protest tot in de kiem smoort en die tot de mooiste zinnen uit het evangelie behoort: “De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was”. Dat is de typische karaktertrek van Jezus; die zending tekent Hem ten voeten uit…
Zoekenden gaat Hij tegemoet
C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen