31e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Zacheüs was een klein ventje met een grote hebberigheid. De mensen zagen hem niet staan. Letterlijk en figuurlijk. In Jericho was hij de baas van het belastingkantoor. Hij klopte mensen het geld uit de zak voor de Romeinse bezetter. Een dief vonden ze hem, een collaborateur.

Wanneer Jezus Jericho aandoet, klimt die kleine Zacheüs in een boom om Jezus toch te kunnen zien. Hij zit verscholen tussen de takken, maar Jezus ziet hem, die bij niemand gezien is. En tegen hem wie de andere mensen geen blik waardig keuren, zegt Hij: ‘Bij jou wil ik vandaag te gast zijn’. Door die benade­ring, door die ontmoeting, vertelt het verhaal, verandert Za­cheüs als een blad aan de boom.

Ruim tien jaar geleden zag ik een schitterende film over Gandhi. Zijn geweldloze verzet wint het van de harde onderdruk­king door het koloniale bewind. Diezelfde film laat ook zien dat hij een fel tegenstander is van het zogeheten kastensysteem in India. Door dat toen algemeen aanvaarde systeem mochten veel bewoners geen deel uitmaken van het sociale leven. Die groep heette toen ‘de onaan-raakbaren’; bij hen moest je uit de buurt blijven.

Op een avond kwam Gandhi op zijn vredestocht door het land in een welvarend dorp waar ook veel van die ‘onaanraakbaren’ woonden. Het dorpshoofd had een fris bad, een welgedekte tafel en fijn bed voor hem klaarstaan. Maar Gandhi bedankte voor de eer, en nam zijn intrek bij de onaanraakbaren aan de rand van het dorp. Hij raakte hen aan, speelde met hun kinderen, en ge­bruikte een sober maal. Toen hij de volgende dag verder trok, namen ze afscheid met tranen in de ogen. Hij had hun nieuwe moed gegeven, en - nog belangrijker - hij had hen bewust ge­maakt van hun waardigheid.
Wij kennen hier niet het kastensysteem van toen. Maar we plaatsen wel mensen in kastjes. We zetten elkaar te vlug in hok­jes: ‘Die hoort daar thuis, want…’, en: ‘Die is niet van ons soort; daar houden we ons niet mee op’.

Dat alles staat dus haaks op wat Jezus doet. Die is, volgens eigen zeggen, niet gekomen voor de gezonden, maar voor hen die genezing nodig hebben. Die laat de hele kudde achter om het ene verdwaalde schaap te zoeken, en Hij leert dat zij die door ons over het hoofd worden gezien, door God worden be­mind.

Al wat klein en onaanzienlijk is, is waardevol voor God. Heel mooi staat dat geschreven in de eerste lezing: ‘Heel de aarde is voor U, God, als een stofje op de weegschaal, als een vroege dauwdruppel op aarde. Maar Gij ontfermt u over allen, want Gij houdt van alles wat bestaat, en Gij heerst vol liefde over al wat leeft’.

Iedere mens is Gods schepping, en daarom heeft iedere mens veel in zich dat waardevol is. Terwijl wij wel eens te vlug den­ken: ‘Die of die kan van mij de boom in’, haalt Jezus zo iemand er juist uit. Hij zegt: ‘Ik wil in jouw huis zijn’; dat wil zeggen: Ik hoor bij jou thuis.

En de kleine Zacheüs groeit van de waardering die hij krijgt, en het maakt van hem een ander, een beter mens…

Zoeken in Preken Online