Het is je misschien wel eens overkomen, dat een mens je echt aankijkt. Zó aankijkt, dat je er helemaal warm van wordt. Dat er iets in je open gaat en dat je aan het vertellen slaat: over je leven, je teleurstelling, je mislukking, je vreugde, je zorgen en moeilijkheden. Je had het niet voorzien of gepland, de ander evenmin. Maar je bloeit open. Een goede ervaring! Vaak gebeurt ’t niet. Wij mensen zijn de kunst van zó te kijken én ons te openbaren niet erg machtig. Op mensen neer kijken, of tegen mensen op zien lukt ons beter maar het is niet de beste manier om openbaring te realiseren.
Mensen kunnen treurig kijken, dichtgeslagen of hooghartig en koud, ongeïnteresseerd. Loop maar rond in stad of dorp. Soms raken mensen even vluchtig je netvlies en het is weer voorbij.
We kunnen onze ogen op allerlei manieren gebruiken.
Het evangelie dat voorligt, is zo’n kijkverhaal. Misschien herkennen we ons in die man . Hij is een tollenaar en daardoor een buitenstaander in de gemeenschap waar hij woont en leeft. Daarom kon hij nauwelijks op een normale manier kijken naar Jezus. Is het dan nieuwsgierigheid geweest? Zacheüs heeft van Jezus gehoord. Nu is er een kans om Hem te zien, maar niet langs de normale weg. Dat kan niet vanwege zijn ‘kleine’ gestalte, want hoewel rijk, is hij een klein, nietig mens in de ogen van anderen. In de ogen van de joden is hij niemand. Wie er ook bij het volk hoorde, Zacheüs zeker niet. En Zacheüs wist niet beter: Jezus was iemand van de andere kant. Iemand van dat joodse volk. Wat kon hij dan anders verwachten dan vijandige gevoelens?
Nu zit Zacheüs in zijn boom, in zijn ivoren toren, in zijn burcht. Dan komt Jezus langs. Hij zegt: ‘Zacheüs, kom naar beneden; kom met je beide benen op de grond. Zacheüs kom tot de werkelijkheid, want vandaag moet Ik bij jou te gast zijn. Het kan zijn, dat je leven scheef gegroeid is, er kan veel mislukt zijn en je kunt velen hebben uitgebuit, maar nu moet Ik bij jou te gast zijn.’ En tegen het hele volk in, dat moppert dat Hij zich met een zondaar inlaat, gaat Hij bij Zacheüs binnen.
Het had ook anders kunnen gaan. Zacheüs had kunnen blijven zitten in zijn boom, vol achterdocht: Wat zal er nu weer gebeuren? Welk etiket zullen ze me nu opplakken? Nee, Zacheüs blijft niet zitten, maar hij klimt snel naar beneden en ontvangt Hem vol blijdschap.
Twee dingen vallen me op: Jezus, die het initiatief neemt als zoon van zijn volk, als vertegenwoordiger van de andere kant, van de rechtvaardigen, én deze zondaar, die het aan zich Iaat gebeuren, die tot de werkelijkheid komt, die weer met twee benen op de grond gaat staan. Nu kunnen ze elkaar aankijken. Ze zijn op ooghoogte. Wij zijn bedoeld als mensen, die leven op ooghoogte, wij kunnen elkaar aankijken. Niet op iemand neerkijken, niet tegen iemand opkijken.
Dan gebeurt er iets heel wonderlijks in het verhaal. Zacheüs gaat als het ware op~n en zegt: ‘Heer, ik geeft de helft van mijn bezit aan de armen.’ Aan de armen: als je jezelf kunt openbaren en meedelen, omdat je op ooghoogte mag leven met de ander, weet je ook dan dat die ander van jouw verhaal, van jouw droefheid, van jouw treurnis, van jouw moeilijkheden, van jouw teleurstelling, rijker wordt, want hij is ook maar eenzaam en vaak gevangen in zichzelf. Ook hij zit misschien wel in zijn ivoren toren, of in zijn boom of op zijn kast. Hij is de arme, die wacht.
Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, dat betekent: vandaag is er voor dit huis toekomst! Want mensen kunnen verder leven, omdat ze bij elkaar veilig zijn…
Het Zacheüs-verschijnsel
C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen