Gisteren waren we op een vorming voor kandidaat-adoptanten. We waren er om te vertellen over onze ervaringen als opvanggezin van baby’s van moeders die afstand wilden doen van hun kind en het wilden laten adopteren. De kandidaat-adoptanten waren er samen met familie en vrienden en konden daar de ervaringen en verhalen horen van opvanggezinnen, van een geadopteerde vrouw, van een vroedvrouw uit een groot ziekenhuis en van de medewerkers van de adoptiedienst zelf. Het waren koppels die heel erg verlangden naar een kind en nu de stap hadden gezet naar adoptie toe. Ze weten dat ze na de selectie nog heel lang zullen moeten wachten vooraleer hun innige wens zal kunnen uitkomen. Ze waren allemaal omringd door mensen die hun erg nauw aan het hart liggen en die hun verlangen mee delen zoals ze wellicht ook hun teleurstellingen en pijn hebben gedeeld. Ik vertel u dit nu omdat ik aan een van de tafels waar we langs gingen om ons verhaal te vertellen, de tollenaar heb ontmoet uit het evangelieverhaal van vandaag.
Het is een echt Lucas-verhaal, met een duidelijke goede en een duidelijke slechte. De aanleiding is bidden in de Tempel. We zien maar twee mensen. Aan de ene kant staat de Farizeeër. Hij meent het grote gelijk aan zijn kant te hebben. Hij doet wat God in zijn wetten hem heeft opgedragen, zelfs meer dan dat. Er wordt extra gevast, een tiende van zijn inkomsten geeft hij af. In het evangelie wordt het niet met zoveel woorden gezegd maar wellicht staat hij helemaal vooraan in de tempel zodat iedereen hem ook goed kan zien staan. De Farizeeër voelt zich meer dan de anderen, hij kijkt neer op diegenen die het niet zo goed doen dan hij. Aan de andere kant is daar de tollenaar. Hij staat achteraan, in een donkere hoek van de tempel. Tollenaars lagen niet bepaald goed in de markt. Zij heulden immers mee met de Romeinse bezetter en inden voor hen de belastingen, de hoge belastingen en niet zelden bleef er wat aan hun vingers plakken. Maar deze tollenaar komt met een oprecht hart. Hij kijkt niet naar God maar naar beneden. Er wordt in dit verhaal onvoorwaardelijk voor zijn kant gekozen.
We zien het bij Lucas meer, die uitgesproken tweespalt tussen de goede en de kwade. En we worden daarbij wat op het verkeerde been gezet. De Farizeeër doet immers wel wat hij moet, hij leeft de wet na en geeft veel af terwijl de tollenaar niet bepaald een modeljood kan worden genoemd. In het Lucasverhaal van de vader en de twee zonen wordt er gefeest voor de zoon die zijn erfdeel heeft verkwanseld en de andere, hard werkende zoon kan zich daar niet bepaald in vinden. De goeden en de slechten.
Bij dergelijke verhalen vragen we ons dan af: in welk kamp zitten wij en we doen toch onze best om ons te kunnen aansluiten bij de goeden. Wij doen toch wat we moeten doen wat van anderen dan weer niet altijd kan worden gezegd. Maar Lucas vertelt helemaal niet van verschillende groepen tussen de mensen maar wel van de manier waarop je de dingen bekijkt, waarop je naar de andere mensen kijkt. Hij zegt ons: kijk toch meer met de ogen van de tollenaar en niet met de ogen van de Farizeeër.
Als ik u daarnet zei dat ik aan één van de tafels met de kandidaat-adoptanten de tollenaar heb ontmoet ging het over iemand die ik zag kijken met de ogen van de tollenaar. Als je het hebt over adoptie wordt er onvermijdelijk gesproken over de afstandmoeders. Vaak is dat een vertekend en eenzijdig beeld. We begrijpen het immers niet wat haar kan drijven om dat onschuldige wezentje zomaar in de steek te laten. Meer nog, we kijken wat op haar neer. Zoiets zou ons nooit kunnen overkomen. Haar handelen wordt zonder meer veroordeeld, er is geen reden te bedenken die dat ooit zou kunnen vergoelijken. De slechte moeder. We zaten aan een tafel toen het over de afstandmoeders ging en over mij zat de moeder van een kandidaat-adoptievader. Ze stelde veel vragen en was heel geïnteresseerd hoe het er aan toe zou gaan bij een eventuele adoptie. Wellicht heeft ze mee met haar zoon en haar schoondochter een lange weg gegaan van onbeantwoord verlangen en onvervulde hoop. Maand na maand teleurstelling en verdriet. Voor een moederhart is dat een groot verdriet, samen met haar zoon. Adoptie geeft nieuwe hoop maar het confronteert hen met de afstandmoeder die datgene heeft waar zij zolang naar verlangen, waar ze ongelofelijk veel voor over hebben, maar het weggeeft. Is er in die situatie iets moeilijker om te begrijpen? We vertelden dat afstand een ultieme zorg kan zijn en dat de afstandmoeders vaak met veel pijn in het hart kiezen voor een toekomst voor hun kind, een toekomst die zij niet kunnen geven maar die zij het kind gunnen bij een ander. De vrouw tegenover mij luisterde met heel haar hart. “Dat moet heel moeilijk zijn voor die vrouwen”, zei ze daarna, en ze keek even voor zich uit. De ogen van de tollenaar, toen kon ik ze zien.
Het is maar één verhaal maar het evangelie van vandaag roept ons op om niet te vlug te oordelen over andere mensen. We kunnen naar de wereld en naar de andere mensen kijken met de ogen van de Farizeeër en met de ogen van de tollenaar. Maar hoeveel mooier is het beeld niet door de ogen van de tollenaar?