Vorige week hoorden wij nog hoe Jezus zijn volgelingen met een kleine gelijkenis van een onrechtvaardige rechter oproept te blijven bidden en de moed niet op te geven. Vandaag horen we de verzen die er onmiddellijk op volgen. We zien twee mensen opgaan naar de tempel om te bidden: één gaat tot vooraan, een farizeeër, één blijft achteraan, en komt niet verder dan het wijwatervat, een tollenaar. Als we dat horen weten we al wat de moraal van het verhaal is. We luisteren nog nauwelijks. Nochtans gaat de betekenis van de parabel iets dieper dan we op het eerste zicht zouden denken. Ik vertel u een variant: twee mensen gingen op naar de tempel, de een was een farizeeër, de ander een tollenaar. De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed: God, ik dank U dat ik in uw dienst mag staan, ik weet dat alles van u komt en dank dat u mij de kracht gegeven hebt tweemaal per week te vasten en een vaste overtuiging zodat ik tienden van al mijn inkomsten schenk aan wie met veel minder moeten voortdoen. De tollenaar daarentegen die op een afstand bleef staan bad: ‘God, ik dank U dat ik niet ben als die schijnheilige farizeeër daar; ik erken tenminste dat ik een zondig mens bent, wetend dat u een barmhartige God bent met een zwak voor tollenaars en gruw voor huichelaars.’
Ik vermoed dat de tweede houding eerder de courantere is geworden, zeer zeker bij mensen die hun niet naar de kerk gaan rechtvaardigen door te zeggen: ‘ik heb geen kerk nodig om goed te doen’ en er laten bij verstaan dat wie wel gaat enkel bestaat uit hypocriete burgers die zichzelf een plaats in de hemel willen verdienen en ondertussen geen oog hebben voor wat echt moet… en zo ziet u dat dit ook al weer een veralgemening is … clichés vallen vlotter dan de bladeren van de bomen … het is inderdaad zo gemakkelijk het gedrag van andere te beoordelen en te veroordelen…
Het is voor een mens zo moeilijk om zijn eigenwaarde niet te gaan afmeten aan de anderen; je moet er maar eens bij jezelf opletten hoeveel en hoe gemakkelijk je dit spontaan doet. Nochtans is het niet heilzaam van zich beter te achten dan anderen, net zo min als het heilzaam is van zich slechter (en minder bemind) te achten. Van de tollenaar kunnen wij leren: elk echt gebed begint met een bekering: een ommekeer naar God, waarbij men God niet moet bepraten om Hem te overtuigen hoe goed we het wel allemaal doen. Bidden is proberen eerlijk voor God staat, ik zou durven zeggen: met de houding van een naakte mens, die bijna spontaan de houding van een nietige mens aanneemt. Zo staat de mens waarachtig voor God. We worden eraan herinnerd in de eerste lezing: het gebed van een arme – dat is ook de mens die zich arm weet – dringt door de wolken. Dat wij mogen groeien in deze waarachtige houding.
Vandaag is wereldmissiedag. ‘Onverwachte uitnodiging’ is het thema dat Missio, de internationale organisatie voor de katholieke missie koos voor haar traditionele oktobercampagne. Het is een uitnodiging van het gastland India om het leven te vieren, om ons meer bewust te zijn van een wereldwijde missionaire verbondenheid en om ons te laten voelen dat we deel uitmaken van één universele Kerk.
Missionarissen, en missiezusters kiezen er niet alleen voor geen gezin te stichten, ze laten ook nog eens al het bekende, hun familie en vrienden achter, en waarom: om nog meer leven te kunnen geven, om vader en moeder te worden van heel velen. Missionarissen zijn vaders, missiezusters zijn moeders van ontelbaar velen. Dat vader zijn, dat ‘pater’ zijn heeft wel eens geleid tot een paternalistische houding, maar dat neemt het fundament van hun engagement niet weg (of om het met een beeld van de kardinaal te zeggen: het is niet omdat je aan de maag eventueel een maagzweer kunt krijgen dat je je maag laat wegnemen). We danken God dat hij uit ons volk zoveel mannen en vrouwen heeft geroepen, die gesteund en gedragen door een hele achterban vader en moeder zijn geworden van een jonge kerk met wie ze zich zo verbonden weten dat ze er hun leven hebben voor gegeven. (Die achterban in Menen komt vandaag samen in een maaltijd en een geest van verbondenheid om onze missionarissen daadwerkelijk te steunen.)
Uiteraard heeft missie voor ons vandaag een andere betekenis dan pakweg 30-40 jaar geleden. Er is bijna een omgekeerde beweging op gang aan het komen van priesters en zusters die vanuit de jonge kerken hier getuigenis komen afleggen van hun geloof in Jezus, Licht van de wereld. U kent zeker van zien de Afrikaanse zusters die deel uitmaken van de gemeenschap van de zusters de h. Vincentius a Paulo van Lendelede, hier in de Ieperstraat. Zuster Leo Cadit en Zr. Christiane zijn langere tijd hier om te studeren aan het instituut Lumen Gentium wat betekent Licht van de wereld. Of om een ander voorbeeld te geven van de grote werken die God in zijn Kerk doet: In het voetspoor van de h. Franciscus Xaverius en van onze moorsleedse pater Lievens – die o.a. dankzij Omer Tanghe zaliger op weg is naar de zaligheid – zijn in India alleen al bijna 5000 seminaristen. Wanneer die jongens priester gewijd worden zijn ze vaak missionaris in eigen land want in dat onmetelijke land dat India is worden ze dikwijls pastoor in een bisdom dat het hunne niet is, tot 17-18 honderd kilometer vanwaar ze afkomstig zijn…
India nodigt ons uit om wat verder te kijken dan onze eigen vertrouwde omgeving en te zien met andere ogen, weg met al dat navelstaren! God heeft nooit opgehouden wonderen te doen in zijn Kerk, een gemeenschap van armen en rijken, van blanken en zwarten, van progressieven en traditionalisten, van vaders en moeders, van missionarissen en missiezusters, van vrijwilligers en ontwikkelingswerkers, van denkers en van doeners, van tragen en van rappen, van farizeeërs en van tollenaars…
30e zondag door het jaar C - Missiezondag - 2004
C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen