30e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Twee mensen zijn aan het bidden in de tempel:
een farizeeër en een tollenaar.
Het gebed van de farizeeër sluit hem af van God.
Ook al doet hij op het eerste zicht alles correct.
Het gebed van de tollenaar daarentegen,
waarvan iedereen wist dat hij een zondaar was,
wordt wel verhoord door de Vader.

De Farizeeër is overtuigd van zijn eigen gelijk.
Hij vast méér dan men gewoon is te doen.
En hij deelt een tiende van zijn inkomen uit aan de armen.
Maar blijkbaar is dat niet voldoende
om de weg te vinden naar Gods hart!

De grote vergissing van de farizeeër is dat hij,
door zijn stipt gebed
en door correct de Wet te onderhouden,
meent automatisch recht te hebben
op een voorkeursbehandeling bij God.
Hij acht zich op grond van zijn prestaties
zelfs méér en beter
dan de rest van de mensen in de tempel.
Blijkbaar heeft hij niet goed begrepen
wie die God is tot wie hij bidt…!!!

De tollenaar daarentegen voelt zich zéér ambetant
omdat hij beseft dat hij tekortschiet.
Hij begint aan zijn gebed
vanuit deze innerlijke armoede…
In volle besef van zijn kleinheid en van zijn zondigheid
richt hij zich in volle vertrouwen tot Gods liefde…
En het is dàt gebed
dat recht naar het hart van God gaat…

“Het gebed van de arme
dringt dwars door de wolken heen;
zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet”,
hoorden we in de eerste lezing.
Het is pas als wij met lege handen
voor onze God gaat staan,
dat hij onze lege handen kan vullen..!!!
Het is pas als wij met een ootmoedig hart
voor onze God gaan staan,
dat Hij ons hart kan vullen met zijn aanwezigheid…!!!

Goede mensen,
Jezus houdt van mensen
die hun tekortschieten onder ogen zien,
die hun kleinheid bekennen.
Telkens treedt Jezus deze mensen liefdevol tegemoet!
Dat blijkt weer eens uit dit verhaal.
Dat blijkt uit héél het evangelie..!!!

De verloren zoon bekent,
de honderdman bekent,
Maria Magdalena bekent,
Petrus bekent,
Zacheus bekent,
en ook de tollenaar bekent.

In elke eucharistieviering beginnen ook wij
met een schuldbelijdenis.
En allen mogen wij hierbij rekenen
op de liefde en de barmhartigheid van onze Heer!

Je schuld belijden, je gebrokenheid toegeven:
dat lijkt in deze tijd niet zo vanzelfsprekend!
Wie van ons gaat er nu aan zijn baas of aan zijn collega’s
zijn zwakheid en zijn fouten toegeven.
Dat is niet evident!
En toch, soms gaat het als vanzelf, moeiteloos.
Namelijk als er liefde is!
Als je weet dat iemand je graag ziet,
dan hoef je geen façade op te trekken
van deugdzaamheid en van schone schijn.
Voor hem of voor haar die jou graag ziet,
kan je rustig je tekorten bekennen.
Je wéét namelijk dat je aanvaard wordt
mét je kleinmenselijkheid, mèt je tekorten.
Daar waar liefde is,
daar màg je je tekorten bekennen
en de andere zàl je die vergeven…!!!

Liefde doet bekennen
en bekennen is een teken van liefde…
Elk bekennen tegenover iemand van je tekortkomen,
waar en hoe dan ook, is een beetje heilig…
Omdat het bekennen de weg opent
naar samen opnieuw beginnen,
met mensen en met God..

In de bijbel heeft het woordje “bekennen”
een dubbele betekenis, een dubbele bodem:
Adam bekende Eva en ze kregen kinderen…
Aan de engel zegt Maria dat ze geen man bekent
en ze krijgt Jezus!
Bekennen betekent in de bijbel
“één worden met elkaar en leven schenken”!

Met bijbelse dubbelzinnigheid mogen wij dus zeggen:
bekennen is een vorm van liefde…
Je wordt één met je medemens, met je God,
en je verwekt nieuwe levenskansen,
je verwekt samen een nieuwe toekomst!

Goede mensen,
deze evangelielezing leert ons vandaag drie dingen.

Ten eerste dat wij als christenen,
stevig geworteld staan in de liefde van onze Schepper.
Wij mogen in volle vertrouwen en in volle overgave
voor onze liefhebbende God gaan staan.

En ten tweede dat wij
niet tot onze God kunnen bidden
als wij vol zijn van onszelf…
In ons hart moeten wij eerst ruimte maken
voor onze Schepper…
En erkennen dat wij Zijn schepsel zijn,
dat wij het uiteindelijk zonder Hem
niet kunnen klaren…

En ten derde, dat als wij bidden
vanuit onze onmacht, met lege handen,
dat ons gebed dan altijd verhoord wordt!
Maar daarom niet op de wijze
waarop wij het verwachten!

Het enige dat wij kunnen zeggen
is dat als wij verhoord worden,
wij dan méér mens worden…,
dat wij dan bétere mensen worden,
dankbare en liefhebbende mensen
die het leven doorgeven!
Dan worden wij mensen
zoals God ze droomt!

Zoeken in Preken Online