30e zondag door het jaar C - Missiezondag - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Zusters en broeders,

Kijk naar uw handen.
Het zijn de handen van God.
Het is met onze handen dat onze God zijn Rijk wil bouwen.
Het is met ons en door ons, dat een hemel op aarde gestalte zou kunnen krijgen, hier, midden onder ons.
Met ons, en door ons… Ware het niet… dat wij mensen zijn.
En mensen zijn meer dan alleen maar handen, meer dan Gods handen.
Waar mensen zijn wordt er ‘gemenst’.
En waar ‘gemenst’ wordt, is er pijn, is er verdriet, veel onbegrip en misverstanden, veel zorgen.
En toch zijn er die handen.
Handen van God, die doorheen mensen, doorheen ons, willen proberen iets aan die pijn te doen. Dat verdriet te troosten, dat onbegrip in aanvaarding doen keren, de zorgen in stil geluk.
Want hoeveel mens we ook zijn, wij kunnen dat.
Als we willen.
En als we zo nu en dan voor God gaan staan.

Maar met het evangelie in het achterhoofd, lijkt ook dat een geriskeerde plaats.
Want dat hart van ons, lijkt zo dikwijls op dat van de farizeeër. Vol van zichzelf.
Heel bewust van het vele goede dat we doen, en terecht allicht, maar een hart dat, hoezeer ook op het goede gericht, ook kijkt naar de mens naast ons. En alleen maar de fouten van die mens ziet. En die mens daardoor minacht.
Onze handen zijn Gods handen,
En ze worden best niet te vaak hoog en hooghartig in de lucht gestoken.

Want ze dienen voor iets anders.
Ze dienen om zich, aarzelend misschien, maar zonder vrees in elk geval, op de borst te kloppen, terwijl het hart spreekt: wees mij zondaar genadig.

Want we moeten wel wezen goede mensen,
In het evangelie gaat het over die handen.
Niet over hetgeen die twee in de tempel bidden.
Want beiden zeggen ze de waarheid. Die farizeeër leeft volgens de wet, en hij geeft tienden van zijn inkomen aan aalmoezen weg, en hij vast tweemaal in de week.
Maar hij verkoopt zichzelf aan God, louter op basis van zijn verdiensten en Hij vergeet zijn hart in rekening te brengen…
Dat is wat de tollenaar wel doet.

Eigenlijk is het vreemd dat die parabel daarmee eindigt.
Interessant ware het te weten hoe ze verder leven. Misschien daagt er is het hart van de farizeeër iets wat op liefde lijkt.
En hopelijk zet de tollenaar zich voortaan in om het goede te doen…

Hun handen hebben ze alvast mee.
Gods handen.
Dezelfde als die van ons.

Hier zijn wij voor God, net als die twee in het evangelie. Met onze handen. Met ons hart ook, en met al wat mens is, verborgen diep in ons.
Hoe gaan wij van hier weg, straks?
Daagt er iets van liefde in ons hart? En zetten wij ons in om voortaan het goede te doen?

Kansen krijgen we genoeg.
Elke dag opnieuw.
Zoals vandaag, missiezondag.

De missie en de missiegedachte is niet dood. Ze leeft en ze is sterk tot op vandaag.
Ze leeft in en doorheen mensen. Mensen die proberen vanuit het evangelie, hart en handen open te stellen, en wat ons groot heeft gemaakt, met wie klein is te delen.
Missionarissen zijn wij allemaal,
Want onze handen…
Ze zijn de handen van God.
En we schenken elkaar Gods zegen,
Als we de liefde van ons hart, wat ons groot maakt, delen, met wie klein is.

AMEN.

Zoeken in Preken Online