Vandaag horen we het verhaal van de goede Farizeeër en de slechte, zondige tollenaar. Het is een verhaal, een gelijkenis, zegt Jezus. Dus niet een historisch echt gebeurd voorval, maar een verhaal dat op vele manieren kan gebeuren en met een zedenles. En een verhaal kan je benaderen –alleen al vanuit de narratologie, de studie van hoe vertellen en verhalen werken- op velerlei niveaus.
Vandaag zou ik dat willen doen op 3 niveaus.
1/ Farizeeërs en tollenaars zijn ons EIGENLIJK vrij onbekend, ze bestaan in feite niet meer in onze samenleving, die ‘beroepen’ zijn uitgestorven. Daarom zou ik die figuren willen vertalen naar figuren en situaties uit ONZE tijd, naar figuren en situaties die we WEL heel goed kennen. Als ik om me heen kijk in onze wereld NU, dan lijkt het wel alsof de halve wereld in de huid van die farizeeër gekropen is. Een manager van een niet eens zo groot bedrijf, die het heel normaal vindt dat hij op drie jaar tijd zo’n miljard oude Belgische frank opstrijkt, ook al moeten er arbeiders daarvoor afvloeien. De voorzitter van een van onze grote banken, die één miljoen euro per jaar verdient, en die openlijk verklaart dat hij zelfs niet een klein beetje van al dat vele geld aan het goede doel kan besteden; nee, daarvoor verdient hij echt niet genoeg. Een onnoemelijk aantal regeringen in dit land, die vanuit hun eigen grote gelijk alleen maar heel veel ruzie kunnen maken, terwijl de problemen zich opstapelen. De Amerikanen die hele Irakese steden platleggen. De Israëli’s die met tanks en bulldozers dwars door Palestijnse huizen, tuinen en plantages rijden, en die met de glimlach om de lippen vrouwen en kinderen vermoorden, en de Palestijnen die in ruil daarvoor zichzelf en anderen opblazen. De Russen die in Tsjetsjenië geen steen op de andere laten, en de Tsjetsjenen die kinderen gijzelen en vermoorden. Een groot aantal Afrikaanse leiders die hun eigen volk bestelen; Islamtische terroristen die wereldwijd en in naam van de almachtige Allah dood en vernieling zaaien. Allemaal mensen die zich spiegelen aan de farizeeër uit het evangelie van vandaag, die even vol zijn van zichzelf, en die vanuit hun eigen grote gelijk en vol overtuiging zeggen: ‘God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, dat ik o, zo goed, en de anderen o, zo slecht zijn.’
Ik wil niet aan politiek doen, want ik haat politiek, maar laten we toch even kijken tot wat politieke systemen vanuit hun OVERTUIGD GELIJK kunnen leiden. De huidige politieke leiding in Amerika is ervan overtuigd met groot gelijk, alsof ze God zelf zijn, dat zij in gans de wereld de zogenaamde lang verwachte democratie ten gunste van het volk moeten brengen.
Vooreerst dringen ze bepaalde staten democratie op, wat als zodanig tegen alle principes van de democratie is. In een democratie worden de rijken en de machtigen steeds rijker en machtiger. En juist dié willen ze aan hun zijde, omdat ze er zelf beter van worden. Waar is dan de bedoelde KERN, EIGENLIJKE BEDOELING van de democratie? We weten allemaal dat het een oorlog is om olie en om tegelijk de rijke Amerikaanse wapenfabriekanten nog rijker te maken. En dat allemaal onder de mom van: wij zijn christenen en ‘God bless America’, met een president die zichzelf ziet als een nieuwe soort messias of althans als de wereldwijde christelijke missionaris.
Denk aan Israël dat beweert op grond van het BIJBELSE beloofde land de oorspronkelijke bevolking het leven niet gunt, omdat ze het beloofde land zien als een territoriaal gebied en niet een staat van leven of van zijn.
Welnu, geen enkel politiek systeem zal een rijk bouwen dat te vergelijken is met het Rijk van God, omdat God er wellicht iets helemaal anders mee bedoelt. Maar ze zijn overtuigd van HUN gelijk in Naam van God!!
**2/**Een tweede niveau.
De Farizeeër is zelfverzekerd: hij WEET hoe het moet! Wie zo denkt en doet, is erg gevaarlijk, denk al alleen maar aan de voorbeelden die ik zojuist gegeven heb. Wie alles al weet, leert niet meer, maakt geen vooruitgang, geen verdieping. Hij ziet niet meer de veranderingen in mens en maatschappij , want alles blijkt voor altijd onveranderlijk te zijn in zijn denken.
De waarheid van de Bijbel en vooral van de evangelies is inderdaad onveranderlijk in WEZEN. Maar de Bijbel is niet geschreven als een hele concrete handleiding bij een heel concreet apparaat dat je gekocht hebt of een hele concrete situatie waarvoor je staat. De Bijbel geeft geen concrete regels, maar een te volgen weg die niet vooraf helemaal tot in detail afgebakend is. De Bijbel kent niet de armoede van 1/7 in het rijke westen, kent niet de massale werkloosheid, kent niet de multinationals die alles verstikken, kent niet de atoombom. De Bijbel kan daar geen concrete aanwijzingen geven en TOCH toont die ons de richting waarin we met die problemen moeten omgaan, De Bojbel toon ons ALLES, maar dan mogen we die natuurlijk niet lezen naar de letter (want zo is hij ook niet bedoeld) maar naar de geest. De Bijbel moet telkens in zijn waarheid toegepast worden op telkens veranderende situaties. Niemand van ons zal toch nu nog een kind opvoeden zoals dat gebeurde 100 of 200 jaar terug, de kern blijft dezelfde maar niet de toepassing ervan. Wie dat wel doet zoals 200 j terug, dan is dat kind op voorhand een verloren volwassene. De Bijbel bevat de waarheid die telkens van toepassing verschilt al naargelang de situatie en toch ‘waar blijft’, maar telkens toch weer ‘anders’ is.
3/ Een derde niveau.
Het ligt in het verlengde van de voorgaande, maar toch weer een niveau hoger.
Wie ervan overtuigd is dat hij een goed Christen is, is gevaarlijk. Hij of zij gaat ervan uit dat zijn geloof ‘af’ is, dat hij of zij nu alles weet en kent en alles trouw volbrengt. Het geloof is nooit af, gewoon omdat God steeds anders is en nooit volledig te kennen. Geloof vraagt om verdieping, blijven zoeken naar de KERN.
Alle theologen en sociologen zijn het er over eens dat het godsdienstige, religieus gevoel bij de mens ontstaan is uit een gevoel van ANST. Angst om krachten die hen overstegen, zoals donder en bliksem, vruchtbaarheid en dood.
Om die angst en daarmee ook die krachten te ‘bezweren’, ontstonden riten, vaste religieuze gebaren, tekenen, handelingen, voorwerpen om die krachten te bezweren en ze aan hun kant te krijgen. Daarvan stammen o.a. nog de riten af die we kennen in ons geloof en in onze liturgie. Maar geleidelijk aan komen ze tot begrip, tot inzicht, tot verdieping, tot waarachtig geloof. Vandaar, mensen die het houden bij riten, of bij het geloof van hun jeugd, blijven steken in één van de voorafgaande stadia van het onstaan van waar geloof, komen niet tot de kern, tot waar het in het geloof ECHT om te DOEN is. Tot de kern doordringen, tot waar het in het geloof en met God ECHT om te doen is, vraagt een levenslang bereid zijn tot OPENHEID, bereidheid tot veranderen, tot LEREN. Vraagt bezinning, lektuur, OPENHEID voor evolutie in het geloof en openheid voor de benadering van de Bijbel vanuit nieuwe inzichten erin. Geen enkele periode, geen enkele generatie heeft de waarheid in pacht, niet de aartsvaders, niet de kerkvaders, niemand, want God is daarvoor te groot.
En in die zin komt de tollenaar ten tonele. Hij zegt: Heer, ik weet niet alles,ik ben klein, ik ken U niet (voldoende), ik ken de echte waarheid niet. Help mij, ik wil me voor U open stellen, want riten, de legalistische wetten van de Farizeeën, de wereld, heeft het me niet gegeven. Komt Gij me nabij en help me tot inzicht en verandering in mijn persoon.
Ik zou het liefst kiezen voor de tollenaar.
30e zondag door het jaar C (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen