Goede vrienden,
De laatste zon zweemt door de herfstwolken.
De vallende blaren vlechten een geelbruin tapijt van weemoed.
De winter staat voor de deur. Het wordt koud en kil.
Bij vallende herfstbladeren worden we stil en ingetogen, om te luisteren naar de laatste dingen van het leven…
In de dichtbundel: “Slapende botten” van Geeraerd Ghesquière lees ik: “ Ik voel de avond komen. De avond voor de nacht. De herfst.
De lichte bladerval begint heel stil en zacht, totdat de winden komen, ’t spel van licht en dromen. De laatste strijd. De laatste kracht, door iedereen , maar niet door u verwacht…”
En Guido Gezelle dicht zo wondermooi:
“Hoe zere vallen ze af, de zieke zomerblaren. Hoe zinken ze allemaal, die eer zo groene waren, te grondewaart…”
Goede vrienden, het is goed te luisteren naar de herfst, om wat dor en droog is, in ons leven, weg te wissen en alleen de diepte van de dagen mee te dragen….
Vrienden, Jezus voert in het evangelie van vandaag een tollenaar en een Farizeeër ten tonele.
Jezus noemt de Farizeeërs misschien wel huichelaars, maar in feite waren de Farizeeërs mensen met een goede bedoeling.
Zij wilden in een tijd van verval, de wet van God terug stipt naleven. Op zichzelf een edele bedoeling.We kunnen er iets van leren.
Onze tijd neemt het niet zo nauw met religieuze verplichtingen. Wij zijn beland in een mentaliteit die er uiteindelijk van overtuigd is, dat alle godsdiensten gelijk zijn.
WIJ DURVEN ZO WEINIG UITKOMEN VOOR ONS GELOOF !!
Ja, wij kunnen iets leren van de Farizeeërs. Maar ze hadden één grote zwakheid en die heeft Jezus naar boven gehaald.
Het is de zwakheid van de geheime trots op de eigen gerechtigheid.
De Farizeeër die naar de tempel ging, had al zijn godsdienstige plichten vervuld. Hij kon ze zelfs opnoemen: tweemaal per week vasten en tienden geven van zijn inkomsten.
Onze Farizeeër voelde zich goed in zijn vel. En met opgeheven hoofd bad hij als volgt: “ God, wat een geluk dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers of zoals die tollenaar daar…”
Goede vrienden,denken ook WIJ soms niet, dat wij bij de besten zijn, dat we BETER zijn dan die anderen, die niet naar de kerk gaan, die misschien verkeerde wegen gaan in onze ogen…
We horen soms mensen zeggen: wij moorden niet, wij stelen niet, wij branden niet…Wat kunnen we nog verkeerd doen op onze leeftijd??
EN WIJ OORDELEN MAAR OVER ANDEREN…
En soms zijn we BLIND geworden voor eigen fouten en zonden.
Wij rechtvaardigen ons daden, goed of slecht. Dat is toch geen kwaad meneer ? Of…IK DOE WAT IK WIL. Wat heeft God daarmee te maken ? Het is MIJN LEVEN.
En dan brengt Jezus de figuur van de tollenaar naar voren.
Een ergernis in de ogen van de goegemeente. Uitgerekend deze man schijnt Jezus als voorbeeld aan te wenden.
Neen, Jezus keurt de daden van de tollenaars niet goed.
Tollenaars heulden mee met de vijand en hielden belastingsgeld achter. Misschien doen wij dat ook een beetje ?
Maar één ding had de tollenaar voor op de Farizeeër en ook misschien op ons ? HIJ WAS TOT INZICHT GEKOMEN.
Hij ging voor God staan in zijn kleinheid, zijn zondigheid, zijn innerlijke armoede. Hij klopte zich op de borst en zei:
“ GOD, WEES MIJ ZONDAAR GENADIG. “
En Jezus zegt: “ DEZE NU GING GERECHTVAARDIGD NAAR HUIS.” Niet omdat hij rechtvaardig was, want dat was hij niet.
Hij pleitte zichzelf ook niet vrij,ZOALS WIJ ZO VAAK DOEN.
Maar de tollenaar ging eerlijk voor God staan en vroeg om vergiffenis.
Alleen wie zijn armoede bekent, is zich bewust, DAT HIJ GOD NODIG HEEFT. EN DAAR KOMT HET OP AAN.
Het is dat gebed dat recht naar het HART VAN GOD gaat.
De eerste lezing zegt het zo: “ Het gebed van de arme dringt door de wolken heen, zolang het zijn doel niet bereikt, RUST HET NIET.”
Je kunt eigenlijk alleen maar écht BIDDEN vanuit je EIGEN ARMOEDE. Pas DAN besef je immers dat je GOD NODIG HEBT.
Enkel wanneer je een nood ervaart in je leven, kun je volhardend zijn in je gebed. Wanneer je vervuld bent van JEZELF, zoals de Farizeeër, kun je niet echt bidden en niet tot bekering komen.
MAAR ALS JE MET LEGE HANDEN VOOR GOD GAAT STAAN, dan kan Hij jouw lege handen vullen. Goede vrienden, buigen wij nederig het hoofd in deze viering en bidden we zoals de tollenaar: “GOD, WEES MIJ ZONDAAR GENADIG. “
Amen. Deo gratias.
30e zondag door het jaar C (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen