Armen omhoog

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Wanneer soldaten mensen dwingen de armen omhoog te ste­ken, worden die mensen machteloos. Het geweer maakt hen weerloos. En de armen in de hoogte steken, dat doet pijn. Wanneer we zoiets zien op het scherm, voelen we zelf ook de pijn. Dat is niet te harden. Dat houdt een mens niet vol. Nu zegt de lezing van Exodus dat God het ook niet kan aanzien. Het is een merkwaardig tafereel. Mozes heft de armen op om te bidden. Hij doet het niet gedwongen. Hij doet het bewust, maar het heeft wel te maken met het geweer in aanslag.

Amalek is namelijk een sluipschutter. Hij schiet op de mens. Hij schiet op de achterhoede, op de oude en de kreupele mens. Op de mens die moeilijk volgen kan. Amalek lanceert geen frontale aanval op het volk dat door de woestijn trekt op weg naar het beloofde land. Nee, dat doet hij niet. Dat durft hij niet. Hij laat de hele stoet voorbijgaan. Hij neemt zijn tijd. Hij wacht af. Hij treedt pas op, als de manke mens en het kleine kind in vertraagd tempo de rangen sluiten. Dan treedt hij te voorschijn. Zo treft hij het volk Israël in het hart. Hij doodt zijn oogappel. Hij is niet zomaar een tegenstander. Hij is niet zomaar een vijand. Hij is cynisch en laf. Dat is Amalek.

Daarop heft Mozes de armen omhoog. Om te bidden! Ten slotte werden Mozes’ armen moe. Moe van het bidden. Moe van de pijn van het bidden. Daarop volgt dat sterk ontroerende tafereel: Mozes mag op een Steen gaan zitten en twee mannen ondersteunen zijn armen. Armen omhoog! Niet om de weerloze mens te verslaan, maar om de weerloze mens te redden. Voor zoiets mag een profeet nooit moe worden. Een heel volk moet daarvoor staande blijven: handen af van het kind dat zich niet verdedigen kan. Het neerslaan van de ongewapende mens moet de hemel pijn doen. Dat gelooft Mozes. Het houdt hem een volle nacht biddend overeind. Dat is voor de hemel te veel. God kan het niet harden: Amalek wordt verslagen. Het kind en de verminkte mogen opnieuw verder gaan. Op de weg ‘ten leven’.

Daarmee wordt ons in een mythisch verhaal geleerd hoe God naar mensen luistert. Zelfs hoe God verandert! Dat gelooft de stoute vroomheid van de joden. Als God een God is van het verbond, als God hún God is, een partner, dan is er verkeer in twee richtingen. Het volk moet luisteren naar zijn God, maar… God moet dan ook maar luisteren naar zijn volk. Anders is er geen partnerschap en ook geen Verbond.

Het verhaal van Exodus leest ons de les. Zolang wij aan de kant staan van de kleine en beschadigde mens, staat God aan onze kant. Zolang wij stem geven aan de stemloze mens, hoort God ons roepen. Hij ziet hoe mensen elkaar ondersteunen, om niet moedeloos de armen te laten zakken. Op dit gebaar rust Zijn zegen.

Dat hebben de eeuwen door vele mensen, mannen en vrouwen, begrepen. Ze deden het altijd opnieuw. Ook als er niemand in de buurt was om hun armen in de hoogte te houden.

Martin Luther King kan ervan meespreken.

Zoeken in Preken Online