De lezingen vandaag willen zeggen dat bidden helpt. Maar dan moet je wel volhouden, zegt de tekst er meteen hij. Zolang Mozes - de armen hoog en wijd - bidt, zijn de Israëlieten aan do winnende hand; laat hij de armen, de moed zakken, en verliest hij zijn vertrouwen, dan wint de tegenpartij. Bidden is dus een kwestie van volhouden. Zoals die weduwe, wie recht wordt gedaan, al was het alleen maar om van haar voortdurende gezeur af te zijn. Een rechter die niks om anderen geeft, doet zo al, en dus zal God toch zeker recht verschaffen aan hen die dag en nacht tot Hem roepen.
Bidden is een kwestie van volhouden. Je doet het niet vandaag even en dan weer weken niet; bidden doe je in moeilijke situaties, maar niet alleen dan. Nee, bidden, leert de Bijbel, moet je regelmatig doen, en stug volhouden. Dan pas helpt het.
De wereld wordt wel niet anders, maar jij die bidt, wordt een andere mens in die wereld. De werkelijkheid verandert wellicht niet, maar jij die bidt, kunt de werkelijkheid er beter door aan. Door te bidden en vol te houden ga je vaak anders, minder paniekerig, vrediger soms, tegen bepaalde situaties aankijken.
Bidden is al moeilijk, en het volhouden nog moeilijker. Soms laten we, als Mozes, de armen zakken. We geloven er niet meer in. Maar gelukkig had Mozes helpers, en ook wij kunnen elkaar hierin tot steun zijn. Aan hoeveel oma’s wordt niet gevraagd een lichtje op te steken voor… En hoe vaak bidden we niet voor zieken die het zelf misschien niet meer kunnen.
Natuurlijk, we moeten het niet laten bij bidden alleen. Soms zijn wij de vragende en biddende partij. Andere keren wordt ons gevraagd, ‘gebeden’, iets te doen. Wie dan alleen maar de handen vouwt en de ogen sluit om te bidden, is verkeerd bezig.
‘Hoorde je dat kind in de kamer hiernaast niet huilen?’, vroeg de rabbi aan zijn leerling. ‘Nee’, zei hij, ‘ik was in gebed verzonken’. Maar de rabbi zei: ‘Wie bidt, maar niet het verdriet hoort van anderen, bidt niet goed’.
We denken aan, en bidden voor, de mensen die het als hun missie zien in de geest van Jezus armen vooruit te helpen. Een van die biddende sjouwers, een missionaris in het Amazonegebied, vertelde: Op een dag moest ik met spoed naar een ernstig zieke. Het was drie dagen roeien bij ons vandaan. Met nog een halve dag te gaan stopten de roeiers. Ze wilden - of beter gezegd: ze konden - even niet meer verder. Eén van hen zei toen: ‘We kunnen niet meer verder; we hebben zo hard geroeid dat onze ziel eerst weer ons lichaam moet inhalen’.
Eigenlijk is bidden dat ook: even ophouden met druk doen, opdat je ziel je lichaam weer kan inhalen. Wie dat regelmatig doet en echt volhoudt zal het goed doen en geluk brengen. Maar de handen vouwen is geen alibi om de handen niet ook uit de mouwen te steken…
29e zondag door het jaar C
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen