God bestaat echt

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Wij zijn al dikwijls bij elkaar geweest om onze inspiratie te zoeken bij Jezus van Nazaret. Want we nemen Hem serieus. Als hij een melaats verklaarde weer opneemt in de kring, zijn wij het gloeiend met Hem eens, en proberen wij ook buitenstaanders in onze kring op te nemen. Als wij het hebben over geweldloze weerbaar­heid, is ons laatste argument: Jezus van Nazaret was het ook. Als wij het hebben over het breken van het brood, is het grootste argument waarom wij dat doen: omdat Jezus dat ook deed. En zo nemen we Jezus van Nazaret heel serieus.

Maar de vraag die nu opkomt, is: als Hij ons iets zou zeggen dat niet in onze kraam te pas komt, wat doen we dan? ‘Ach’, zeggen we dan misschien, ‘dat zegt Hij niet. Hij zegt altijd wel iets goeds, iets dat in onze kraam past’. Maar dat is juist het gevaar wanneer wij het evangelie interpreteren. Dat wij dan zeggen: ‘Je moet dat niet zo verstaan, maar zó’. Mogen wij dat altijd?

Toen Jezus begon met het vertellen van zijn boodschap, was iedereen enthousiast. Het begin van zijn leven was echt een succes. Men volgde Hem. Maar dan gaat Hij op een gegeven moment dingen zeggen die niet in de kraam van de mensen passen. Dan accepteert men Hem niet meer. Dan wil men niet meer naar Hem luisteren. Dan lezen we: Men smeedde plannen om Hem uit de weg te ruimen. En dan zie je bij Jezus iets heel merkwaardigs en iets heel begrijpelijks. Hij doet dan hetzelfde als wat wij doen wanneer men ons niet wil begrijpen. Dan klappen wij dicht. Dan zeggen wij niet meer wat we op ons hart hebben. Datzelfde gebeurt bij Jezus. Hij spreekt nog wel, maar Hij verbergt wat Hij eigenlijk zeggen wil. Hij gaat spreken in parabels. En het moeilijke bij een parabel is: een parabel gaat over iets dat niet met name wordt genoemd. Je kunt dan natuurlijk vragen: Waar hebt U het eigenlijk over? Maar als je dat niet doet, gaat de boodschap voor jou verloren.

Dat is in dit stuk uit het evangelie aan de hand. Het gaat over bidden. Gelukkig geeft Jezus bij deze parabel de uitleg erbij. Hij zegt: ‘Er was eens in een zekere stad een rechter die zich niet bekommerde om God en zijn gebod’. Hier moet voor ons al een lichtje gaan branden, want een rechter die zich niet stoort aan de wet, is een rare vent. Want daar is hij nu juist voor. Dat is zijn vak. Hier ligt de sleutel van wat Jezus eigenlijk zeggen wil: ‘Pas op. Denk niet dat ik het heb over een rechter. Ik heb het over iets anders’. Dat is het beeld dat Jezus gebruikt voor iets anders. En: ‘Er was ook een weduwe in die stad, die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander’. Hier moet weer een lichtje gaan branden, want welke weldenkende weduwe gaat naar een rechter die zich niet stoort aan God of zijn gebod. ‘Een tijd lang wilde hij niet. Maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij dan niet om God of zijn gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken’. En de Heer sprak: ‘Horen jullie wat die onrechtvaardige rechter zegt?’.

Hier eindigt de parabel. Nu moeten wij aan het denken slaan. Wie is die onrechtvaardige rechter? Wie is die weduwe? En - God zij dank - Jezus geeft hier zelf zijn verklaring. Hij zegt: ‘Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen, ook al laat Hij hen wachten? Ik zeg u: Hij zal hun recht verschaffen’.

Het kan zijn dat het in onze kraam te pas komt. Het kan ook zijn dat het niet in onze kraam te pas komt. Maar dit is zeker: Jezus geeft hier een boodschap van jewelste, namelijk dat God er is. Dat is zijn geloof. En God is er niet als een passieve derde, als een buiten­staander, maar God is er als degene die zich om ons bekommert.

Is dat niet de kern van zijn boodschap? Heeft Hij niet willen zeggen: ‘Mensen bevrijd je van alle angst. Er is een God. En die is niet alleen je vader, maar zelfs je pappa, abba. Een troetelnaam geeft Hij God. En dan kan het best zijn dat je teleurgesteld bent, ook in God. En dan kan het ook zijn dat er in ons leven een ontzettend grote verzoeking is alles er maar bij neer te gooien. Hier zegt jezus ons: Er was eens in een stad een rechter die zich niets liet gezeggen door God of zijn gebod. En er was een weduwe die telkens naar die rechter toe ging en telkens werd afgewezen. En deze rechter was eigenlijk een hufter. Maar hij heeft haar toch geholpen. Welnu: God is geen hufter. Hij is je vader, je abba, je pappa. En daarom moet je durven vertrouwen, en nooit de moed opgeven…

Zoeken in Preken Online