De les die de parabel uit het evangelie ons vandaag wil voorhouden, lijkt eigenlijk duidelijk genoeg: als zelfs een onrechtvaardige rechter, die zich om God noch gebod bekommert, toch recht verschaft aan een arme weduwe, omdat ze maar blijft doorzeuren en aandringen, hoeveel te meer zal God dan, in zijn oneindige rechtvaardigheid, zijn vrienden, die tot Hem bidden, te hulp komen! Maar naar de mening van menig tijdgenoot is bidden een nutteloze bezigheid, verlies van tijd die je voor iets veel beters zou kunnen gebruiken. Proberen fatsoenlijk te leven is al heel veel, en veel mensen beperken zich daartoe en komen er niet toe eens wat tijd vrij te maken voor gebed.
In het verleden, vooral in tijden van nood en dreigend gevaar, zoals onder de laatste wereldoorlogen, bad men Christus van het kruis, zoals dat heette. Onze tijdgenoten bidden niet meer en zoeken het liever in allerlei activiteiten. Want bidden lost blijkbaar toch niets op: noch de ellende in de hongerlanden, noch de verdrukking in rode of anderskleurige dictaturen, noch de persoonlijke moeilijkheden en noden.
Door onze opvoeding zijn wij, ouderen, er misschien aan gewend geraakt te bidden om alles en nog wat, zelfs om de onbenulligste dingen, tot in het bijgelovige toe. Of ons gebed wordt bazig, alleen geïnspireerd door onze zelfzucht of onze hebzucht. Het wordt een soort ruilhandeltje met God: ik geef mijn gebed - God moet mij voorspoed geven, of genezing van een zieke of het slagen in een examen.
De laatste zin uit het evangeliefragment dat we zojuist gelezen hebben, geeft wellicht de sleutel tot het juist verstaan van deze parabel over het gebed: zal de Mensenzoon bij zijn komst wel geloof op aarde vinden? Het gaat hier blijkbaar om het onverzettelijk geloof, het onwrikbaar vertrouwen waarmee ons gebed gepaard moet gaan. Maar wij bidden heel dikwijls in de geest van: baat het niet, dan schaadt het niet. Of met de gesteltenis van de gokker: je kunt nooit weten… Of met die van de lamme die op bedevaart ging en na zijn gebed zijn krukken weggooide, prompt tegen de grond ging en riep: “Had ik het niet gedacht!”
Ik heb een jong echtpaar gekend. Zij waren zeer gelukkig met elkaar en hadden een paar leuke kinderen, een mooi huis en goede maatschappelijke vooruitzichten. Toen sloeg het noodlot toe. De man werd ziek en de hele ellende begon van: is het kanker of niet? En later: is die kanker te genezen of niet? Het lijden duurde jaren. De laatste maanden week de vrouw nauwelijks meer van het ziekbed van haar man. Zij baden en lieten missen lezen. Maar ongeveer een jaar later is de man gestorven. Na zijn dood zei zijn vrouw: “Het klinkt misschien ongelooflijk, maar die laatste maanden die wij samen, bijna ononderbroken biddend, hebben doorgebracht, waren de allermooiste van ons huwelijksleven.”
Had het bidden voor die mensen nut gehad? De vrouw stelde zich die vraag niet meer. Zij had het antwoord gekregen. Zij waren begonnen te bidden met de gedachte: God moét helpen, zeker als je iets vraagt dat meer dan gerechtvaardigd is: zijn jonge leven, mijn gezondheid, ons levensgeluk, de kinderen die ermee gemoeid zijn. En in die zin, zou je kunnen zeggen, werd hun gebed niet verhoord. En het heeft verdriet genoeg gekost. Maar God verhoorde hun gebed wél. De man stierf rustig en bijna gelukkig. De vrouw kwam als een gerijpte, oprechte gelovige uit de beproeving.
Het gebed is het middel om onze plaats te bepalen in de schepping. Het is een bezinning op de vraag wie wij eigenlijk zijn, waar wij vandaan komen en waar we naartoe gaan. En wie de kunst van het gebed verstaat, ervaart in geloof waar die plaats is. In het gebed komen we tot rust, tot bezinning, tot gelovige berusting. Wie de kunst van het bidden verstaat, is daarom een gelukkig mens, zelfs in het grootste ongeluk.
In onze beste ogenblikken, in onze intiemste momenten, voelen we heel goed dat het gebed de weg is naar een beter leven, naar een beter en gelukkiger menszijn. Als u een goed en gelukkig mens wilt worden, leer dan bidden, probeer de stilte van de bezinning weer te ontdekken in onze lawaaierige wereld. En als u van uw kinderen gelukkige en goede mensen wilt maken, leer ze dan bidden, hoe moeilijk dat in onze tijd ook geworden is…
Lost het bidden iets op?
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen