Bidden is en blijft een moeilijke zaak. En toch is het voor ons even noodzakelijk als adem halen. Want bidden is het ademhalen van de ziel, de geest van een mens. Nu gebeurt het als iemand geen lucht meer kan krijgen, als zijn longen weigeren, dat zo iemand aan beademingsapparatuur wordt gelegd. En dat betekent maar al te vaak de redding van zo’n mens. Maar bij de ademhaling van de Geest is dit niet mogelijk. Als een christen niet meer bidt, verschrompelt zijn geest, zijn geloof, zijn hoop, zijn liefde, kan zelfs zijn geestelijk leven sterven. Daarom is bidden zo noodzakelijk. En tegelijk is het zo moeilijk. En we hebben daarvoor geen beademingsmachine.
Jezus weet ook dat bidden voor ons moeilijk is. Hij wil ons helpen. Hij vertelt een parabel van een rechter en een weduwe. Er was eens een rechter die zich bekommerde om God noch gebod. Dat is wel heel merkwaardig, want een rechter is er juist voor om de wet te handhaven. Dat is zijn vak. Wie dus bij zo’n rechter zijn toevlucht zoekt, is eigenlijk in de aap gelogeerd; die krijgt de kous op zijn kop; die gaat eigenlijk bij de duivel te biecht. En toch is er een weduwe die bij hem aanklopt. Die vrouw zal wel geen andere mogelijkheid hebben gezien. En waar ze bang voor was gebeurde ook. Een tijdlang liet de rechter haar gewoon aan haar lot over. Dat was te verwachten; dat lag voor de hand. Die rechter stoorde zich niet aan een ander. Maar tenslotte, omdat de weduwe hem eindeloos lastig viel, stond hij uit zijn luie stoel op, en nam haar zaak ter hand.
Waarschijnlijk wil Jezus ons zeggen: ik snap jullie moeilijkheden bij het bidden heel goed. Het is net of je in het luchtledige praat, of je nergens gehoor vindt; of God er gewoon niet is; of dat Hij zich totaal niet aan je stoort. Ik snap best dat jullie bidden erg moeilijk vinden. Net zo moeilijk als de gang van die weduwe naar die rechter, die voor geen cent deugt. Maar jullie moeten dit van Mij aannemen, wil Jezus zeggen: God is niet als die rechter. God is er niet als de passieve derde, als een buitenstaander. God is er als degene die zich om jou bekommert, die van je houdt, die je eindeloos liefheeft. Er is een God. En Hij is niet alleen je schepper, Hij is je Vader, je abba, je pappa.
Het kan zijn dat we moeten leven met grote teleurstellingen. Teleurstelling in mensen, teleurstelling in God. Het kan zijn dat we zó teleurgesteld zijn, dat het ons de adem beneemt, dat we het er benauwd van krijgen. Maar laten we dan doorademen.
Er was in een stad een rechter die zich bekommerde om God noch gebod. En er was een weduwe die toch naar hem toeging, en tenslotte door hem toch werd geholpen. Jezus van Nazaret zegt ons: God is je Vader; daarom moet je blijven bidden. En de moed niet opgeven. Want als je niet bidt, haalt je ziel geen adem meer. Dan sterft je geloof, je liefde, je hoop…
De rechter en de weduwe
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen