Bidden vanuit het geloof

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

De lezingen van deze zondag spreken over het gebed. Bidden is iets echt menselijks. Alle eeuwen door hebben de mensen gebeden en ook nu nog bidden de mensen. Niet alleen wij, christenen, ook de joden, de moslims, de Hindoes en ga zo maar verder. Ze bidden verschillend, maar ze bidden allemaal.

De beide voorgelezen verhalen hebben voor ons een duidelijke boodschap: zij spreken een duidelijk geloof uit in de werkzaam­heid van het gebed. Maar… dan moet je ook met volharding kun­nen bidden. Je moet geloven dat God voor je zal zorgen. Zo bad Mozes totdat de overwinning een feit was, zo viel de weduwe de rechter lastig met haar eindeloze bezoeken, totdat hij voor haar zorgde.

Bidden… alle mensen doen het en toch is bidden moeilijk. Vooral in deze tijd. Vroeger baden de mensen omdat ze geloofden dat God alleen hen kon helpen. Maar nu zeggen de ze dat ze evengoed zonder God kunnen leven. De zaken gaan goed, ook zonder God, het loonzakje is vol, ook zonder God, zieken genezen, ook zonder God, moeilijkheden worden overwonnen, ook zonder God. Heb­ben wij God nog nodig? Nee, zeggen veel mensen in onze omge­ving en zodoende is bidden ook voor ons christenen een probleem geworden.

Lucas schrijft dit evangelie in een tijd waarin de eerste christenen het ook moeilijk hadden in hun geloofsbeleving. De eerste begees­tering was weg, men had uitgezien naar de komst van Jezus. Maar alles bleef zoals het was, er kwam geen verandering in de wereld. Men spotte met hen: is jullie geloof nu echt de moeite waard? En Lucas vroeg zich in die situatie ernstig af: zal Christus bij zijn wederkomst nog wel geloof op aarde vinden? En dan steekt Lucas hun een riem onder het hart met het verhaal van deze weduwe. Een weduwe was in de tijd van Jezus het toonbeeld van machte­loosheid en rechteloosheid, zij was voor niemand van tel, en bij die rechter, die zich van God noch gebod iets aantrok, had zij ook niet veel kans om haar recht te verkrijgen. Maar deze vrouw geeft de moed niet op, zij blijft hopen, ook al is er schijnbaar geen kans, zij blijft aandringen.

Ik kan me voorstellen dat deze weduwe na het zoveelste nutteloze bezoek, ook teleurgesteld bij zich zelf gezegd heeft: Ik geef het op, het haalt toch niets uit, maar als ze dan weer thuis was, werd dat verlangen naar recht zo sterk, dat ze weer opnieuw gaat proberen. Zo, zegt Lucas, moet uw bidden ook zijn. Bidden is in het evange­lie geen onnozele zaak, die in een handomdraai kan worden afgewimpeld met: bidden heeft geen zin. En dat gebed van miljoenen mensen dan? Zouden die zich dan allemaal vergissen?

Bidden is dingen die je in je leven uiterst serieus neemt, op God betrekken, het is willen, in naam van God, dat er in deze wereld recht gebeurt. Daarom blijft men roepen, zelfs dag en nacht, zoals Mozes, zoals die weduwe. Bidden is roepen tot God, omdat je ge­looft dat God nog harder roept om recht en gerechtigheid in deze wereld, omdat je zeker weet, dat het God niet koud laat dat er zoveel mensen lijden. Wij weten ook wel dat God niet altijd in­grijpt, maar Hij is er altijd bij, Hij neemt het door ons op voor al­le verdrukten. Wie over mensen heenloopt, loopt over God heen. Bidden is iets onverzettelijks in een mens, is zich vasthouden aan het leven, tegen alle hoop in, is zich aan God vastklampen in de zekerheid dat God naar je luistert. Wij willen niet zijn zoals kinde­ren die hun ouders alleen willen kennen als zij ze nodig hebben. Als Jezus ons zegt, altijd te bidden en niet te versagen, dan wil Hij ons zeggen: in de dagen van nood, denk je wel aan Mij. Maar als je in de goede dagen ook aan God wilt denken, dan zul je ervaren, dat Hij goed is, altijd aan je denkt en dat Hij je in moeilijke uren niet alleen zal laten. En elke mens die dag en nacht met geloof bidt, weet dat dit waar is. Een echte bidder twijfelt niet aan de werkzaamheid van zijn gebed. Omdat God steeds bij hem is…

Zoeken in Preken Online