29e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Lucas schrijft veel over het gebed. We lezen hem hierover twee zondagen naeen. Vandaag gaat het over volharding en geloof.

Wie Afrika wat kent en Azië, of wie arme mensen in Europa kent, weet hoe “een weduwe een rechter” lastig valt. “Met eindeloze bezoeken”, zoals het evangelie zegt. Als hijzelf “een rechter” is die zich nooit “om God noch gebod bekommerde” wordt hij al verveeld bij het oppervlakkig lezen van een kort verhaal over weduwen en rechters. Hij duwt het verhaal en de weduwe en heel het Evangelie ver van zich af. Die storen de hele ernst van zijn leven. Hij werkt, hij werkt zelfs hard. Zijn dossiers houden hem bezig, ook lang na de uren waarop hij zitting houdt. Dag en nacht achtervolgen ze hem. De weinige ontspanning die hij neemt heeft hij broodnodig, zijn winterreizen en zijn zomerreizen, zijn uren tennis en zijn avonden met vrienden om de vriendinnen niet te vergeten. Zijn familie is reeds zo veronachtzaamd. Zou hij zich ook nog moeten bezighouden met elke “weduwe” die denkt gelijk te hebben?

Het is “om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken” dat hij haar tenslotte recht verschaft. Jezus gooit echt een zware provocatie in het publiek als hij zo een rechter met God vergelijkt, die niet tennist en werkt tegelijk, die geen veertig, vijftig jaar moet leven tussen ontspanning en overspanning, die geen stress kent en er ook geen schrik voor heeft. De afstand tussen God en “zijn uitverkorenen” lijkt nog oneindig veel groter dan die tussen de rechter en de weduwe.

Die afstand is ook veel groter, maar het is God, niet de rechter, die hem overbrugt. De “onrechtvaardige rechter” kwam nooit op het idee eerst aan zijn vertrouwelingen en daarna aan zijn oudste zoon te zeggen: “Ga eens kijken of je voor die vrouw iets kunt doen”. Dat heeft God wél gedaan, met Mozes die werkt en bidt voor zijn volk dat strijdt, met Aäron en Chur die hem ondersteunen, met talloze profeten die zichzelf niet gespaard hebben, met zijn eigen Zoon zelf tenslotte, door wie Hij “spoedig” recht verschafte aan de weduwen en aan allen die in nood tot Hem kwamen.

Het is die Zoon, die de parabel vertelt, die zelf “dag en nacht” tot God bidt, die zijn leven zal geven voor de “uitverkorenen”, die op het einde van de parabel waarschuwt: “zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden”? Die Zoon leeft ook niet van tennissen en geld verdienen. Hij doet wat Hij zijn leerlingen voorhoudt: “Hij leerde hun in een gelijkenis dat zij steeds moeten bidden en daarin niet versagen”. De parabel blijft weerstand bieden totdat wij, eens te meer, op de Verteller letten. Hij heeft in zijn leven zeker velen genezen. Veel rechters en vele weduwen hebben, toen Hij voorbijkwam, hun leven veranderd. De enen zullen gebeden hebben en de anderen niet. Sommigen zullen “dag en nacht” tot God geroepen hebben en anderen maar af en toe, als het “schouwtoneel” van de “wereld” van rechters en weduwen hun echt te machtig werd. Zij, en allen die de parabels hebben horen vertellen hebben op dat ogenblik begrepen dat God “spoedig” kan tussenkomen, aan de enen “spoedig recht” kan “verschaffen” en de anderen er onmiddellijk toe beweegt om “spoedig recht” te ‘‘verschaffen’’, als zij, de enen en de anderen, geloven. Dat is voor allen die de parabel slecht verteren, opnieuw: én de rechters én de weduwen, de onomkoombare voorwaarde: “Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden”?

Jezus is als de zoon van Nazaret voorbijgekomen en iedereen die in zijn hart geloofde of die riep: “Heer, kom mijn ongeloof te hulp”, werd gered, genezen, veranderd, vernieuwd, ‘‘spoedig’’, vaak zelfs onmiddellijk. Bij hen die zo ver niet kwamen, kwam toch het proces op gang van redding, genezing, verandering, vernieuwing.

Wie rechter is en de weduwe niet verhoort weet dat zijn proces “spoedig” zal beslecht worden. De Mensenzoon stuurt hem regelmatig zijn rappels…

Zoeken in Preken Online